Dilemma's bij zorg zwervers

Bad, Brood & Bed, EO, Morgenavond, Ned.2, 21.35-22.05u.

Hij is de prins van Madagaskar, dus hulp heeft hij niet nodig. Al jaren wacht hij op de UFO die hem thuis moet brengen. Zijn tanden zijn inmiddels uitgevallen.

Zulke mensen zoekt sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Wilbert Kok op.

In het eerste deel van de serie Bad, Brood & Bed wordt Kok gevolgd op zijn tocht door het Amsterdamse havengebied. Langs smerige matrassen en gammele bouwsels. Diep in het struikgewas speurt hij naar haveloze tentjes. Verborgen plekken waar mensen met psychiatrische problemen zich in leven houden.

Bad, Brood & Bed gaat over gezondheidszorg “aan de onderkant van de samenleving”, zoals regisseur Janneke de Weerd het noemt. In vijf afleveringen trekt een kleine karavaan van daklozen, illegalen en andere kanslozen voorbij. De opzet is eenvoudig: aan verpleegkundige Kok als doeltreffende vragensteller vertellen de hoofdpersonen veel. Waardoor het lastig is ze na afloop maar weer schouderophalend te vergeten.

Saskia omschrijft zichzelf treffend als “te ver van de beschaving” om nog gehoord te worden. Zij was arts, verloor als gevolg van haar schizofrenie man en huis en woont nu in een hutje op een verlaten scheepswerf. Zo vuil als ze is, zo vlekkeloos formuleert ze - zodat je aan haar lippen hangt. De onderkant van de samenleving is Saskia evenwel ver voorbij; met een paar mannelijke zwervers vormt ze haar eigen ruwe maatschappijtje. Eentje stak haar eens met een mes het ziekenhuis in, anderen hebben haar “seksueel” wat vaak overgehaald, zegt ze. “Maar als je jaren opgenomen bent geweest - hier hou ik mijn verzet, mijn kracht.” Want hier, zegt ze licht verontschuldigend, kan ze zich nog nuttig maken door haar mannen zo'n beetje te verzorgen.

“Er zijn mensen die niet in staat zijn om zelf om hulp te vragen, terwijl ze wel in nood zijn”, zegt Wilbert Kok over zijn vaak psychotische of schizofrene cliëntele. Pas als zij een gevaar voor zichzelf of hun omgeving gaan vormen, mogen ze volgens de wet gedwongen worden opgenomen. Namens de RIAGG en het Psychiatrisch Ziekenhuis Amsterdam doet Wilbert Kok “een beetje het voorwerk”. Zo hoort hij zwerver Jack uit over zijn drinkwatervoorziening. Jack, met iets te opgewekte ogen, leeft op vla en yoghurt in zijn met sigarettenpeuken bezaaide tentje en drinkt soms uit een sloot. Dat water zou je op vervuiling moeten laten onderzoeken, zegt Kok. Als het gevaarlijk voor Jacks gezondheid blijkt, zou dát een reden voor gedwongen opname kunnen zijn. Pas dan is hij, volgens wettelijke criteria, een gevaar voor zichzelf en kan hij worden opgenomen.

Overal zijn mensen die “bij gelegenheid dood worden gevonden”, zei een Goudse politieman deze zomer in deze krant, toen een verwarde zwerver in een recreatieplas in Dordrecht was verdronken. De man was daar afgezet door twee agenten die niet wisten wat ze met hem aanmoesten. In Gouda was ook al eens een zwerver overleden nadat hij buiten de stad was achtergelaten. En in Schoonhoven werd twee weken geleden de zwakbegaafde zwerver Gerrit Jacobs dood in een wachthokje aangetroffen. Hij was de laatste jaren ruim 150 keer van de straat gehaald, maar niemand kon hem behandelen zolang hij dat zelf niet wilde.

Bad, Brood & Bed gaat over mensen die eenzelfde risico lopen. Zonder stelling te nemen wordt het dilemma van de hulpverlening getoond. Niet iedereen is onder dwang te helpen, er blijven mensen met wie niemand raad weet. Saskia, die al drie keer tegen haar wil werd opgenomen, zegt: “Punt blijft dat ik altijd zielige Saskia ben, terwijl ik best wel wat te zeggen heb.” En daar heeft ze ook weer gelijk in.