Het jasje van Gümüs

Het afgelopen jaar was “één van de meest bewogen jaren van de afgelopen twaalf maanden”, zei BBC-satiricus Angus Deayton op oudejaarsavond - aan het begin van een jaaroverzicht dat zich voordeed als een kruising tussen journaal en show. Het was een uur vol grappen (op de aftiteling stonden vier tekstschrijvers vermeld) met een curieus intermezzo. Want wat moesten de makers van The end of the year show in vredesnaam aanvangen met de dood van prinses Diana?

Ze hadden, verzon ik, op zijn minst hun satirische pijlen kunnen richten op de kwestieuze bijverschijnselen van het ongeluk: de lachwekkende kuisheid van de boulevard-kranten bijvoorbeeld, die opeens verontwaardiging voorwendden over de paparazzi van wie ze voordien zo vaak zonder scrupules foto's hadden betrokken, of het tweedehands-sentiment van het aanvankelijk voor Marilyn Monroe geschreven Candle in the wind - ik noem maar wat. Maar nee, ze durfden het kennelijk niet aan. Plotseling viel het spervuur van grappen stil en werden, bij een stemmig lied, voor de duizendste keer in slow motion zoete beelden van Diana vertoond. Zonder conclusie, zonder moraal, zonder verder commentaar. Het was een lafhartig zwaktebod.

Wat een feest, dacht ik toen, dat wij in dit land de traditie van de door niets en niemand gecensureerde oudejaarsavondconférence hebben, en wat een verschil dus met het beeld dat Freek de Jonge een uur eerder had opgeroepen door een draaiende ventilator te richten op een kandelaar vol brandende kaarsen.

Een jaar geleden meldde menigeen in mijn omgeving dat ze Freek de Jonge hadden uitgezet omdat hij zo vervelend was. Toen gaf hij er blijk van zwaar gebukt te gaan onder de vraag naar zijn bestaansrecht. Nu dat in de afgelopen twaalf maanden door diverse successen weer is bevestigd, had de meester gelukkig geen enkele last meer met zichzelf. En dus kon het weer over de buitenwereld gaan. In een high tech-keuken maakte De Jonge een prachtig nummertje surrealistisch koken, terwijl hij razendsnel associërend, soms gas terugnemend en dan weer in een extra versnelling, de hedendaagse gekte opriep. Een mooie grap: “Ik geef een zwerver een gulden en dan zeg ik: koop 'r maar een winkelwagentje voor.”

Het beste bewijs voor het meesterschap dat hij in deze Papa-razzia ten toon spreidde, werd geleverd door het publiek dat in het Nieuwe de la Mar-theater in Amsterdam aanwezig was bij de opname. Zodra de naam van Marco Bakker viel, klonk er al een gulle lach uit de zaal op - zo aanstekelijk werkte het optreden van de conférencier deze keer. “Mensen, laat me nou eerst de grap maken!” riep De Jonge, en opnieuw lachte het publiek. Wie dàt kan - twee keer een lach oogsten zonder een reguliere grap te maken - kan véél.

Ik heb ouderwets om hem gelachen, ook om de ogenschijnlijke banaliteiten in zijn optreden. Zelfs een geplukt kippetje zonder kop op de achterpootjes laten dansen, zoals hij deed, krijgt in zo'n geraffineerde show een betekenis. Het enige wat me af en toe een beetje afleidde, was de tekst op de achterkant van zijn t-shirt. The immaculate confection stond daar te lezen. En ik vroeg me steeds maar af of dat óók iets te betekenen had. Maar nee.

Freek de Jonge werd na middernacht gevolgd door een vrolijke, maar meer dan twee uur (te lang) durende instuif bij Paul de Leeuw, die zijn gasten meer dan ooit uit het RTL- en SBS-circuit had gerecruteerd. Dat viel te meer op, na het deerniswekkende afscheid dat Peter Jan Rens een avond eerder met zijn Late Night Show bij RTL4 had moeten nemen. Waar de machteloze Rens in de afgelopen maanden voornamelijk wanhoop uitstraalde, daar schiep De Leeuw met stijgend succes een warm nest voor de types die eigenlijk bij de Rens-familie horen.

En nu ga ik nog één oudejaarsavond-grap citeren - misschien wel de beste van de hele avond. In een filmpje in De André van Duin Oudejaarsshow betrad de komiek in één van zijn zotte vermommingen de winkel van een kleermaker, in wie onmiddellijk de onfortuinlijke Gümüs te herkennen viel. Hij zocht een nieuw jasje voor de nieuwjaarsreceptie van Joop van den Ende. Talloze jasjes paste hij, maar niets paste. Tot hem door Gümüs zijn eigen jasje werd aangereikt en hij intens tevreden de winkel verliet. Op zichzelf was dat een grap, die al eens eerder is vertoond. Maar de perfecte afmaker kwam, toen de uit ons land gezette Gümüs zich vervolgens tot de camera wendde en minzaam sprak: “En zo'n gek heeft wèl een verblijfsvergunning.”