Europa '98

HET ZICH VERENIGENDE Europa blijft ook in 1998 in het middelpunt van de belangstelling staan. Was vorig jaar een tijd lang alle aandacht gericht op de top in Amsterdam, waar het Verdrag van Maastricht moest worden aangepast, nu gaat het er om te bepalen welke lidstaten in aanmerking komen voor deelname aan de euro.

Al jarenlang wordt daarover driftig gespeculeerd en van mening verschild. Maar langzamerhand is toch overeenstemming ontstaan dat de club zo groot mogelijk dient te worden. Wat in het Verdrag van Maastricht al werd voorzien, lijkt te worden bewaarheid: de monetaire grenzen mogen krap zijn getrokken, het laatste woord heeft de politiek en die neigt tot een zekere rekkelijkheid.

OP EEN GEDEELDE eerste plaats staat het concept van de uitbreiding van de Unie. Het kader daarvoor is al vastgesteld. Met een beperkte groep gaat het onderhandelen over de toetredingsvoorwaarden beginnen, voor alle kandidaten gezamenlijk komt er een conferentie die desgewenst jaarlijks kan worden herhaald. De conferentie zal voor het ene land als voorportaal dienen voor latere toetreding, voor het andere als semi-permanent wachtlokaal. Turkije heeft aangeduid daarin niet plaats te zullen nemen. (Voorlopig) niet toetreden schept voor de betrokken landen èn voor de Unie nauwelijks minder problemen dan wel toetreden. En het vraagt dus bijna evenveel overleg om ontsporingen te voorkomen.

De belangrijkste beslissingen vallen in het eerste halfjaar - tijdens het Britse voorzitterschap. Het doet nogal merkwaardig aan dat de besluiten omtrent de euro genomen worden onder leiding van een land dat zichzelf op dit punt buiten spel heeft gezet. Premier Blair heeft de spanning op de jongste top, in Luxemburg, nog wat opgevoerd met zijn eis dat het Verenigd Koninkrijk ook in een verder stadium nauw bij het monetaire overleg blijft betrokken. Ervan afgezien dat hij daarmee een bekend Brits gezegde in de herinnering riep, lijkt de gedachte onlogisch en onpraktisch. Maar zoals de gewoonte is in de Unie werd ook deze splijtzwam met een ondoorzichtig compromis afgedekt.

IN 1997 ZIJN in twee grote EU-landen socialistische regeringen aangetreden. Opvallend was dat dit nauwelijks invloed heeft gehad op het beleid van nastreven van begrotingsevenwicht en sterke munten dat de Unie al jarenlang voert. Bij Labour was dat geen verrassing voor wie Blairs campagne had gevolgd, maar de Franse socialisten schenen aanvankelijk de consensus te willen verbreken. Uiteindelijk heeft de regering-Jospin zich in Amsterdam gevoegd tegen de betaalbare prijs van een bijzonder topgesprek over de werkgelegenheid. Het pleit voor het politieke instinct van de deelnemers dat die conferentie aan haar doel beantwoordde: erkenning van de betekenis van het vraagstuk zonder de Unie te belasten met kostbare experimenten die, desgewenst en zonodig, beter op nationaal niveau kunnen worden uitgevoerd.

Zelfs een eventuele linkse Wende in Duitsland bij de dit najaar te houden parlementsverkiezingen zal naar verwachting de koers die Europa aanhoudt nauwelijks veranderen. Sterker, de Duitse socialisten hebben slechts een kans als zij geen twijfel laten ontstaan over hun trouw aan een sterke mark en dus aan een zo sterk mogelijke euro. De middengroepen zijn intussen zo gehecht geraakt aan hun prille onroerend en roerend vermogen dat politieke partijen, van welke signatuur dan ook, met hun voortbestaan een loopje nemen als zij zelfs maar de schijn zouden wekken die belangen niet met heel hun inzet te verdedigen. Een boodschap die ook de 'paarse' partijen in Nederland hebben begrepen.

ZO LAVEERT Europa dit jaar tussen soliditeit en solidariteit - vasthoudend aan eigen rijkdom, maar, met nauwelijks onderdrukte huiver, openstaand voor de noden van de Oost-Europese buren. Dat laatste gebeurt overigens evenmin geheel en al belangeloos: West-Europa heeft van de Koude Oorlog onthouden dat het oosten van het continent angstig dichtbij begint. De troebelen in voormalig Joegoslavië, voormalig geliefd vakantieland, hebben dat nog eens ingescherpt. Voor de noodzaak van stabiliteit verderop in de straat bestaat inmiddels voldoende begrip. Dat verhindert niet dat slechts mondjesmaat op de noden daar zal worden ingegaan. De straks te beginnen onderhandelingen zullen nog wel een enkel crisisje doormaken.