Madurodam in de schaduw

Stephen Dobyns: The Church of Dead Girls. Viking, 388 blz. ƒ 40,15

In het Amerikaanse provinciestadje Aurelius kent iedereen iedereen, hoeven deuren niet op slot, is het gezellig en zijn de mensen tevreden. Klein verdriet, klein geluk: de pieken in het Aureliaanse leven zijn van Madurodam-formaat en de bewoners willen dat graag zo houden.

The Church of Dead Girls, de zeventiende roman van de Amerikaanse auteur Stephen Dobyns, beschrijft nauwgezet het uiteenvallen van dit provinciale geluk, wanneer plotseling een jong meisje verdwijnt. En nog één, en nog één. Nergens een spoor van ze, behalve dat hun kleren, keurig gewassen en gestreken, bezorgd worden bij het politiebureau, met bovenop het stapeltje steeds de hand van een etalagepop. Iedereen vermoedt het ergste.

Dat de drie onschuldige meisjes inderdaad een vreselijk lot beschoren is weet de lezer intussen allang, want dat staat beschreven op de eerste bladzijden. In tegenstelling tot wat je zou denken, doet die onthulling geen afbreuk aan de spanning. Want in de proloog schetst Dobyns een beeld van iets zo bizar en huiveringwekkend, dat je als lezer rechtop in je stoel schiet. De schok blijft hangen, en geeft het eigenlijke verhaal, dat droog en ingehouden wordt verteld, de spanning mee die anders misschien had ontbroken.

De verdwijningen komen bij Dobyns namelijk niet uit de lucht vallen. Uitgebreid schetst hij de achtergrond van het drama, gebruik makend van een verteller, een biologieleraar van middelbare leeftijd die nogal op zichzelf is. Zo komen de inwoners van Aurelius langzaam tot leven. Ze hebben familie, schoolvriendjes, een verleden. En wat blijkt? Madurodam heeft z'n schaduwkanten.

Want al snel wordt duidelijk dat de dader burger is van Aurelius, net zo goed als de apotheker en de slager, de dokter en de journalist. Wantrouwen verspreidt zich over het stadje met de snelheid van een enge ziekte en neemt met elke nieuwe verdwijning toe. Eerst zijn het vreemdelingen en buitenbeentjes die vijandig bejegend worden, zoals Aaron, de marxistische studentenpraatgroep waar hij lid van is en die onder leiding staat van een Algerijn, en de homoseksuele kapper. Maar naarmate de tijd vordert wordt het kringetje nauwer en bekijken ook buren en vrienden elkaar met argusogen. Ouders houden hun dochters 's avonds thuis, de kaartclub en de leesclub houden op te bestaan. Het blijft niet bij vijandigheid, er komt geweld aan te pas en uiteindelijk vallen er doden. Niemand blijft buiten schot in de heksenjacht die de doodsbange bewoners openen op elkaar.

The Church of Dead Girls is een uitstekend boek. De beschrijving van de teneergang van een klein stadje dat ten prooi valt aan massahysterie is voorbeeldig en op een definitieve manier beschreven, als een case study voor psychologiestudenten. Sterkste troef van de auteur is de opbouw van het verhaal. Subtiel en beheerst stapelt hij wending op wending, gebeurtenis op gebeurtenis, waarbij hij geen detail over het hoofd ziet. Zo voert hij de lezer mee. Dat stadje zou jouw stad kunnen zijn, die buurman jouw buurman.

We zijn niet wat we lijken, is het achterliggende idee van The Church of Dead Girls. Ook de verteller, die ogenschijnlijk zo keurige biolgieleraar, droomt weleens van wilde seks met leerlingen. Het is het aloude thema van Jekyll en Hyde, over de donkere kant die in ieder van ons leeft, die hier gestalte krijgt. Dobyns weet die afgesleten mythe kakelvers op te dienen en geeft er op een verpletterende manier opnieuw betekenis aan. En dat is kenmerkend voor zijn klasse.