Liever sterven in de boot dan lijden op de 'ergo'

In Amsterdam werden zaterdag de Open Nederlandse Ergometer Kampioenschappen gehouden. Aan de jaarlijkse krachtproef beleven maar weinig roeiers plezier. “Hier ga je anders dood dan in een boot.”

AMSTERDAM, 15 DEC. Zzsszz, zzsszz. Bij het repeterende suizen van tientallen in slagorde opgestelde roei-ergometers speurt bondscoach Kris Korzeniowski naar nieuw talent. De architect van de nieuwe mannen-acht laat zijn blik glijden over potige kerels, spiedend als een arend op zoek naar een prooi.

De Amerikaan van Poolse afkomst is naar de Apollohal in Amsterdam gekomen om krachtbronnen voor zijn boot te recruteren, guys with power. De ronselaar is gewapend met stencils, gericht aan 'de atleten' en hun clubcoaches. Hij houdt de roeiers die zich afmatten op de roeimachines een vette worst voor. 'Droom je van de Olympische Spelen, wil je in een nieuwe Holland Acht', heeft hij in hoofdletters op het A-viertje geschreven. 'Wie zegt dat je er nog niet klaar voor bent, wie zegt dat je techniek niet goed genoeg is en dat je nog een paar jaar moet wachten?'

Aan het einde van de zaterdagmiddag is er één onbekende roeier die de bondscoach tot groot enthousiasme heeft weten te verleiden. Korzeniowski pakt de uitslagen erbij en wijst de naam aan van de winnaar in de overgangsklasse, Geert-Jan Derksen. Het lid van roeivereniging Okeanos legde de tweeduizend meter op de ergometer af in 5.58.9 minuut. “Hij is sterker dan wie dan ook op bakboord in de acht van het afgelopen jaar”, zegt de coach.

Dat was goed voor een plaats in zijn selectie, zoals hij in zijn stenciltje had beloofd: “Wie op de ergometer onder de 5.57 scoort, krijgt automatisch een plaats in de eerste acht met stuurman, wie onder de 6.05 blijft, wordt automatisch in de selectie van de acht opgenomen.”

Om de acht te kunnen uitbouwen tot een waardige opvolger van de boot die goud won bij de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta, heeft Korzeniowski allereerst kracht nodig. Show me power and you are in my group, luidt zijn lokroep. De techniek van het roeien acht hij ondergeschikt. “Natuurlijk hebben we ook techniek nodig, maar dat is een eenvoudige klus. Techniek kun je aanleren, kracht niet.”

De acht presteerde in september goed bij het WK roeien, zegt Korzeniowski, “maar we waren drie seconden langzamer dan de rest. De jongens uit de Amerikaanse acht scoorden op de ergometer allemaal onder de zes minuten, bij ons maar één. Met iets meer power zitten we op een medaille.” Korzeniowski oogstte op de Ergometer Kampioenschappen één nieuw talent. Voorlopig is hij dik tevreden. “Als ik de zwakste in de acht voor de sterkste kan ruilen, is de boot al één of twee seconden sneller.”

De open uitnodiging werd door het 21-jarige talent Derksen niet zonder meer geaccepteerd. Tot spijt van de bevlogen bondscoach, die weer op een muur van Nederlandse nuchterheid stuitte. Derksen kan rond de Kerst mee op trainingskamp naar Hengelo en in februari naar Sevilla, maar hij hield de boot nog even af. “Hij reageerde voorzichtig, een beetje sceptisch. Misschien was hij wel overweldigd, of verrast door zijn eigen progressie. Misschien weet ie zelf niet hoe getalenteerd hij is. Maar goed, hij moet het zelf willen. Free country, democratic system, zeg ik altijd maar.”

Behalve het mondjesmaat aanstormende talent zijn er de jongens die al deel uitmaken van de mannen-acht en er alles voor over hebben om de lange weg naar de Olympische Spelen van Sydney in 2000 met succes te volbrengen. Geert Cirkel bijvoorbeeld, zaterdag winnaar bij de senioren-B. De 19-jarige roeier uit Dordrecht, lid van Orca in Utrecht, werd bij de vorige editie van de indoor roeikampioenschappen ontdekt. Hij bracht destijds het nationaal juniorenrecord op 6.10 minuut. “Ik ben daarna gebeld door Jan Klerks (coach scullers, roeiers met twee riemen, red) en door Kris, met wie ik meteen op trainingskamp kon naar Sevilla. Omdat de competitie bij het scullen zo groot was, en nog steeds, koos ik voor het boordroeien. Leek me leuker.”

Dit jaar trok Cirkel zich op de 'ultieme conditiemachine' in 6,02 minuut over de denkbeeldige eindstreep. Vrijblijvend was zijn prestatie allerminst. “Kris formeert weer een nieuwe groep. Dat is ook de kracht van zijn systeem. Omdat je plek nooit zeker is, is er een bikkelharde concurrentie. Ik ben hier dus omdat ik in de selectie wil blijven.”

Acht uur per week traint Cirkel op de ergometer. Als hij 's ochtends uit bed stapt, is het zijn eerste bezigheid. “Ik heb er eigenlijk de pest in, maar de ergometer is ontzettend belangrijk, omdat je jezelf er meetbaar op kunt verbeteren. In de boot heb je met de wind te maken, met de stroom en zoveel andere dingen; hier word je op je eigen resultaten teruggegooid.” In de woorden van Korzeniowski: “In de boot kunnen roeiers zich verstoppen, kunnen ze een ander de schuld geven als het niet goed gaat. Daarom haten veel roeiers de 'ergo', omdat je direct feedback hebt.”

Cirkel prefereert “doodgaan” in de boot boven het lijden op de roeimachine. “Hier ga je ontzettend stuk. Je kan je eigen tijd bijna niet lezen. Bovendien heb je een virtuele tegenstander, het is niet echt. In de boot heb je tenminste een tegenstander om in de gaten te houden. Daar hoor je het water, het suizen, en heb je de opwinding van de wedstrijd. Hier zit je in een tunnel en wil je zo snel mogelijk naar het einde.”

    • Ward op den Brouw