Een kaakslag aan het Belgisch kolonialisme; Vincent Rouffaer over zijn televisiedrama-serie over Kongo

De zwarte acteurs in de Vlaamse-Nederlandse televisiedrama-serie Kongo komen uit Zimbabwe. “Als je ziet hoe de zwarte acteurs en figuranten de blanken bekijken en benaderen, dan voel je toch hoe de zwarte hun optreden beziet.” Volgens regisseur Vincent Rouffaer herkenden de acteurs in het verhaal over Kongo hun eigen, recentere dekolonisatie-geschiedenis.

De eerste aflevering van Kongo is vanavond te zien bij de NPS op Nederland 3, 21-22u. Wie niet een week wil wachten op aflevering twee, kan daarvoor zondagavond terecht op BRT1, 20.35-21.25u. Het scenario van de serie is omgewerkt tot een boek; Martin Heylen, Kongo. Uitgeverij Houtekiet/Fontein , Antwerpen/Baarn, 217 pp. Prijs: ƒ 29,90. In het Nationaal Scheepvaartmuseum van België (Steenplein 1, Antwerpen) is ter gelegenheid van de tv-serie een tentoonstelling ingericht over de 'villeboten' die uit Antwerpen met de Kongo de verbinding onderhielden. (Open van 10-17u, beh op ma, 25/12, 26/12, 1/1 en 2/1.)

Al zijn BRT en NPS nog maar net aan de uitzending van zijn zevendelige televisieserie Kongo begonnen - regisseur Vincent Rouffaer heeft reeds grootse, verdere plannen. “Het moet hierbij niet blijven”, zegt hij in een Brussels café over de serie, die een liefdesaffaire in de laatste dagen van het koloniaal bestuur over Kongo als onderwerp heeft. “Ik heb een veel groter project in de zin, dat de hele geschiedenis van de Belgische Kongo zou moeten beslaan: vanaf 1882, toen koning Leopold II de Kongo als privébezit in handen kreeg, tot en met de eerste jaren na de onafhankelijkheid van 1960, toen de Belgische kolonialen moesten accepteren dat de zwarten er de macht in handen hadden”.

Het scenario voor een nieuwe serie van zeven afleveringen over de periode 1882 tot 1908, het jaar waarin de Belgische staat 's konings bezit in Afrika overnam, is al geschreven, en de periode 1908-1936 bestaat in synopsis. Nu nog financiering.

De Vlaming Vincent Rouffaer (1951) is geslaagd waar Nederlanders, met de tv-serie In naam der koningin of de speelfilm Gordel van smaragd ten aanzien van Nederlands-Indië de afgelopen jaren faalden: hem lukt het een spannend, mooi gefilmd en romantisch liefdesverhaal te vertellen dat speelt in een koloniale situatie, en dat tegelijkertijd een impliciete, vernietigende kritiek van de koloniale praktijk behelst. “Een kaakslag aan het kolonialisme moest het zijn”, zegt Rouffaer, “maar dan zonder belerend te zijn. Ik ben steeds bezorgd geweest dat men zou zeggen: het is slechts een liefdesverhaal met een beetje couleur locale. Maar als het alleen maar een politiek pamflet zou zijn, haakt de kijker af. Als het goed is, sijpelt kritiek mee met de vertelling”.

De serie Kongo beslaat in zijn huidige vorm de periode tussen 1945, als na vijf jaar verbroken contact tussen de kolonie en la mère patrie voor het eerst weer verse kolonialen de gang naar Afrika ondernemen, en 1960, het jaar van de onafhankelijkheid. We volgen een net afgestudeerd koloniaal ambtenaar, Guy Moyaert (Lucas van den Eynde), die voor het eerst naar Afrika vertrekt, vervuld van humane ideeën die mede zijn ingegeven door de oorlogservaring in België. Als een soort moderne Max Havelaar raakt hij al gauw verscheurd tussen zijn idealen en de taken waarvoor hij zich als 'gewestbeheerder' gesteld ziet, en die onder meer impliceren dat de belangen van de plaatselijke, Belgische mijnbouwmaatschappij voor de belangen van de Kongolezen gaan.

De kracht van de serie is vooral, dat het hele verhaal verteld wordt in termen van persoonlijke verhoudingen: tussen de leden van de blanke gemeenschap ter plaatse, waarin de mannen hebben gekozen voor een koloniale carrière maar de vrouwen er zo'n beetje bijhangen; tussen de blanken die 'begrip' hebben voor de zwarten en de kolonialen die in hen alleen maar werktuigen zien; tussen de blanken en de zwarten in het algemeen, waarbij de eersten bij de anderen een dociliteit constateren die hen goed uitkomt, maar tegelijkertijd verontrust.

Kongo kent weinig helden: onder de blanken niet, maar evenmin in de vorm van zwarte Kongolezen die erin slagen het koloniale juk af te werpen. Rouffaer: “Ik vertel het verhaal vanuit de blanken. Hoe de zwarten de macht veroverd hebben was niet mijn verhaal. Dat zou ook moeilijk geweest zijn, want anders dan in jullie Nederlands-Indië is er in Kongo eigenlijk geen sprake geweest van een geleidelijke bewustwording onder de gekoloniseerden.

“De gedachte dat het uit moest zijn met de meester-knecht verhouding is in de Kongo vrij plotseling opgekomen, zo'n beetje van de ene dag op de andere. In 1958, bij de Wereldtentoonstelling in Brussel, kregen sommige évolués, zoals men zei, zwarten dus die konden lezen en schrijven, de gelegenheid om België te bezoeken. Ze zagen al die gebouwen, vliegtuigen, auto's en bij terugkeer maakten ze amok. Toen was het met het koloniaal bestuur vlug afgelopen. Op zich was dat ook een enorm probleem, want de Belgen hadden niet of nauwelijks zwarten opgeleid tot boven het niveau van de lagere school dus er was geen kader. Onze koloniale geschiedenis is een heel andere dan die van jullie in Nederland”.

Oud-kolonialen

Het project Kongo lag bij de Vlaamse omroep BRT al sinds 1984 in een bureaulade. Over het koloniale verleden zijn in Vlaanderen wel documentaires gemaakt, maar niets in dramavorm. Waarom er met het scenario tien jaar niets gebeurde, is Rouffaer niet geheel duidelijk: “Te duur en te ingewikkeld, neem ik aan. Draaien in de Kongo zelf was ook niet zo'n realistische optie, gezien de staat waarin het land verkeerde. Misschien was er ook huiver voor de reactie van oud-kolonialen. Veel oud-kolonialen waar ik contact meezocht, waren over het algemeen kritisch gestemd”.

Rouffaer was vanaf 1976 als regisseur in vaste dienst bij de BRT, en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor talrijke tv-spelen en series. In 1990 koos hij voor het freelance-bestaan en maakte onder andere een aantal documentaires in de Derde wereld. “En altijd aasde ik op dat project Kongo”, vertelt hij. In 1994 kwam het weer bovendrijven, nu als een co-productie tussen de BRT, Filmnet (thans Canal+) en Favourite films van producent Dirk Impens, het best bekend als producent van de speelfilm Daens. Die drie partijen gingen elk op zoek naar verdere financiers om de ongeveer tien miljoen gulden te vergaren waarmee Kongo kon worden gemaakt - hetgeen op de aftiteling de komende zeven weken een bonte stoet oplevert: France3, de Waalse RTBF, diverse film- en televisiefondsen in Nederland en België.

En vooral natuurlijk de Nederlandse NPS, die de serie ongeveer tegelijk met de BRT (maar na Canal+) uitzendt en veel invloed heeft gehad op het uiteindelijk resultaat. Zo is de muziek van de Nederlander Henny Vrienten en is de serie, overeenkomstig de eisen van de NPS 'voor meer dan 65 procent in algemeen verstaanbaar Nederlands'. “Desondanks heeft men er bij de NPS voor gekozen om voor Nederland de hele serie te ondertitelen”, vertelt Rouffaer, niet alleen dus het Frans en de Afrikaanse taal die erin gesproken wordt, maar ook het voor een Noord-Nederlander inderdaad uitstekend te volgen Vlaams. “Maar dat stoort mij niet, als dat er toe bijdraagt dat men in Nederland niet wegzapt”, zegt de regisseur.

Het is in ieder geval een betere oplossing dan die van de Waalse RTBF, die Kongo al heeft vertoond en alle Vlaams in het Frans bleek te hebben nagesynchroniseerd. “Maar alleen het Vlaams, bij Frans en de Afrikaanse taal gingen ze terug naar de originele geluidsband, zodat alle personnages over twee verschillende stemmen beschikten”.

Rouffaer was aanvankelijk bezorgd dat de NPS zou aandringen op Hollandse acteurs, maar dat viel mee. Het is er tenslotte één geworden: de uit Suriname afkomstige Dennis Rudge. Hij speelt de évolué die de gewestbeheerder terzijde staat en zich tegelijkertijd in toenemende mate bewust wordt van zijn Afrikaanse roots. “Het bleek onmogelijk om in België een zwarte acteur te vinden die die rol kon spelen”, vertelt Rouffaer. “Er zijn hier wel zwarte acteurs, maar die zijn Franstalig”.

Zimbabwe

Aan het opnemen van de serie in de voormalige Belgische kolonie, inmiddels Zaïre geheten, viel niet te denken. “Dat land is politiek en monetair veel te instabiel om er zo'n omvangrijke onderneming tot een goed einde te brengen”. Ook andere, wat betreft het landschap vergelijkbare, landen als Kameroen vielen om die reden af. Het werd het hoogland van Zimbabwe, waar een infrastructuur bestaat voor het opnemen van buitenlandse speelfilms. Alle figuranten in de serie, van welke huidskleur dan ook, zijn Zimbabweanen, en ook tachtig procent van de andere medewerkenden (licht, grime, art-department) kwam uit Zimbabwe, zij het steeds onder Belgische leiding.

Tevens Zimbabweaans zijn de auto's uit de jaren '50 in de serie, waarvan Rouffaer zegt dat ze 'een nagel aan mijn doodskist' zijn geweest. “Ze gingen steeds stuk, en bovendien moesten we bij alle het stuur verplaatsen, want Zimbabwe rijdt links, terwijl het verkeer in de Kongo rechts hield. En later moesten ze dan in de oorspronkelijke staat hersteld worden. Er is er ook een, tijdens een opname, pardoes een ravijn in gegleden. Maar wat denk je? Geen deuk.

“Dat ik in de jaren voor Kongo veel door Afrika ben gereisd, heeft me tijdens de opnamen erg geholpen. Je moet alles onder controle houden, als je iets delegeert ben je het kwijt. Nochtans had ik altijd het gevoel op vakantie te zijn: de ondergaande zon, de beesten die je ziet, de impact van de natuur. Als je hier in België draait en er gaat iets mis, dan zeurt dat door. Je rijdt na de werkdag naar huis en ziet alleen maar dingen die je nog meer ergeren. Daar ga je fluitend naar huis en wordt de volgende dag op een andere manier wakker”.

Dat de film in Zimbabwe werd opgenomen, maakte een grondige herziening van het scenario noodzakelijk. “De handeling is voor een belangrijk deel van de stad naar het platteland verplaatst, want een Belgische koloniale stad in art nouveau herbouwen, zou zo'n beetje ons hele budget opgeslokt hebben. Ook speelden in de Kongo de brede rivieren een belangrijk rol, maar die heb je niet in Zimbabwe”.

Zes maanden hebben de opnamen geduurd, van eind januari tot in juli 1996, 'in de regentijd, want dat is de enige periode dat Zimbabwe zo groen is als de Kongo'. In die tijd heeft het hele circus zich over een afstand van 600 kilometer verplaatst. De filmopnamen op super-16 werden naar Amsterdam gevlogen om er te worden ontwikkeld en er kwamen kopiën terug op digitale Betacam, zodat Rouffaer en de zijnen konden zien of het er allemaal goed opstond alvorens naar de volgende locatie te verhuizen.

De centrale acteurs vertoefden permanent in Zimbabwe. Die voor de kleinere rollen vlogen een aantal malen heen en weer, onder wie de vader van de regisseur, de ook in Nederland bekende acteur Senne Rouffaer, wiens bijdrage in de montage is gesneuveld. Er is trouwens in de montage nog meer veranderd: het scenario voorzag in een uitgebreid exposé van de achtergronden van de Belgische hoofdpersonen - de enige scènes die buiten Zimbabwe waren opgenomen. Rouffaer heeft dat exposé drastisch bekort en begint de eerste aflevering nu met een mijnstaking onder de zwarte arbeiders in de Kongo.

Bij de montage kwam trouwens ook nog iets anders aan het licht, vertelt de regisseur. “Als je ziet hoe de zwarte acteurs en figuranten de blanken bekijken en benaderen, dan voel je toch hoe de zwarte hun optreden beziet”. Misschien hangt dat onverwachte effect samen met het feit dat de zwarte medewerkers in Zimbabwe tijdens de opnamen het verhaal van Kongo in hoge mate als een reflectie van hun eigen, meer recente dekolonisatie-geschiedenis beschouwden, denkt Rouffaer. “In ieder geval was die inkleuring van de opinie van de zwarten in het scenario niet voorzien, terwijl hij in de gemonteerde afleveringen heel duidelijk is”.

Rouffaer popelt om terug te gaan naar Zimbabwe voor de overige 21 afleveringen. “Het zal ook wel lukken die te financieren, want de huidige serie is al naar zeven landen verkocht. Alhoewel, dat geldt vooral voor de twee series die tussen 1882 en 1936 moeten spelen. Voor de laatste, die zou moeten laten zien hoe Belgische kolonialen onder zwart bestuur probeerden hun plantages te exploiteren totdat ze in 1978 het land moesten verlaten, proef ik bij de BRT en de NPS nogal wat terughoudendheid. Vreemd is dat”.