De raadselachtige economie van Suriname

Het ging even goed met Suriname, maar de nieuwe regering is nu druk bezig door hoge uitgaven de verworven financiële stabiliteit en de groei van de productie te ondermijnen. Een groot aantal Surinamers lijkt zich intussen toch veel luxe te kunnen permitteren. Waar ze dat van doen is niet helemaal duidelijk.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) toonde zich in maart van dit jaar nog heel tevreden over de “indrukwekkende prestatie” van Suriname op het gebied van de inflatie. Na een hoogtepunt van 587 procent eind 1994 werd de inflatie in 1996 tot nauwelijks één procent gereduceerd. Dat was de prestatie van de vorige regering onder aanvoering van president Venetiaan.

Het succes was volgens het IMF de vrucht van een strak budgettair en monetair beleid alsmede van een verbeterde belastinginning. De bankbiljettenpers was niet langer de belangrijkste financier van de overheid. De economische groei bedroeg in 1995 volgens het IMF vijf procent. In 1996 liep de groei terug tot zo'n drie procent.

In het vertrouwelijke IMF-rapport stond echter ook een harde waarschuwing aan de nieuwe regering van president Jules Wijdenbosch voor het weer oplopen van overheids- en betalingsbalanstekort en inflatie. Beloften aan ambtenaren over salarisverhogingen met de helft en tekortschietende belastingmaatregelen zouden de macro-economische stabiliteit ernstig ondermijnen.

Het IMF waarschuwde ook voor een versoepeling van de kredietverlening. Dat zou de betalingsbalans verslechteren, de deviezenvoorraad verder uitputten en de inflatie weer aanwakkeren.

De regering-Wijdenbosch had aangekondigd dat het structureel aanpassingsprogramma is gestopt en vervangen door een 'nationaal reconstructieplan'. Maar over de inhoud ervan tast iedereen nog steeds in het duister. Intussen doet de regering veel dingen die het IMF juist heeft afgeraden. Ook het advies om de aanwezigheid van buitenlandse (lees: Nederlandse) belastingdeskundigen “geleidelijk” te verminderen werd in de wind geslagen. De Nederlandse fiscalisten, die sterk bijdroegen aan de verbetering van de belastinginning, werden door Paramaribo als ongewenste 'pottenkijkers' per direct naar huis gestuurd.

Volgens ingewijden blijven de opbrengsten van de inkomstenbelasting intussen bij de verwachting achter. Tegelijkertijd dreigen de Nederlandse hulpgelden, goed voor meer dan een vijfde van de Surinaamse overheidsbegroting, weg te vallen door de verstoorde relatie tussen Paramaribo en Den Haag.

Het onafhankelijke Britse Warwick Research Institute, dat op verzoek van Paramaribo jaarlijks als monitor van de Surinaamse economie optreedt, waarschuwde geen grote overheidsinvesteringen te doen bij gebrek aan gezonde financiering. Toch sloot de regering-Wijdenbosch een contract met Ballast Nedam voor de bouw van bruggen over de Surinamerivier en de Coppename voor in totaal 136 miljoen (Nederlandse) guldens. Hoe de bruggen moeten worden betaald is nog steeds onduidelijk. Intussen worden leningen in het buitenland afgesloten.

Gemeten naar de aanwezigheid van de natuurlijke hulpbronnen staat Suriname zeventiende op de ranglijst van de Wereldbank. Bauxiet, goud en mineralen liggen tenslotte vrijwel aan de oppervlakte. En voor de kust worden oliebronnen vermoed.

Ex-minister ingenieur Richard Kalloe moet er om lachen. “Waar het om gaat is dat je die rijkdom omzet in welvaart voor iedereen. Sinds de jaren negentig gaat het in de wereld om de kwaliteit van beleid en menselijke hulpbronnen. Kijk naar kleine landen als Trinidad of Barbados, die staan hoger op de VN-ranglijst van ontwikkeling.” Kalloe behoort tot de hindostaanse Basispartij voor Vernieuwing en Democratie (BVD) en is tegenwoordig directeur van de Nationale Ontwikkelingsbank. Hij stapte een jaar geleden uit het kabinet-Wijdenbosch na fysiek te zijn bedreigd door topmilitair Iwan Graanoogst, die nu secretaris-generaal van het presidentieel kabinet is.

Vanachter een garnalengerecht in een van de nieuwe restaurants die Paramaribo rijk is, legt ex-minister Kalloe uit waarom de Surinaamse economie niet echt van de grond komt. Kernprobleem is volgens hem juist dat de rijkdom in Suriname deels voor het opscheppen ligt. “We zijn in dit land nergens toe gedwongen, omdat we te veel gemakkelijk en goedkoop geld hebben: de hulp uit Nederland, opbrengsten uit de bauxietsector, goud in het binnenland en de narcotica.”

Economische modernisering stuit in Suriname in feite op etnische tegenstellingen. De hindostaanse bevolkingsgroep, waarin de ondernemersklasse sterk is vertegenwoordigd, is geporteerd voor liberalisering. Onder de creolen, die het zwaar overbemande ambtenarenapparaat en de staatsbedrijven domineren, is daarvoor veel minder steun te vinden.

De Surinaamse economie is een van de meest gereguleerde ter wereld. Suriname telt zo'n honderd staatsbedrijven, waarvan die in de niet-financiële sector een kwart van het bruto nationaal product voor hun rekening nemen. Deel van de verklaring voor de grote rol van de staat is dat binnen- en buitenlandse investeerders nooit veel belangstelling hebben gehad voor directe productie-activiteiten voor de kleine Surinaamse markt.

De staatsbemoeienis past ook in de patronagecultuur, waarin politieke vrienden hun deel moeten krijgen. Zo zijn het afgelopen jaar bij bijna alle staatsbedrijven in grote getalen leden van de Nationaal Democratische Partij (van president Jules Wijdenbosch en voorzitter Desi Bouterse) op bestuursposten gezet. “Politieke leiders verhinderen processen die ze zelf niet in de hand hebben,” zegt ex-minister Kalloe.

In dit licht speelt de Surinaamse Centrale Bank, onder leiding van de aan Desi Bouterse gelieerde bankpresident Henk Goedschalk, al enige tijd een curieuze rol door taken te verrichten die aan de particuliere banken toebehoren. Zo verstrekt de centrale bank goedkope kredieten aan onder meer de Landbouwbank, die op haar beurt agrarische ondernemers van leningen voorziet.

Ook treedt de Centrale Bank op als wisselkantoor. Wie vreemde valuta nodig heeft moet in sommige gevallen eerst een telefoontje plegen met president Goedschalk. En dat terwijl de vrije valutamarkt juist weer functioneerde. “Het gevolg is dat de gewone banken concurrentie krijgen van de centrale bank,” aldus een betrokkene.

Kennelijk wil de Centrale-Bankpresident het deviezenbeleid weer naar zich toetrekken nu de voorraad aan buitenlandse valuta door het zwakke financieel-econonomische beleid afneemt. Willekeur en ondermijning van de markt zijn het gevolg.

De verhouding tussen de Centrale Bank en de handelsbanken is al geruime tijd zeer slecht. Goedschalk heeft de banken meermalen de mantel uitgeveegd over hun rentetarieven die na een stijging tot 40 procent inmiddels tot 25 procent zijn gezakt. Dat de banken in Suriname een zekere monopoliepositie hebben is algemeen erkend. De hoge rente is echter ook een erfenis van de periode van voor 1995, toen er door de monetaire financiering en de gierende inflatie weinig vertrouwen was in de Surinaamse gulden. De banken slaagden er daarna door het op stabiliteit gerichte overheidsbeleid in met de hoge rentetarieven toch weer geld uit binnen- en buitenland aan te trekken. Er kwam weer vertrouwen in de economie en in 1996 was er zelfs een toename van meer dan 100 procent in de kredietverlening door de banken aan de particuliere sector.

Waarvoor al die dure kredieten zijn aangewend? De Surinaamse economie heeft door de uiterst gebrekkige statistieken en de grote omvang van het zwarte circuit een hoge mate van raadselachtigheid. Vast staat dat een deel van de kredieten is doorgesluisd naar pyramidefondsen, waar fabelachtige vergoedingen van 10 procent per maand (!) werden betaald. Dit was trouwens een belangrijke reden waarom de banken hun rente hoog moesten houden om nog geld te kunnen aantrekken.

Volgens een schatting van de centrale bank was in het bekendste pyramidefonds van de zakenman Roep zo'n 90 miljoen Nederlandse guldens belegd. In het pyramidefonds van zakenman Johwin zou meer dan 100 miljoen Nederlandse guldens zijn belegd. De beide pyramidefondsen zijn inmiddels ter ziele. Dat betekent dat duizenden Surinamers veel geld moeten hebben verloren. Of ze hun bankkredieten kunnen afbetalen is de vraag.

De banken lijken zich niet al te druk te maken. Er zijn genoeg 'goede' leningen waarmee ze geld verdienen. Vooral de kredietverlening aan de handelsssector is sterk toegenomen. Volgens het jaarverslag van de particuliere Surinaamsche Bank komt dat voor een deel omdat importhandelaren grotere voorraden zijn gaan aanleggen. Daarmee gaven ze uiting aan hun wantrouwen in de nieuwe regering van president Wijdenbosch. Daarnaast zorgde ook de toegenomen aankoop van luxe goederen, waaronder auto's, voor meer importtransacties en daarmee voor meer handelsfinanciering.

Volgens de Surinaamsche Bank, is het aandeel van de kredietverlening aan de productiesector afgenomen. Dat komt volgens de bank doordat vooral de kleinere producenten door de politieke situatie een “afwachtende houding” aannemen.

Suriname moet het nog steeds hebben van zijn tradtionele productiesectoren. De bauxietsector, met de buitenlandse dochterbedrijven Suralco en Billiton, zorgt voor ruim driekwart van de export. Daarna volgen rijst, bacoven en hout. De oliewinning in het district Saramacca door Staatsolie, die enkele maanden geleden een kleine raffinaderij in gebruik nam, levert ook een bescheiden bijdrage.

Het lijdt geen twijfel dat veel van de luxe consumptie met illegale inkomsten is gefinancierd. De goudwinning speelt hierin waarschijnlijk net zo'n belangrijke rol als de cocaïne-export. In de goudwinning vinden mogelijk zo'n 15.000 mensen in het Surinaamse binnenland emplooi. Hoeveel dat allemaal bijdraagt aan de economie? Niemand die het weet. Net zo min als een schatting valt te maken van de verdiensten voor Surinamers uit de drugshandel.

Wie rondkijkt in Paramaribo ziet dat overal nieuwe boetieks zijn geopend. Een autodealer jubelde vorige maand tijdens de Jaarbeurs via de staatstelevisie dat hij in no-time al zijn modellen aan bezoekers had verkocht. Wie al die kopers zijn en waar ze het geld vandaan halen? Ook in Suriname zelf kent men het antwoord niet.

Een deel van het antwoord is dat veel Surinamers noodgedwongen in de informele sector bijverdienen. Ook is er steun van familie in Nederland met geld en pakketten. Volgens de officiële statistieken is het reële inkomen per hoofd al jarenlang niet meer gestegen. De ambtenarenbonden houden voortdurend stakingsacties of dreigen daarmee omdat hun leden de touwtjes nauwelijks aan elkaar kunnen knopen. “En toch doet de Surinaamse economie het wonderlijk goed,” zegt een Surinaamse topondernemer.