De boze theepot

Al drie weken lag de Boze Theepot met zware griep in bed. Hij had hevige kramp in z'n benen, zijn oor klopte en suisde en als hij z'n tuit naar links of naar rechts bewoog, kreeg hij schele hoofdpijn. Zijn bediende, de Russische Samovar die hij ooit voor een zacht prijsje op de rommelmarkt op de kop getikt had en die hem trouwe dienst bewees, sleepte de ene kist met sinaasappels na de andere kist met citroenen aan.

“Tijdens mijn leven komt hier geen dokter over de vloer,” bromde hij tegen de Samovar. “In mijn familie bestrijden we de griep met hete grogs. Zijn er nog voldoende kratten rum, arak, cognac en jenever?” “De hele gang staat vol,” zuchtte de Russische Samovar. Hij boog zich voorover en trok de thermometer uit de Boze Theepot. Van schrik liet hij hem bijna op de grond vallen. “Zeven-en-tachtig graden! U kookt bijna.”