Zaad

Een merkwaardig feit, dat ik uit ervaring kende maar nooit beschreven had gezien, is dat de overweldigende begeerte die over je komt als je een zaadcatalogus bekijkt, al volkomen bevredigd wordt door het bestellen; zaaien hoeft dan eigenlijk al niet meer. Dirk Jan Koning beschrijft dit in het laatste nummer van Onze eigen tuin: voor de tuinier is het belangrijkste moment in de herfst het arriveren van de zaadcatalogus van Thompson & Morgan.

Jarenlang, schrijft hij, heeft hij tuiniers op het hart gedruk om niet te vallen voor 'mooie plaatjes en aantrekkelijke aanbiedingen', maar bij zijn eigen bestelling slaat hij zijn aanbevelingen zelf in de wind. Het pakje arriveert, hij sorteert ze in de volgorde van het zaaien: “Het meeste plezier heb ik dan al gehad: of uit al die zaden ook nog de beloofde planten zullen komen is minder belangrijk.”

Hij erkent in feite dat sommige zaden nooit een kans krijgen: bij het opruimen kwam hij een aantal pakjes ongezaaid zaad uit voorbije jaren tegen. In zekere zin heeft iedereen profijt bij deze krankzinnige stand van zaken - Thompson & Morgan door het verkopen van hun zaad en de tuinier door ze te zaaien in de lage onderhoudstuin van zijn verbeelding - behalve de planten zelf, die weerloos zijn overgeleverd aan hogere machten. Toen mijn exemplaar van de catalogus arriveerde, herinnerde ik mij al de kleine pakjes die ik in de loop der jaren besteld heb en kwam er toe mij af te vragen welke planten in mijn tuin in feite uit zaad werden gekweekt.

In de siertuin zijn dat de cyclamen, maar die komen voort uit niet-commercieel zaad, vergaard bij mijn eigen planten: de beste, meest deugdzame bron van zaad. Er zijn ook planten die zichzelf uitgezaaid hebben, zoals de gele papaver, Meconopsis cambrica, maar daar is geen verdienste aan te ontlenen want er komt geen menselijke hand aan te pas. Op de volkstuin is het een heel ander verhaal; in de schaduw planten uit zaad kweken is onbegonnen werk, maar waar zonneschijn en licht uit de hemel stromen, groeit alles. Of bijna alles, geheimzinnige mislukkingen zijn er nog steeds, zoals het vingerhoedskruid van deze zomer. Die moesten op de volkstuin gekweekt worden en dan het volgende voorjaar overgeplant naar ons rijk der schaduwen. Maar ze kwamen helemaal niet op. Tot dusver heb ik niet veel geluk met vingerhoedskruid. De enige die zijn plicht deed, kwam als volwassen plant van een vriendin; het zaad van deze plant moet heel levenskrachtig zijn, want nu, vijf jaar later, komen er nog steeds zaailingen op waar zij gestaan heeft. Maar helaas komen ze niet tot bloei, ze staan daar vermoedelijk te droog.

Ter compensatie komen de muurbloemen, ook tweejarigen, bij duizenden tegelijk op. Het loont de moeite die zelf te zaaien want in de tuincentra zijn ze belachelijk duur, als ze ze al hebben. Hun kleuren zijn altijd mooi, vooral de fluweelrode, zo donker dat het bijna zwart is. Thompson & Morgan hebben verscheidene aanlokkelijk uitziende soorten; minder opwindend zijn de dwergvariëteiten - de romantiek van de zaadcatalogus is bepaald afwezig in de woorden: “Dwarf, sturdy, neat and compact and very good for exposed positions.”

Nog een plant met net als vingerhoedskruid hiaten in de stamboom is Verbena bonariensis, die mij altijd aan prikkeldraad doet denken; zij houdt ervan zich uit te zaaien aan de randen van bloembedden, een barrière creërend waar je zo doorheen kijkt. Een strenge winter kan haar volledig uitroeien en dan, op het moment dat je je afvraagt hoe je aan nieuwe planten moet komen, verschijnen er zaailingen uit zaad van de vorige zomer; het zijn postume kinderen, net als de invloed van Angus Wilson, die naar boven komt in iedereen die bij hem gestudeerd heeft aan de Universiteit van East Anglia.

Maar de plant waar ik het meest trots op ben is Gaura lindheimeri, die ik kocht in de veronderstelling dat het een éénjarige was; in feite is het een vaste plant. Inheems in Amerika, afkomstig uit de prairies en pijnwouden van Louisiana en Texas, naar Europa gebracht in 1850; de naam Gaura komt van het Griekse woord gauros dat volgens Stearns botanisch woordenboek 'luisterrijk' betekent. De bloemen zijn inderdaad mooi, maar 'luisterrijk' is misschien wat overdreven. Lindheimer, Ferdinand Jacob (1801-1879), was een Duitse politieke vluchteling die grote botanische verzamelingen aanlegde in Texas. Een Hollandse naam heb ik voor deze plant niet kunnen vinden.

Gaura lindheimeri lijkt wel de hele zomer aan één stuk door te bloeien; zij is ook heel gemakkelijk uit zaad te kweken. Denkend dat het om een éénjarige ging, zaaide ik haar op daarbij passende wijze: buiten, zonder extra aandacht; als ik haar als vaste plant had behandeld, zou ik er veel meer moeite aan hebben besteed en het resultaat zou misschien minder goed zijn geweest. Zij heeft kleine, witte bloempjes en de knoppen hebben een warme, rose gloed die je je met plezier herinnert. Zij groeit op lange, dunne stengels en heeft fijne, maar verder onopmerkelijke bladeren; zij lijkt tevreden in de volle zon en volgens sommige auteurs leeft zij niet lang. Wat werkelijk aantrekkelijk is, is dat de bloemen lijken te zweven; de stengels zijn zo dun dat zij tegen bijna elke achtergrond wegvallen, zodat de bloemen in de lucht lijken te hangen. Een cultivar, ontwikkeld door Piet Oudolf, heet 'Whirling Butterflies'; de bloemen hebben inderdaad iets van kleine vlinders (hoewel 'whirling' mij wat te enthousiast lijkt). Er staan prachtige afbeeldingen van in Droomplanten, door Oudolf en Henk Gerritsen; zelfs in mijn volkstuin zag zij er schitterend uit, met veel bloemen, niet erg opvallend maar heel rustig zichzelf. Nog andere cultivars staan vermeld in The Plant Finder, waaronder twee bonte: 'Corrie's Gold' en 'Jo Adela'; deze heb ik nooit gezien.

Maar ze hadden gelijk, degenen die zeiden dat zij kort leefde - misschien is dat de reden dat sommige mensen haar als een éénjarige behandelen - want de mijne zijn er niet meer. Noch hebben zij enige neiging aan de dag gelegd zichzelf uit te zaaien. Een van de pakjes zaad die ik deze winter zal bestellen, zal dus een overwogen keus zijn, niet gemaakt in een roes van besteldrang.

    • Sarah Hart