Bodies, Rest & Motion

Bodies, Rest & Motion (Michael Steinberg, 1993, VS). BBC2, 0.25-1.55u.

“Wat ik wil is hier noch elders te vinden, binnen noch buiten: 't bestaat niet.” De ontslagen tv-verkoper Tim Roth gooit het hoge woord eruit als Bodies, Rest & Motion al bijna is afgelopen. Hij heeft zijn huidige vriendin Bridget Fonda en zijn vorige vriendin Phoebe Cates dan al achtergelaten in een gat in Arizona. Hij heeft dan al vergeefs gezocht naar zijn ouders: die bleken verhuisd te zijn. Hij heeft dan al betekenis proberen te ontfutselen aan 'de wind': een Indiaan bij wie hij benzine pompte, gaf hem ontnuchterend te verstaan dat 'de wind' eenvoudigweg 'de wind' is. En hij is weer teruggekeerd in dat gat in Arizona. Zijn draai heeft hij nog steeds niet kunnen vinden.

Net zo min als de hasj-rokende huisschilder Eric Stoltz. Deze op het oog goedgemutste jongeman heeft nog nooit het gehucht in Arizona verlaten. Zijn vader placht immers te zeggen: “Als je lang genoeg op dezelfde plek blijft, dan weet het geluk je te vinden.” Maar deze huisschilder heeft dat aforisme nog niet praktisch mogen smaken. Weggaan of blijven, het dondert niet, nergens word je gelukkig van, zo lijkt de film te willen suggereren.

Bodies, Rest & Motion is een film over wat we omschrijven als 'de verloren generatie', de 'late baby boom' of de 'generatie X'. De lieden die, volgens de generatietypologie van de socioloog Henk A. Becker, werden geboren tussen 1955 en 1970. Wij zijn beklagenswaardig, hebben de jaren zestig niet mee mogen maken, houden van patat en televisie en grossieren in desillusies.

Bodies, Rest & Motion heeft geen sociologische pretenties. De film - zichtbaar een bewerking van een toneelstuk (van Roger Hedden) - weet waarover hij het heeft, maar daar blijft het bij. Regisseur Michael Steinberg (eerder voerde hij de co-regie van The Waterdance uit 1992) behandelt de materie omzichtig, vluchtig bijna, en ongedwongen, doelloos bijna. In zekere zin kun je dat stijlvast noemen.