'Britse anti-Europese weifelmoedigheid is voorbij'

De Britse premier verwacht veel van het voorzitterschap van de EU. Niet alle regeringsleiders waarderen zijn veranderingsdrift.

LONDEN, 2 JAN. De wereld, in elk geval Europa, staat aan de vooravond van een politieke omwenteling. Het Verenigd Koninkrijk is sinds gisteren voorzitter van de Europese Unie en van de G-7, het elitecorps van geïndustrialiseerde landen. En de Britse regering koestert grote ambities als ze aan deze sleutelposities denkt.

“Groot-Brittannië heeft een missie als voorzitter van de Europese Unie: Europa teruggeven aan het volk”, verklaarde de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, al in november. Een maand later voegde hij daar nog aan toe dat Groot-Brittannië het presidentschap wil gebruiken “om een brug te bouwen” tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. De moeizame transatlantische verhoudingen konden een verkwikkende massage van Groot-Brittannië best gebruiken. “Tegen de tijd dat we het voorzitterschap in juli overdragen aan Oostenrijk, zal Groot-Brittannië weer een toonaangevende partner in Europa zijn”, zei Cook.

Bij voorbaat heeft de regering het Verenigd Koninkrijk alvast maar in het centrum geplaatst van het logo voor het Britse voorzitterschap, dat bestaat uit vijftien sterren die door kinderen zijn ontworpen, voor elke lidstaat één. Dat handelsmerk werd op vijf december onthuld door premier Blair in een passende omgeving: het winderige perron 24 van Waterloo International in Londen. Dat is het station waar de Kanaaltunneltrein uit Parijs en Brussel meerdere malen per dag arriveert.

Om te onderstrepen dat Groot-Brittannië zich niet langer voor continentale invloeden afsluit, verklaarde de eerste minister “dat ons voorzitterschap de mogelijkheid schept om te demonstreren dat het Verenigd Koninkrijk tegenwoordig een zware stem heeft in Europa en dat de besluiteloosheid, weifelmoedigheid en soms regelrecht anti-Europese gezindheid uit het verleden niet meer bestaan”. Met de overtuiging van de missionaris, die zijn binnenlands optreden ook vaak kenmerkt, beloofde hij Europa te leiden op een route die hij omschreef als “derde weg tussen de ouderwetse staatsinmenging en laisser faire”.

Bij zulke hooggestemde doelen dreigen de onderwerpen te verbleken die dit eerste halfjaar van 1998 officieel op de agenda van de Europese Unie staan, zoals de uitbreiding van de Unie en de vaststelling welke landen vanaf het eerste begin op 1 januari 1999 aan de Economische en Monetaire Unie mogen deelnemen. De Britse regering heeft bezworen dat ze er alles aan zal doen om van de Europese munt een grandioos succes te maken, ook al doet het Verenigd Koninkrijk voorlopig zelf niet mee.

Aan deze agenda heeft Groot-Brittannië nog een aantal prioriteiten toegevoegd, die pas volgende week donderdag tijdens een bezoek van de Europese Commissie aan Londen nader toegelicht worden. Het betreft bestrijding van de misdaad, bevordering van werkgelegenheid en bescherming van het milieu. Allemaal thema's die het dagelijks leven van de gewone Europeanen beroeren, volgens de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Dat is het soort zaken, vindt Cook, waarop de Europese Unie zich dient te concentreren. In plaats van zich te vermeien in discussie over “abstracties en instituten” waaraan de Unie al te veel tijd heeft verspild. Al belette deze opstelling Groot-Brittannië niet bij de laatste top in Luxemburg urenlang te delibreren over het instituut van de commissie (van ministers van Financiën) die op de monetaire unie toe moet zien.

Misschien verwacht Groot-Brittannië van het voorzitterschap wel te veel. De veranderingsdrift waarin Blair zijn Europese collega's wil laten delen, wordt niet door alle regeringsleiders gewaardeerd. De Duitse kanselier Kohl zou hem vorige maand tijdens de top in Luxemberg geïrriteerd hebben verzocht “eens op te houden met ons de les te lezen; je bent hier niet in Oxford”, aldus The Sunday Times. Kohl zou de Britse premier tijdens een diner ook het advies hebben gegeven om zijn diplomatieke vaardigheden aan te scherpen als hij in Europa iets wil bereiken.

Buitenlandse diplomaten in de Britse hoofdstad menen dat Groot-Brittannië het voorzitterschap moet benutten om het vertrouwen van de Europese partners te herwinnen dat door jaren van Conservatieve Euro-scepsis sterk is geschaad. Daarvoor, zeggen ze, hoeft de Britse regering niks anders doen dan de pro-Europese retoriek van na de verkiezingsoverwinning om te zetten in daden. Robin Cook beloofde “een nieuw begin in Europa van Groot-Brittannië”, Staatssecretaris voor Europese Zaken Doug Henderson kondigde een “actievere, constructievere” opstelling aan.

Buitenlandse diplomaten verwachten dat de Britse regering het voorzitterschap ook voor binnenlandse propaganda gebruikt. Het internationaal prestige van het Verenigd Koninkrijk moet opgevijzeld worden. Gedemonstreerd moet worden dat de Labourregering een prominente rol op het wereldtoneel speelt.

Verder wil de regering het voorzitterschap benutten om het diepgewortelde wantrouwen onder de bevolking tegen de Europese Unie te bestrijden. De Britse publieke opinie is al te lang gedomineerd door griezelverhalen over de bureaucratische mafia in Brussel. Een jaar geleden was nog 43 procent van de bevolking voor terugtrekking uit de Europese Unie, volgens een opiniepeiling van het bureau Gallup. De Britse regering zal de komende maanden onophoudelijk beklemtonen welke grote voordelen het lidmaatschap van de Europese Unie met zich meebrengt. Op die manier hoopt ze de weg te banen voor een Britse toetreding tot de Europese munt in een volgende regeerperiode.

Niet voor niets was het minister van Financiën Gordon Brown die in november een begin maakte met de campagne om tot een Britse herwaardering van de Europese Unie te komen. Hij pleitte voor de vorming van “een nationaal inzicht dat Groot-Brittannië baat heeft bij Europa en dat Europa voordeel heeft van het Verenigd Koninkrijk. “Onze geschiedenis laat niet alleen zien dat we altijd een Europese macht zijn geweest maar dat Groot-Brittannië daar altijd goede pragmatische redenen voor heeft gehad”, verklaarde Brown. “De notie dat Brits-zijn synoniem is met anti-Europees-zijn dienen we daarom te verwerpen.” De Britten moeten geen “toeschouwer worden bij de toekomstige ontwikkeling van Europa.”

Als voorzitter van de Europese Unie is Groot-Brittannië gedoemd om mee te doen en zelfs te leiden. Een rol die de regering gretig op zich neemt. Maar de historici herinneren zich maar al te goed de laatste keer dat Groot-Brittannië het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedde. Dat was in de tweede helft van 1992. De toenmalige premier John Major beloofde Groot-Brittannië “in het hart van Europa” te plaatsen. Totdat Black Wednesday de Britse regering dwong om het Europees Wisselkoers Mechanisme direct te verlaten en de rente op één dag met vijf procent te verhogen. Deze traumatische gebeurtenis heeft de anti-Europese sentimenten die in Groot-Brittannié al zo overvloedig aanwezig waren, nog eens hevig versterkt. In noodsituaties trekt het Verenigd Koninkrijk zich in een reflex achter kustlinies terug.