De invasie van de tweeverdienende paardenmensen

De rust in de Apeldoornse wijk Hooilanden is betrekkelijk door twee snelwegen. Maar ruimte is er volop: langgerekte weilanden, een handvol lage boerderijen. Het inkomen is flink gestegen.

APELDOORN, 2 JAN. Vraag een willekeurige inwoner van Apeldoorn de weg naar de buurt De Hooilanden en hij zal de vreemdeling schouderophalend alle kanten opsturen. Ook als de meest in het oogspringende karakteristieken van de buurt worden opgesomd, gaat niemand een licht op. “Weet u zeker dat u in Apeldoorn moet zijn?” zegt een vrouw die op de bus staat te wachten argwanend. De Hooilanden zou een buurt moeten zijn zonder werklozen, zonder allochtonen en vrijwel zonder huurhuizen. Meest in het oog springend gegeven is dat het inkomen van de buurtbewoners sinds 1989 met ten minste eenderde gestegen is. “Volgens mij neemt u me in de maling”, zegt de vrouw als ze de bus in stapt.

Veel Apeldoorners hebben nog nooit van De Hooilanden gehoord, een buurt die in oppervlakte groter is dan de binnenstad van Amsterdam. Maar waar in de hoofdstad de verticale lijnen domineren, is een verblijf in De Hooilanden een horizontale ervaring; langgerekte weilanden, smalle lange paden, een handvol lage boerderijen en een hoogspanningsleiding die elk panorama domineert. En dan zijn er nog de snelwegen die begin jaren zeventig zijn aangelegd. Hoewel de buurt binnen de gemeentegrenzen van Apeldoorn ligt, zijn De Hooilanden door de A1 en de A50 buiten de fysieke grenzen van de stad komen te liggen. De corridors van de Randstad naar Duitsland en van het zuiden naar het noorden kruisen elkaar bij De Hooilanden. Hoe uitgestrekt de buurt ook is, het harde gezoem van het verkeersknooppunt is alomtegenwoordig, waar je ook staat.

“De snelwegen hebben de buurt in mootjes gehakt”, zegt mevrouw Van Ittersum, die bijna dertig jaar in de buurt woont. “Boerenfamilies zijn van elkaar gescheiden geraakt, omdat ze aan weerskanten van de weg kwamen te wonen.” Haar man is hoofd van de enige school van De Hooilanden. De basisschool is vernoemd naar de vorm van het kruispunt van de twee snelwegen: Het Klaverblad. Krap zeventig leerlingen heeft het christelijke schooltje dat in het 'hoekje' van De Hooilanden ligt. Pal voor de school ligt een boemelspoorlijntje. Aan de andere kant van het hoekje, een paar honderd meter verderop, liggen als in een halve cirkel de op- en afritten van de twee snelwegen. De rest van de buurt ligt aan de andere kant van de A1. De school Het Klaverblad vormt bij gebrek aan iets anders het sociale centrum van Het Hooiland, zoals de niet-geïmporteerde bevolking de buurt noemt. Vroeger was het hoofd van de school ook meteen de burgemeester van de buurt. Niet in de laatste plaats omdat in de 'ambtswoning' naast de school lange tijd de enige telefoon van de buurt hing, waardoor de burgervader alle buurtbewoners wel een keer over de vloer kreeg. Eén keer per jaar worden ergens in juli het schoolfeest, het buurtfeest en de viering van Koninginnedag op dezelfde dag gehouden in en rond het schooltje. “Verder hebben we hier nog de avondvierdaagse en een muziekgezelschap dat repeteert in Samuel, een soort buurthuis”, zegt schoolhoofd Van Ittersum terwijl hij naar de snelweg wijst, “aan de andere kant van de A1.”

Met de school en het buurthuis zijn de voorzieningen in De Hooilanden uitputtend opgesomd. Verder heeft de buurt niets, geen kruidenier, geen supermarkt, geen kinderspeelplaats of zelfs maar wipkip en geen politiebureau. De enige politieman van de De Hooilanden, K. van den Berg, zit in het politiebureau van het naburige Loenen en heeft nauwelijks omkijken naar zijn 'wijk'. Af en toe eens een inbraakje, of een kleine brand. “En verder zit er wel eens een dwarse boer tussen”, vertelt Van den Berg. “Zo eentje die zich anti-overheid opstelt en zijn eigen milieuregels maakt. Die boeren verdwijnen langzaam. Daarvoor in de plaats zijn de paarden gekomen.” En daar zijn er dan ook meteen heel erg veel van.

De paardenmensen, zo worden de nieuwe bewoners van De Hooilanden door de oude genoemd. De Hooilandse 'import', die nu ongeveer de helft van de bevolking vormt, komt vaak uit de Randstad. Tweeverdienende stellen tussen de dertig en veertig jaar die of in Apeldoorn zijn gaan werken, of voor wie de werkplek niet vast ligt. Het zijn mensen die ruimte nodig hebben voor de stallen en de buitenmaneges voor hun paarden. Volgens makelaar/boer H. Brummel van Wensink Makelaardij in Apeldoorn, gespecialiseerd in de agrarische sector, zijn acht van de tien nieuwe bewoners 'paardenmensen'. “'s Avonds en in het weekeinde gaat de stropdas af en hijsen ze zich in een smerige spijkerbroek. Het luchtje van het platteland interesseert ze niet.” Een stuk grond van één hectare verwisselt voor zo'n 450.000 gulden van eigenaar. “Een mooi plekkie inclusief boerderij gaat ruim over het miljoen”, is de ervaring van parttime melkveehouder Brummel. “Maar in De Hooilanden wordt de prijs geweldig gedrukt door die snelwegen.” De paardenmensen kopen de boerderijtjes van kleine boeren die ermee ophouden omdat ze het financieel niet meer redden of met pensioen gaan. Hun inkomen was betrekkelijk gering en daarvoor in de plaats komt de rijke import. Geen wonder dat het inkomen in de buurt flink is gestegen.

De invasie van de paardenmensen is daarvoor echter niet de enige verklaring. De kleine boeren verkopen hun bezittingen ook vaak aan de grote collega's die het al schaalvergrotend wèl redden en een behoorlijke inkomensstijging weten te bereiken. Een derde reden voor de stijging van het inkomen is dat de boerenzoons weliswaar de boerderij van hun vader voortzetten, maar daarnaast, zoals makelaar Brummel, ook in Apeldoorn gaan werken. De sector financiële dienstverlening is daar de laatste jaren tot uitbundige groei gekomen, met alle positieve werkgelegenheidseffecten van dien. De voltijdsboer is deeltijdboer geworden: 's morgens melkt hij de koeien, overdag is hij computerprogrammeur bij een verzekeringsmaatschappij en 's avonds zit hij op de tractor.

Boerenzoon W. Nieuwenhuis van de Kromme Dijk 16 werkt overdag als taxateur van onroerend goed. Het is nogal druk geweest, want hij heeft de taxaties achter de rug in het kader van de WOZ, de wet onroerendezaakbelasting. Nieuwenhuis woont zijn hele leven in de buurt en alle veranderingen laten hem volkomen koud. “Wij zijn nogal op ons eigen”, zegt hij als gevraagd wordt naar de omgang met nieuwe bewoners uit het Westen. Er is geen buurtzin en geen sociale controle, vindt hij. Liggen mensen dan wel eens maanden dood achter de voordeur? “Nee, hier wonen geen alleenstaanden.” Het enige waarover Nieuwenhuis zich opwindt is de zes meter hoger gelegen snelweg. In zijn geval de A1 waar hij pal tegenop kijkt. “Geluidsschermen? Tja, die bestonden nog niet toen die weg werd aangelegd.”

Zijn nieuwe buurvrouw Jurriëns, driehonderd meter verderop, woont er nog maar een paar maanden. “Rust en ruimte”, zegt ze als gevraagd wordt waarom het deze buurt is geworden. “Nou ja, rust. Dit was niet onze eerste voorkeur”, en ze kijkt naar de snelweg. Met de buren heeft ze nauwelijks contact, behalve die ene keer toen ze er net woonden en iedereen op de koffie kwam.

De rust mag in De Hooilanden dan betrekkelijk zijn, ruimte is er genoeg. In het gebied van zeventien vierkante kilometer wonen duizend mensen. Ongeveer evenveel als er tien jaar geleden ook woonden. En over tien jaar zullen het er niet veel meer zijn, want nieuwbouw is alleen toegestaan als het de gesloopte oudbouw vervangt. De eerste boerderijen zijn begin deze eeuw gebouwd. Voordien haalden de boeren die in de buurt van het westelijk gelegen Beekbergen woonden hun hooi van het laaggelegen stuk land dat nu De Hooilanden heet. De provincie Gelderland had grootse plannen met de buurt: daar zou het industriële hart van de Stedendriehoek (Deventer, Zutphen en Apeldoorn) moeten verrijzen. “Bekijk het maar”, sprak de Apeldoornse wethouder ruimtelijke ordening F. Buijserd tot de provincie. Buijserd, zelf Hooilander, wist de ambities te reduceren tot een veel kleiner industriegebied dat aan de andere kant van het spoorlijntje zal komen te liggen, tussen de grote wegen en recht tegenover de school Het Klaverblad. Ook wethouder Buijserd zal van zijn bestuurlijke overwinning kunnen genieten, want het industriegebied zal recht tegenover zijn huis komen te liggen.