Dit is een artikel uit het NRC-archief

Human interest

Edelachtbare, zit het oor van een kopje links of rechts?

“Dat een rechter alleen beslist op grond van juridische argumenten is een utopie. Ook een rechter is een mens en doet dus aan beeldvorming op grond van emoties. Via training kun je de beeldvorming van de rechter beïnvloeden. In de rechtszaal gaat het om twee verhalen: de advocaat staat tegenover een collega of tegenover de officier. Een van deze verhalen zal de rechter het beste vinden. Dat wordt dus deels besloten op basis van subjectieve percepties. Als je daar goed op inspeelt, dan stijgt de kans aanzienlijk dat jouw verhaal het wint.”

André van Leijenhorst, 's lands eerste trial consultant, coacht en traint advocaten in het 'rechtergericht communiceren'. In zijn cursussen 'De aandacht van de rechter krijgen en houden' en 'Communiceren met lastige rechters' heeft hij tal van trucs in petto waarmee op het onderbewuste van de magistraat kan worden ingespeeld.

Advocaten, zo weten we al enige jaren, worden steeds agressiever. Nu blijkt dat ze werkelijk geen enkel middel onbenut laten om hun zaak te winnen. Van Leijenhorst: “Laatst vroeg een advocaat mij een communicatief profiel te maken van een kantonrechter die te boek staat als nors en arrogant. In zo'n profiel analyseer ik zijn taalgebruik en gebarentaal. Tevens maak ik een schets van zijn 'beslissingsstructuur'. Voor de advocaat kan dat alles van groot belang zijn, net als kennis over de hobby's en de persoonlijke levenssfeer van de rechter. Aan dat laatste kan de advocaat zijn metaforiek aanpassen. Weet je dat de rechter een enthousiast schaker is, kun je op de officier reageren met 'de poging van de officier om mij schaakmat te zetten zal weinig succes hebben' of 'mijn argumenten dwingen hem blijkbaar tot een haastig uitgevoerde rokade'. De rechter weet uiteraard niet dat de advocaat weet dat hij schaakt. Zo werken dergelijke metaforen in op zijn onderbewustzijn.”

Sociaal-psycholoog Van Leijenhorst is directeur van een communicatiebureau in het Brabantse Rijsbergen en heeft een verleden in het neuro-linguïstisch programmeren, de communicatieleer die zich concentreert op non-verbale communicatie. Van Leijenhorst: “Ik gaf advocaten al langer algemene communicatietraining maar miste de expertise om ze specifieke training te geven in het communiceren in de processituatie. In Nederland bleek deze kennis niet voorhanden.”

Hij ging op zoek op Internet en er ging een wereld voor hem open: in de Verenigde Staten ondekte hij de American Society of Trial Consultants, de ASTC. Trots laat hij de brochure zich: temidden van de 400 consultants uit alle Amerikaanse staten staat ook zijn naam. Van Leijenhorst: “Ik ben de enige officiële trial consultant buiten de Verenigde Staten.”

Na een 'berg studiewerk' is hij in augustus van dit jaar actief geworden op de Nederlandse markt. Van Leijenhorst: “De reacties zijn nogal wisselend. Van 'wat je doet is veel te Amerikaans' tot 'wat goed dat je dat doet; in de States zijn ze inderdaad veel verder met dit soort dingen dan wij.”

Wat leert Van Leijenhorst de advocaten die bij hem op cursus komen? De consultant: “Buitengewoon veel. Zoals het kiezen van een goede openingszin. Hoe veel advocaten beginnen met een variatie op 'Goedemorgen meneer de president. Ik ben van mening dat...' Zo'n begin is dom en onnodig. Je moet nooit beginnen met een verwijzing naar jezelf, dus met 'ik', maar met een verwijzing naar de rechter. Dus met iets als 'Uw vonnissen in het arbeidsrecht worden altijd met respect becommentarieerd, maar...' ”

En dit is nog maar het begin. Van Leijenhorst heeft veel subtielere wapens in petto. Zoals het leerstuk van de 'visuele lokalisatie'. Van Leijenhorst: “Advocaten leren nog altijd ingetogen om te gaan met gebarentaal. Dat is fout. Maar als je het doet, moet er wel een beleid achter zitten. Stel dat de officier een goed argument geeft waarmee de strafpleiter behoorlijk in zijn maag zit. Dat argument kun je dan ontdoen van een deel van zijn kracht door het in pleidooi uit te beelden door je linker hand naar beneden te bewegen met de rug van je hand naar boven. Je eigen tegenargument beeld je vervolgens uit door de rechterhand op te heffen met de geopende handpalm naar boven. Dit noemen we visuele lokalisatie. Het beste is het als het gezicht van de rechter met je bewegingen meekijkt. Dan komt de onbewuste beïnvloeding immers het best tot zijn recht.”

Ook 'retorica op maat' behoort tot het dienstenpakket. Van Leijenhorst: “Laatst had een cliënt een rechter die bekend staat als buitengewoon formeel. Voor twijfel aan bewijslast is bij hem weinig ruimte. Ik heb mijn cliënt aangeraden zijn betoog filosofisch te beginnen met de vraag 'Wat is zekerheid? Is er een of zijn er meerdere waarheden? Zit het oor aan een koffiekopje aan de linker- of aan de rechterkant? Is er in dit leven niet eerder sprake van schijnwaarheid op basis van ieders indivuduele perceptie?' Deze aanpak had overigens geen succes. Volgende keer laat ik mijn cliënt misschien een koffiekopje meenemen en direct aan de rechter vragen: edelachtbare, zit het oor links of rechts? Het gaat tenslotte om de impact.”

Van groot belang is ook het slot van het pleidooi. Van Leijenhorst: “Hierin moet je antwoord geven op de in het begin gestelde vraag. Dus: 'Zoals u ziet, edelachtbare: er is nooit sprake van een enkele, ondubbelzinnige waarheid.”

Op zijn eerste cursus hebben vijf advocaten ingeschreven, volgens de consultant 'slechts het begin'. Onze rechtsspraak is in snel tempo aan het 'veramerikaniseren' en dus lijkt er best wat te zeggen voor de stelling dat 's lands advocatuur op Van Leijenhorst zit te wachten. In de Verenigde Staten gebeuren op dit terrein de gekste dingen. Zo heeft Van Leijenhorst in het clubblad van de ASTC gelezen over Sueann Ingle. Van Leijenhorst: “Zij heeft een bedrijf dat maar één ding doet: het presenteren van ingewikkelde materie op sheets op zo'n manier, dat de jury denkt een 'wetenschappelijke visualisatie' te zien. De sheets zijn echter zo gemanipuleerd, dat de jury wordt gewonnen voor het standpunt van de verdediging. In Nederland zouden advocaten trouwens ook veel meer gebruik moeten maken van sheets of andere objecten.”

Een andere aardige truc die hij daar zag richtte zich op het getuigenverhoor. Van Leijenhorst: “De trial consultant had zijn cliënt aangeraden om tijdens het verhoor van zijn getuige een lichtbeeld achter hem te projecteren met daarop al zijn diploma's en kwalificaties. De jury zag tijdens het verhoor dus steeds dingen op de muur staan als: cum laude afgestudeerd op Harvard, onderscheiden met die en die medaille door de marine, voorzitter van dat en dat comité, etc. Hierdoor krijgt het verhaal van de getuige veel meer kracht, waardoor de jury verregaand kan worden beïnvloed.”

Volgens Van Leijenhorst vindt er in Amerika een levendige handel plaats in databases met de communicatieve profielen van rechters. De consultant: “In Nederland gaan we dat ook krijgen, zeker weten.”

Een ontwikkeling uit de VS die hier al opgeld maakt, is de courtroom coaching. Van Leijenhorst: “Dat betekent dat de advocaat tijdens het proces beschikt over een coach in de zaal die hem aanwijzingen kan geven of hem tijdens schorsingen tactisch bij kan praten. Zelf heb ik dit hier al enkele keren gedaan.”

Zet Van Leijenhorst geen ethische vraagtekens bij dit soort activiteiten? “In Amerika is het beroep van de trial consultant algemeen gerespecteerd. Wat wij advocaten leren is intentionele beïnvloeding van de rechter. We reiken onze cliënten gewoon extra middellen aan voor het bereiken van hun doel. Bovendien ben ik door de Nederlandse Orde van Advocaten erkend. Scholing in het beïnvloeden van de rechter heeft dus officiële support.”