Een onvruchtbaar Afrocentrisch paradigma

Wim M.J. van Binsbergen (red.): Black Athena: Ten Years After. TALANTA. Proceedings of the Dutch Archaeological and Historical Society, vol. XXVIII-XXIX (1996/1997) 272 blz. ƒ 98,- *)

Black Athena: Ten Years After is geen boek maar een speciale uitgave van het twee-jaarlijks verschijnende oudheidkundige tijdschrift 'TALANTA'. De inhoud van dit nummer is de neerslag van een congres dat in 1996 te Leiden werd gehouden over de Black Athena-kwestie. Het gaat hier om de vooral in de Verenigde Staten verhitte discussies naar aanleiding van de gelijknamige werken van Martin Bernal, waarvan het eerste deel nu tien jaar geleden verscheen. In deze Black Athena-studies wordt betoogd dat de Griekse beschaving voor een belangrijk deel is ontstaan door beïnvloeding vanuit het Egyptische en semitische cultuurgebied, en dat deze 'Afro-aziatische' wortels sedert de negentiende eeuw systematisch worden ontkend in de oudheidkunde vanwege raciale en eurocentrische vooroordelen.

Er zijn twee problemen met Bernals inzichten. In de eerste plaats zijn ze - afgezien van enkele rake observaties over antisemitische uitlatingen van sommige negentiende-eeuwse Altertumswissenschaftler - hoofdzakelijk leerzaam als een hutspot van enorme miskleunen op historisch, archeologisch, linguïstisch en antropologisch gebied. In de tweede plaats zijn ze volledig omarmd door de in de VS bloeiende Afrocentrische beweging, en daarmee speelbal geworden van politieke correctheid en de verbeten 'cultuurstrijd' aldaar.

Ergens in de thans verschenen eerste Nederlandse bijdrage aan de Black Athena-discussie wordt opgemerkt dat het zonderling is dat in Europa zo lauw is gereageerd op het oudheidkundige geredekavel aan gene zijde van de oceaan. Maar eigenlijk is dat geen wonder. Zonder de Afrocentrische emoties zijn de boeken van Bernal nauwelijks opmerkenswaardig. Hij heeft gelijk dat door classici en oudheidkundigen te vaak op een onuitstaanbare manier is gedweept met de Grieken, en dat het bijzonder dommig is te denken dat de Griekse beschaving uit het niets werd gecreëerd in het oost-mediterrane cultuurgebied. Maar slechts weinigen dragen dergelijke beschimmelde opvattingen tegenwoordig nog uit, en zelfs zijn er oudheidkundigen die op veel geleerder en veel interessanter wijze dan Bernal hebben gewezen op de grote invloed van de oriënt op Griekenland.

In een tijd dat er al veel te veel 'proceedings', 'transactions' en 'handelingen' van obscure academische bijeenkomsten verschijnen (de verhoogde productie in universitaire kring houdt gelijke tred met de dalende kosten van de kopieermachine, niet met de toename van interessante ideeën), is Black Athena: Ten Years After gemakkelijk over het hoofd te zien. Toch valt er voor de liefhebber wel wat te genieten, zeker omdat Bernal zelf aanwezig was bij de conferentie.

Na de omzwachtelende, af en toe nogal ijdele en vooral eindeloze verbositeit van organisator en Afrikanist Wim van Binsbergen (behalve hoogleraar ook 'beëdigd genezer volgens de wetten van Botswana, alsmede veel-publicerend dichter en romanschrijver'), wachtte hem een koude douche. De even genadeloze als volstrekt overtuigende sloop van enkele fundamenten onder zijn theorieën door de Leidse Egyptoloog Arno Egberts en de Gronings-Utrechtse oudhistorica Josine Blok moeten hem toch als minder prettig hebben getroffen. Bernal heeft over de jaren bewezen dat hij volstrekt doof is voor kritiek, maar deze glasheldere ontmaskering van hem als rommelende dillettant zou voor een gewoon mens genoeg moeten zijn om wekenlang niet op straat te verschijnen. Zelfs de tegenwoordig als 'onafhankelijk onderzoeker' opererende Amsterdamse classicus en pre- en protohistoricus Jan Best (die een gekend bestrijder is van de eurocentrische residuen in de oudheidkunde) schuift in een detail-onderzoek naar Kretensische zegels de inzichten van Bernal in feite als irrelevant terzijde.

Het verweer van Bernal en de zalvende woorden van Van Binsbergen (die zelf toch ook enige harde noten kraakt) helpen allang niet meer tegen de dodelijke kracht van de argumenten van zijn opponenten. Daarmee maakt deze bundel iets belangrijks duidelijk. De oudheidkunde, en de geschiedschrijving in het algemeen, boekt geen vooruitgang dankzij alomvattende theorieën (Bernal noemt zijn eigen werk geheel ten onrechte een nieuw 'paradigma'), maar dankzij een debat zonder einde, waarin stapje voor stapje minder goed houdbare inzichten moeten plaatsmaken voor beter houdbare inzichten.

Juist het feit dat Bernal niet meedoet aan dit moeizame proces, maar als een gelovige stug vasthoudt aan zijn eigen overtuigingen, maakt dat de Black Athena-controverse uiteindelijk slechts interessant is als een maatschappelijk en niet als een wetenschappelijk verschijnsel.

*) Verkrijgbaar via de D.A.H.S, p/a Van den Berghlaan 285, 2132 AH Hoofddorp