De parmantigheid verbeeld

Tentoonstelling: Auke de Vries - Sculpturen. Museum Het Paleis, Lange Voorhout 74, Den Haag. Di t/m zo 11-17u. Catalogus ƒ 24,50. T/m 22/2.

Modellen en schetsen voor beelden in opdracht 1982-1998. Galerie Nouvelles Images, Westeinde 22, Den Haag. T/m 28/1. Di t/m za 11-17u, 25 jan 13-17u. Catalogus: ƒ 37,50.

Auke de Vries is de beeldhouwer van het luchtige, dynamischelijnenspel. Balancerend op, hangend aan of geklemd tussen deze lijnen, die veelal zijn uitgevoerd in repen staalplaat of -kabel, paraderen grappige, soms herkenbare vormpjes. Als acrobaten vertonen deze vormpjes zo hun kunsten. Voor een tentoonstellingsruimte denk je dan ook eerder aan een circustent dan aan het voormalige Koninklijke Paleis aan het Haagse 'Lange Voorhout'. Daar zijn nu, ter gelegenheid van de Ouborg Prijs 1997, een oeuvreprijs van de gemeente Den Haag, De Vries' recente beelden te zien, aangevuld met tekeningen uit de collectie van het Gemeentemuseum, de PTT en van de kunstenaar zelf.

De tentoonstelling zal later doorreizen naar het Museum Wiesbaden. De neutrale witte wanden van het museum aldaar mogen saai heten, voor een presentatie van zijn beelden zal het een zegen zijn. De Vries heeft in het verleden meermalen bewezen dat zijn beelden zeer goed de openbare ruimte aan kunnen, maar het interieur van Koningin Emma's winterpaleisje is toch van een andere orde: hier moeten zijn speelse constructies het afleggen tegen de sfeer van warme chocolademelk en speculaas; een sfeer waar zelfs de vloeren van Donald Judd weinig tegen weten in te brengen.

Auke de Vries (Bergum, 1937) heeft zijn vormentaal niet van een vreemde; wie de beeldencatalogus van Museum Kröller-Müller doorbladert, bij uitstek het beeldenmuseum voor de twintigste eeuw, komt al snel enkele verwante klassieke modernen tegen. In de tijd kunnen we een lijn trekken die ons via Anthony Caro, David Smith en de mobiles van Alexander Calder terugvoert naar het Russische constructivisme.

De Vries lijkt iets 'stil' te zetten wat Calder juist laat bewegen. Geeft Calder de beschouwer de gelegenheid zijn eigen kunstwerk als het ware te maken door het te laten bewegen en daardoor van compositie te veranderen, de Vries fixeert in zijn constructies een spannend moment. Al improviserend zet hij zo'n moment zelfs letterlijk met kabels onder spanning. Omdat op deze manier eigenlijk elk moment geladen wordt, is De Vries in staat om op elk beeld grenzenloos te variëren. En dat maakt zijn oeuvre voor museale tentoonstellingen minder geschikt dan voor de openbare ruimte waar zijn werk in eerste instantie toch voor bedoeld is. Zowel in Het Paleis als bij de Haagse galerie Nouvelles Images, waar een ruime hoeveelheid modellen en schetsen van beelden in opdracht van hem te zien zijn, ligt het gevaar op de loer van zinloze herhalingen. We worden overvoerd met variaties op thema's zoals we die kennen van zijn bekende beeld over de Maasbrug in Rotterdam, in de volksmond 'de waslijn'.

Met zichtbare werkdrift heeft De Vries zich een eigen plek in de beeldende kunst weten te veroveren. Zijn beelden zijn niet dwingend in hun boodschap en door het ontbreken van volume zijn ze ook nooit een visuele hindernis of een sta-in-de-weg in de openbare ruimte. Ze verbeelden begrippen als parmantigheid en nonchalance. In de Vries' beeldentaal hangt het leven niet alleen van toevalligheden aan elkaar, maar ook nog eens aan een 'zijden' draadje, ook al is dat dan van staal.