Durfallige sprongetjes

André Sollie: Het ijzelt in juni. Querido, 39 blz. ƒ 27,50

Eerst is hij klein, dan is hij verliefd en dan is hij groot en herinnert zich: zondagmiddag, vader ('Hij droeg weer sokken/ in zijn sandalen./ Zo stom.') het Badhotel in Westende, hoe moeder praatte. 'Altijd welkom in het verleden' dicht André Sollie met licht bittere opgeruimdheid:

(-)Voorgoed

zondagmiddag.

Gezellig. Maar nu moet ik gaan.

Doe je voorzichtig?

Het ijzelt in juni.

Zoals ze

rechtop

in mijn heden staan.

Het ijzelt in juni, zo heet deze dichtbundel vol kortregelige, suggestieve gedichten. Ze vragen van de lezer om de associatieve sprongetjes van de dichter mee te maken, zodat zo'n lezer zal begrijpen dat dat 'doe je voorzichtig' slaat op het weer - ijzel - en dat hij, nu hij zich zo krachtig welkom is gaan voelen in het verleden, die ijzel naar zich toe heeft gehaald op deze junidag.

Kindertijd en verliefdheid zijn bij uitstek onderwerpen voor jeugdpoëzie, net als vaders en moeders, eventueel dood. Deze bundel maakt daarop geen uitzondering, en waarom zou hij ook. Sowieso zijn kindertijd, verliefdheid, ouders en herinneringen onderwerpen die nogal eens in de poëzie bezongen worden, het gaat er maar om hoe dat gebeurt. Sollie doet het licht en vaak speels, maar niet plat. Hoewel hij zijn regels erg kort houdt en wel heel vaak een punt zet, maakt hij toch gebruik van enjambementen en meerduidigheid. Bij voorbeeld in 'Haast':

Er loopt een jongen over straat

ik wed een glazenwasser.

Zijn moeder kookt een warme maaltijd.

Zijn lijf is nog alleen.

Met zijn blik op vrijdagavond

kijkt hij feilloos

langs me heen.

Ik blijf op hem staan lijken.

Een man

haast.

Waarom een glazenwasser? We weten het niet, maar de stelligheid waarmee het beweerd wordt heeft iets innemends. Bovendien suggereert het meteen blote armen, spieren ook waardoor het zinnetje 'zijn lijf is nog alleen' al een beetje voorbereid is. Het heeft iets aandoenlijks, dat allene lijf, zeker in oppositie tot een moeder die 'een warme maaltijd' kookt. Door die blik op vrijdagavond weten we al waar de jongen aan denkt, aan uitgaan natuurlijk, aan andere lichamen die hopelijk dichtbij zullen willen komen. De jongen die hem nakijkt is, dat voel je aan alles, gecharmeerd van deze glazenwasser, hij had wel graag gehad dat de glazenwassersblik niet zo feilloos langs hem heen gekeken zou hebben. 'Een man/ haast' dat is geraffineerd gedaan: het enjambement zet de lezer op het verkeerde been, en 'haast' betekent hier ineens iets anders dan in de titel, waar 'haast' alleen maar op de snelheid van passeren sloeg. Nu heeft het ook in een ander opzicht met 'weinig tijd' te maken gekregen: nog even en 'ik' ben een man. Ik heeft haast om er een te worden.

Sollies eenvoudige meerduidigheid en zijn grappige durfallige sprongetjes maken deze bundel tot een plezier - maar mocht hij het in de toekomst iets complexer willen doen, dan is dat ook geen bezwaar. De collages, ook van de dichter, zijn zowel inhoudelijk als naar de vorm verbeeldingen van de gedichten: fragmenten die duidelijk zijn maar tegelijk ook anders dan ze lijken en die met elkaar verhalen in brokken vertellen, of brokstukken gevoel boven halen.