Wiet of niet; Strijd in Gouda over drugsvoorlichting op scholen

Hoe ver moet je gaan met drugsvoorlichting voor kinderen? In Gouda koos de gemeente voor een openlijke aanpak. 'Heeft een wethouder dat goedgekeurd? Het klinkt alsof het gebruik van softdrugs volkomen wordt geaccepteerd!'

ANNEMARIE [11] IS verlegen en zal tijdens de discussie met haar klasgenoten over drugs één vraag stellen: waarom gaat iemand eigenlijk blowen? Deze uitlating, na een uur zwijgzaam luisteren, komt haar duur te staan. De klas begint keihard te lachen - wat een domme vraag. Iedereen in groep acht van de Goudse basisschool De Bijenkorf weet waarom iemand gaat blowen. Omdat die het lekker vindt, omdat die dan stoer overkomt, omdat mensen dat nou eenmaal doen.

Wiet, hasj, coffeeshops en overlast, het is bekende kost voor de zeventien 11- en 12-jarigen. Ook al heeft niemand hier zelf ooit een joint gerookt, hebben Stefan, Sabine, Eline en Linda kennissen die blowen en kennen Thom en Richard zelfs iemand die wiet kweekt. De rest weet van de zes coffeeshops in Gouda, van verhalen. De meesten vinden blowen stom, dat wel. Maar verder moet je er in groep acht niet moeilijk of onwetend over doen. En zelfs de harddrug XTC rolt bij sommigen van de tong alsof het om frisdrank gaat. Thom (11): “Die verhalen over atropine in XTC-pillen, daar word je niet vrolijk van.”

FELLE STRIJD

Gouda (70.000 inwoners) worstelt met softdrugs. Sinds september leveren twee van de vier Goudse middelbare scholen er zelfs een felle strijd over met de gemeente. Kern van de ruzie is de manier waarop scholen en gemeente scholieren voorlichten over hasj en wiet. De gemeente vindt dat ze daarbij moet uitgaan van de realiteit: bijna de helft van de Goudse 16- tot 18-jarigen blowt weleens en ook voor basisscholieren zijn softdrugs geen taboe. 'Als je zo nodig moet blowen, doe het dan op verantwoorde wijze', luidt haar boodschap. Volgens het Sint Antonius College (rk), de Goudse Waarden (pc) is die realiteit onwenselijk. Hun devies is eenvoudig: gebruik liever geen softdrugs.

Aanleiding voor de rel is het eenmalige blad van de gemeente Spicy voor middelbare scholieren, dat 40.000 gulden kostte en waarin ze onder meer de voordelen van coffeeshops uiteenzet. Alleen de openbare Goudse Scholengemeenschap heeft het blad verspreid onder haar leerlingen, de overige drie scholen weigeren. De reformatorische middelbare school, het Driestar College, liet per brief weten geen belangstelling te hebben voor Spicy, wat de gemeente accepteert. De Goudse Waarden en het Sint Antonius gooiden het blad in de prullenbak.

Volgens de scholen doet de gemeente ten onrechte alsof het gebruik van softdrugs 'moet kunnen'. Onderwijs-ambtenaar, L. Vissers, vindt juist dat de rectoren de kop in het zand steken. “Wij hadden gehoopt dat scholen openlijk willen praten met jongeren over drugs, omdat het probleem wel degelijk speelt”, aldus Vissers.

Op het bureau van rector J. Koolmees van het Antonius College ligt het snelle, kleurrijke blad Spicy. Hij wijst op de gewraakte tekst onder het kopje 'Kierewiet?': “Bij de 'officiële' coffeeshops kun je rustig 'stoned' of 'high' worden zonder bang te hoeven zijn voor politiebezoek.” Koolmees erkent dat hij leerlingen heeft die blowen in hun vrije tijd. “Dat gebeurt overal, dus waarom niet bij mijn leerlingen”, zegt hij. “Maar de gemeente is doorgeschoten”, zo beschrijft hij de toon van de tekst. En geërgerd voegt hij eraan toe: “Bovendien kent de wethouder de wet niet.” In Nederland is de toegang tot coffeeshops verboden voor minderjarigen, terwijl Spicy is bedoeld voor middelbare scholieren, van wie de meesten tussen de 12 en 18 jaar oud zijn.

“Wij schrijven óók dat de gemeente het roken van wiet en hasj niet stimuleert. Wij wijzen op de gevaren ervan”, werpt wethouder Hommels (Onderwijs, PvdA) op ter verdediging. “Maar we moeten wèl over coffeeshops schrijven, net zoals we cafés niet verzwijgen die sterke drank verkopen. Daar komen jongeren ook en drank mag je pas vanaf je achttiende kopen.” De toon van de tekst is bepaald door de wens om jongeren aan te spreken: “Het is mijn taal niet, maar anders lezen jongeren zoiets niet. We hebben nog nooit iets ontworpen dat zo populair is bij de jeugd”, aldus Hommels.

OUDERWETS

Toen de wethouder via de lokale media liet weten de weigerachtige scholen “ouderwets” te vinden, raakte rector Koolmees pas echt geïrriteerd. Koolmees: “Dat zegt de overheid nota bene in een tijd waarin scholen worden geacht normen en waarden over te dragen, om deficiënties van thuis op te vangen.” De ouders die opbelden over het verbod op Spicy, reageerden in elk geval positief, vertelt hij. En drugsbeleid heeft het Antonius College wel degelijk. Geen opgeheven vingertje, want dat werkt contraproductief, weet Koolmees uit ervaring, maar 'open gesprekken' en voorlichting over hoe schadelijk blowen kan zijn. Tijdens biologie, het vak Gezondheid en maatschappijleer, praten de 1.700 leerlingen van het Antonius College er al jaren over. “Bovendien doet de school mee aan het landelijke project de 'Gezonde School' van de lokale GGD's”, aldus Koolmees.

Spicy toont aan dat het gebruik van softdrugs in Nederland een norm is geworden. Volgens de wet is de handel in softdrugs verboden, maar het gebruik ervan is toegestaan, onder zes voorwaarden: coffeeshops mogen geen alcohol of harddrugs verkopen, geen reclame maken, geen jongeren toelaten, geen overlast veroorzaken en slechts vijf gram per persoon verkopen. Een ingewikkelde boodschap, en al helemaal voor kinderen, zegt leraar T. van de Klauw van groep acht op basisschool De Bijenkorf. Toch tonen zijn leerlingen begrip voor dat beleid, blijkt tijdens de bespreking van een voorlichtingsboekje over drugs van het landelijke Trimbos Instituut. Volgens groep acht zijn coffeeshops nuttig, omdat ze overlast en criminaliteit voorkomen. En softdrugs helemaal verbieden? Dat is zinloos, roepen dertien van de zeventien kinderen. “Alles wat verboden is, wordt vanzelf leuker”, aldus Thom.

Maar de leerlingen van groep acht leggen onbedoeld ook de vinger op de zwakke plek van het gedoogbeleid. Ze zijn jong en kunnen de consequenties van hun standpunt over het hoofd zien: als je van de overheid hasj mag verkopen in een coffeeshop, dan mag je het ook invoeren, vinden ze. “En als je niet wil dat de hele wereld vervolgens softdrugs invoert, dan maak je daar gewoon vergunningen voor, honderd of zo”, oppert Linda (11). De van grootschalige hasjsmokkel verdachte Etienne U., wiens rechtzaak de afgelopen weken prominent in het nieuws is, verdient geen straf, vindt groep acht. Hij importeert immers iets dat je wel mag kopen.

De enige in de klas die gelooft in hard optreden tegen drugshandelaren - zowel die van soft- als harddrugs - is Niels (11). Hij bepleit de doodstraf voor alle handelaren. Coffeeshops moeten ook dicht, vinden hij en drie klasgenoten. De rest van de klas pakt hem hard aan.

Dat voorlichting over drugs tegenwoordig op basisscholen al nodig is, stemt Koolmees weemoedig. Zo ook de discussie in zijn lerarenkamer over de vervroeging van drugsvoorlichting van de tweede klas naar de eerste klas. “Als het moet dan moet het, maar je neemt ook kinderen mee, die nog lang niet toe zijn aan zulke informatie”, vindt hij.

Hoe moet een middelbare school dan omgaan met drugsgebruik? Een 'drugs- en genotmiddelen-reglement', waarin een school de regels vastlegt en die sinds kort is verspreid door het Trimbos Instituut, is het 'minimale' vindt Koolmees. “Je energie moet je vooral steken in aandacht. Alle leraren moeten hun ogen en oren openhouden - we moeten letten op signalen over problemen van kinderen. Niet alleen tijdens de rapportvergadering. We moeten vooral luisteren naar medeleerlingen, naar ouders en naar het kind zelf.”

DUF

Kinderen die op maandagochtend duf in de klas zitten, na een zwaar 'stapweekeinde', maakt zijn school “gelukkig nog niet mee”, zegt Koolmees. Maar er zijn “van die clubjes” die een half jaar lang met blowen bezig zijn, ook al ontkennen ze dat zelf heftig. “De peergroup is nou eenmaal belangrijk als je jong bent.” Bovendien gaat het gebruik van softdrugs vaak gepaard met spijbelen en dàt gebeurt wel aantoonbaar op het Anthonius College.

De beste manier om blowen of spijbelen tijdig aan te pakken, is door een vertrouwensrelatie met leerlingen op te bouwen, vindt Koolmees. “Ze moeten weten dat als ze bij ons uithuilen of klagen, dat wij dat niet meteen doorvertellen aan hun ouders. Anders komen ze niet en dan is niemand op de hoogte.” Anderzijds eisen ouders dat ze onmiddellijk worden opgebeld zodra de school weet dat 'er iets is' met hun kind. “Dat is moeilijk. We willen ouders alleen inlichten als er reden is voor actie, zoals inschakeling van de jeugdhulpverlening, of zelfs de politie. Bijvoorbeeld als we horen dat ze hun drugs kopen op een crimineel adres. En zelfs dan overleggen we eerst met de leerling.” Toch mag een leraar volgens Koolmees nooit in de positie komen dat hij níets mag vertellen aan ouders. “Het kan niet zo zijn dat een leerling alleen zijn problemen vertelt als de leraar zweert dat hij zal zwijgen.”

VOORLICHTING

Voorlichting is ook belangrijk, vindt A. Zwirs van het Trimbos Instituut, omdat jongeren niet op grond van onwetendheid 'ja' of 'nee' moeten zeggen tegen drugs. “Alleen op basis van kennis kun je een goede beslissing nemen. Maar uiteindelijk willen wij niet dat jongeren blowen, wegens de gevolgen voor de gezondheid”, aldus Zwirs. Om de tekst in Spicy moet ze eerst hard lachen: “Heeft een wethouder dat goedgekeurd? Het klinkt alsof het gebruik van softdrugs volkomen wordt geaccepteerd!”

Dan wordt ze ernstiger. Volgens Zwirs moet bij voorlichtingscampagnes een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen scholieren en meerderjarige jongeren. Het tv-spotje in oktober over hasj en wiet, dat het Trimbos voor het ministerie van Welzijn ontwierp, was gericht op scholieren. De flyers en wc-posters die ze maakten voor coffeeshop-bezoekers, die toch al blowen, was echter “uitdrukkelijk bedoeld voor meerderjarigen”, aldus Zwirs. “We hebben alle centra voor alcohol en drugs (CAD's) een brief gestuurd om nog eens te onderstrepen: dit mag absoluut niet in handen komen van scholieren.”

Uit 'Spicy! Special magazine van, voor en met Goudse jongeren', uitgave van de gemeente Gouda.

Aardig voor de buurt

“KIEREWIET? Van wiet ga je giechelen en word je dom, van andere drugs ga je voornamelijk dood. Het lijkt dus nog wel mee te vallen met wiet. Alhoewel je er uiteraard, net als alcohol, wel voorzichtig mee moet zijn. De gemeente Gouda stimuleert het roken van wiet en hasj niet. Gouda heeft wel een gedoogbeleid voor een aantal coffeeshops die hasj en wiet verkopen. Ze mogen er geen reclame voor maken, ze moeten aardig en stil zijn voor de buurt, en er mogen absoluut geen harddrugs verkocht worden. Ook niet - en da's dan wel consequent - de geaccepteerde harddrug alcohol. Bij de 'officiële' coffeeshops kun je rustig 'stoned' of 'high' worden zonder bang te hoeven zijn voor politiebezoek. Wel even goed opletten of het gaat om een gedoogde coffeeshop. Het kan zijn dat binnenkort enkele shops moeten sluiten, omdat ze zich niet aan de regels houden. De gemeente noemt haar gedoogbeleid het 'Ahaogeje-beleid', dus als je een agent dat hoort zeggen, dan weet je dat het over wiet gaat. Overigens, bijna de helft van jullie schijnt wel eens een blowtje te roken. In 't park, thuis en in de coffeeshop... zonder wiet en hasj schijnt het toch een stuk minder te zijn in de stad. Hou er wel rekening mee dat de gemeente niet wil dat shops te dicht bij je school staan. In het beleid staat dat wietverkooppunten minstens 150 meter van je school gevestigd moeten zijn.”