Bluffer, autodidact en avonturier; Jack London (1876-1916)

Alex Kershaw: Jack London. A Life. Harper Collins, 305 blz. ƒ 78,40

In Berkeley, een zwoegende gemeente aan de overkant van de San Francisco Bay, wordt zijn nagedachtenis in ere gehouden met een Jack London Village ('Unusual shops, Historical Museums and fine dining on Oakland's Scenic Waterfront'). Er is een museumpje met foto's en eerste drukken in een vitrine. In het midden is een plein dat Jack London Square heet, nauwelijks meer dan een verlengstuk van de parkeerplaats. Eens per uur tuft er een vrachttrein langs, die ook echt ergens heen gaat. De belangrijkste bezienswaardigheid is Heinold's First and Last Chance Saloon, een oude houten bar die daar al meer dan een eeuw aan de haven staat. Hier begon Jack London, in zijn jongensjaren als oesterpiraat, zijn carrière als serieus drinker. Aan de muur hangen zijn foto's, achter de bar worden T-shirts verkocht en ansichtkaarten en een poster met de tekst die zijn grafschrift zou worden, inclusief de typerende zin I shall not waste my days in trying to prolong them. De kloof in de houten vloer, ontstaan tijdens de aardschok van 1906, is nooit gerepareerd.

Toen ik een keer, op reportage, de aanwezigen in de bar vroeg wie Jack London was bleek niemand ooit van hem gehoord te hebben. 'Ik dacht dat hij alleen maar een plein was,' zei een meisje. Ze kwam uit Ohio en was op vakantie. 'Hij was een schrijver,' hielp de jongen achter de bar voorzichtig. Er viel een pijnlijke stilte. Pas toen iemand op de juke-box een plaat van Fats Domino indrukte begonnen we weer te praten.

Jack Londons reputatie is een bizarre zaak. Loop langs een willekeurige boekenkast in het voormalige Oostblok en zijn werk zal niet ontbreken. Ik ken Russische en Poolse intellectuelen die nog steeds spontaan een blos op de wangen krijgen en met citeren aanvangen als zijn naam valt. In West-Europa wordt hij nog hier en daar in ere gehouden door oudere lezers met een achtergrond van dierenbescherming en socialisme. Maar in zijn geboorteland is zijn werk nagenoeg onbekend.

Toch blijven zijn liefhebbers, van meerdere generaties en nationaliteiten, insisteren dat zijn oeuvre een hoogtepunt in de Amerikaanse literatuur is. Op zijn landgoed in Sonoma County, Californië, vinden met regelmaat conferenties plaats van trouwe academici en andere bewonderaars die papers uitwisselen. Zijn werk is te vinden in goedkope omnibussen en tweedehands winkels.

Jack London was bluffer, autodidact, warhoofd, alcoholist, auteur van een paar tot de verbeelding sprekende boeken, en vooral iemand die een avontuurlijk leven leidde dat op zijn tijdgenoten al grote indruk maakte. Het bleef indruk maken, zelfs naarmate zijn oeuvre in de loop der jaren onleesbaarder werd. 'Een man te zijn betekent een MAN zijn met hoofdletters,' schreef hij en daar leefde hij naar. En aangezien hij naast onuitstaanbare ook onmiskenbaar sympathieke en idealistische trekken had, vonden en vinden velen het moeilijk het oeuvre anders dan in de rozige gloed van dat uitzonderlijke leven te beschouwen. London zelf besefte al na zijn dertigste dat zijn creatieve vermogens afnamen en hij zocht een uitvlucht in het hereboeren en avonturieren. I prefer living to writing, liet hij weten, en dat was in groeiende mate af te lezen aan wat hij op papier zette.

Misbaksel

O, hij kon een verhaal vertellen, dat is zeker. Nog steeds getuigen zijn beide honden-verhalen The call of the wild en White Fang daarvan, en de eerste helft van het merkwaardige misbaksel The Sea Wolf. Zijn reportages over de Engelse achterbuurten, The people of the abyss, zijn moeilijk leesbaar vanwege een niet meer van deze tijd zijnd pathos maar waren wél een van de eerste pogingen tot participerende journalistiek.

Zou London een beter schrijver zijn geweest als hij een jaar of twintig later was geboren? Zijn Britse biograaf Alex Kershaw stelt de vraag impliciet als hij beschrijft hoe London in zijn latere jaren Nietzsche en Darwin inruilde voor Jung en Freud en ze met dezelfde tomeloosheid verslond die de autodidact kenmerkt. Hij zou inderdaad gebaat zijn geweest bij een geavanceerder kennis van de psychologie, als hij tenminste bereid en in staat zou zijn geweest die ook op zichzelf toe te passen. Dan was John Barleycorn, zijn 'alcoholische memoires', een nog beter boek geworden en niet voorgoed vertekend door de pretentie dat het hier niet écht over de alcoholist Jack London ging.

Kershaw schetst Jack Londons leven inclusief alle overbekende details: zijn jeugd in Oakland, de liefde voor zijn zwarte baker, de schok toen hij ontdekte dat zijn vader niet zijn vader was. Zijn eerste avonturen als goudgraver in Alaska die hem de stof voor zijn beste werk opleverden; later zijn ontdekking van Nietzsche, Darwin en Kipling die hem tot doldrieste verering van de 'blonde beesten' zou voeren die als een herenvolk voorbestemd waren de wereld te leiden. Zijn filosofie van individualistische, superieure mannelijkheid viel alleen maar in zijn eigen hoofd te verenigen met een vervolgens al even intens beleden socialisme, waarvoor hij een gepassioneerd propagandist zou worden. De door Kershaw opgedoken uitbarsting 'What the devil! I am first of all a white man and only then a socialist!' was een typerende poging orde in zijn prioriteiten aan te brengen.

Het is allemaal nogal plichtmatig en schools opgeschreven door Kershaw en vooral waar deze zelf aan het psychologiseren gaat is het boek bijna niet te harden. Hij vertoont een manco waar Londons eerdere biografen ook al mee worstelden: ze neigen allemaal naar dezelfde ietwat verholen toon van bewondering en vergoelijking, met hier en daar een alinea van kritiek om een indruk van evenwicht te suggereren. De tweede helft van het boek is beter, met meer compassie verteld en met aandacht voor Londons zwaktes, vooral misschien omdat de biograaf daar zwaarder kan leunen op de memoires van Charmian Kittredge, de 'Mate Woman' van de laatste helft van Londons leven. Het blijft een intens triest verhaal; hij haalde maar net de veertig, deze man die zo trots op zijn fysiek was geweest, en verhaastte zijn eind door een paar rauwe eenden per dag te verslinden. De fysieke aftakeling vond een pendant in de passie waarmee hij zijn droompaleis Wolf House bouwde, dat de nacht na voltooiing tot aan de grond afbrandde - de ruïnes staan er nog steeds.

Nul informatie

Toch is er nauwelijks een reden voor dit boek, behalve het op zich sympathieke motief van het oprakelen van de belangstelling voor een schrijver wiens leven avontuurlijk was, wiens persoonlijkheid kinderlijk en stormachtig en wiens oeuvre hopeloos gedateerd. Kershaw is niet in staat tot of niet geïnteresseerd in een kritische revaluatie van zijn oeuvre, hij citeert houterig contemporaine critici waar hem dat uitkomt en voert nul informatie aan die ook maar enig nieuw licht op Londons leven of oeuvre doet schijnen. Wat een belangstellende London-lezer allang wist, uit de biografieën van Andrew Sinclair en Irving Stone, uit de memoires van dochter Joan, de opgeblazen introductie van Philip Foner bij de bloemlezing van zijn 'sociale' geschriften, en vooral het meesterlijke hoofdstuk over hem in Kevin Starrs Americans and the California Dream (en dus niet Californians and the American Dream zoals Kershaw het boek noemt) wordt hier niet aangevuld of in een ander licht gesteld. De belofte op de omslag dat 'Kershaw diep in de archieven is gedoken' is een beetje ranzig als men bedenkt dat er niets te duiken viel: bijna alles was al bekend en opgeschreven door anderen.

Des te merkwaardiger dat de filmrechten van dit boek al voor verschijning waren verkocht. Dat is me een raadsel: al bijna een eeuw geleden schreef Jack Dunn dat Londons leven 'net zo heroisch was als dat van zijn romanfiguren'. Tijdens zijn leven was hij een legende, de kranten coverden elke stap die hij zette, zijn zeereizen, zijn huwelijksleven, zijn dramatische dood werden breed uitgemeten, en sindsdien is dat een van de weinige dingen die een groter publiek nog van deze schrijver weet. Zelfs nu bijna niemand hem meer leest is menigeen, zeker in 'zijn' staat Californië, er tenminste van doordrongen dat Jack Londons levensverhaal zijn boeiendste was. Daar was deze biografie niet voor nodig.