Een ongewassen wereld

Peter Ackroyd: Het proces tegen Elizabeth Cree. Uit het Engels vertaald door Hi-en Montijn. Bzztôh, 256 blz. ƒ 35,40

Lezers van Peter Ackroyds romans kunnen er gewoonlijk op rekenen dat zij in een Londen van vroeger geplaatst zullen worden; niet alleen lezen zij erover, zij voelen zich alsof zij er in een schimmige gedaante zelf ronddwalen. Alle jaren van 1600 tot 1900 kan deze auteur oproepen: die slecht verlichte, nauw behuisde, ongewassen wereld waar de mensen een stuk jonger dan wij de dood al vlakbij zagen.

Zijn verhaal over Elizabeth Cree speelt van 1860 tot 1880, toen de wereld minder onhygiënisch begon te worden maar niet in haar stadsdeel, het East End. Zij komt als ouderloze tiener opdoemen uit de zwartste sloppen, wordt als hulpje aangenomen bij een music-hall theater en blijkt zelf een komisch talent te bezitten. Na enkele jaren sluit zij een voordelig huwelijk en wordt een mevrouw met een dienstbode; ook dan blijft zij Eastender, tegen een achtergrond van dezelfde grauwe gevaarlijke buurten.

Het proces waar de Nederlandse titel naar verwijst, anders dan de Engelse, wordt haar in 1880 aangedaan op verdenking dat zij haar echtgenoot vergiftigd heeft. De lezer ziet haar het eerst bij een verhoor in de rechtszaal, waar zij klinkt als een ferme vrouw die nooit iets lelijks zou doen. Aan het eind van een veelvormig verhaal uit verschillende gezichtspunten wordt zij terechtgesteld, en de lezer weet dan dat zij het verdiend heeft, zelfs om meer redenen dan de rechtbank vermoedt. De titel dekt de lading maar voor een klein deel. Het proces brengt weinig aan het licht van het leven van de verdachte zoals het in de loop van de roman uitgebeeld wordt.

Wie het boek uit heeft weet ongeveer hoe het gegaan is, bij de vergiftiging van haar echtgenoot en bovendien bij een aantal andere moorden in Londen die niemand met haar in verband heeft gebracht. Daarna moeten wij ons desgewenst op eigen kracht een voorstelling vormen van wat haar bezielde. Het gaat Ackroyd alleen om wat er gebeurt, het natuurlijke, het onnatuurlijke en soms het bovennatuurlijke, en hij schrijft met zo'n zelfverzekerde concentratie dat de leeslust zelden of nooit verslapt. De lezer bezoekt het verleden als een vreemdeling en voelt zich tegelijk vervreemd van de werkelijkheid van nu: half-om-half, zolang de illusie niet verstoord wordt en zelfs daarna nog even.

In de Engelse titel van het boek staat Dan Leno voorop, met betwistbaar recht want hij speelt niet meer dan een belangrijke bijrol. De reden zal zijn dat hij de Engelse lezer meteen nieuwsgierig maakt: hij is een historisch personage, van naam bekend gebleven als een ster van de music-hall in de late negentiende eeuw. Voor de Nederlandse lezer zou deze aanmoediging niet werken, en dan zijn er ook de problemen met teksten en woordgrappen van de music hall die het vertaalwerk verzwaard hebben. Probeer maar eens a jack surpass offinger and thumb, rijm-slang voor a glass of rum, in het Nederlands over te brengen met behoud van het plezier dat de gebruikers van de uitdrukking erin hadden. Het is verdienstelijk dat het vertaalwerk vaak behoorlijk gelukt is. Soms niet, zodat de lezer verbluft de term 'verwijfd' toegepast ziet op een Don-Juanfiguur; raadpleging van de Engelse tekst leert dat Ackroyd hem beschreef als een scamp (schelm) wat waarschijnlijk zonder de s vertaald is, als camp. Zoiets mag eigenlijk niet voorkomen.