Tweede subsidiebijbel op komst

Bij de overheid ligt veel geld te wachten op de mensen en bedrijven waarvoor het bedoeld is. De zogenoemde potjes bij het Rijk worden namelijk niet altijd leeggemaakt, omdat niemand precies lijkt te weten dat ze er zijn, waar ze voor zijn en hoe je eraan komt.

In 1993 kwam het ministerie van Financiën voor het eerst en tevens ook voor het laatst met een overzicht van alle subsidies. Het totaal in 1993 was ruim 38,8 miljard verdeeld over ruim zevenhonderd subsidies. Het stuk, een 734 pagina's tellende stapel subsidieformulieren met een kaft erom, is inmiddels hopeloos verouderd.

Vier jaar terug vroeg de Kamer om een dergelijk overzicht en ook nu weer heeft het ministerie eenzelfde verzoek gekregen. Eind dit jaar, maar waarschijnlijker is begin volgend jaar, moet de geactualiseerde versie van wat op het ministerie de Subsidiebijbel wordt genoemd, klaar zijn. “Ruim voor de verkiezingen in mei volgend jaar”, aldus een trotse woordvoerder. “En vanaf dan ook met een jaarlijkse actualisering”.

Voor 'gewone burgers' is het tot die tijd echter verdraaid lastig enig inzicht te krijgen in de subsidieberg bij de overheid. Volgens prof. P. Boorsma, hoogleraar Openbare Financiën aan de Universiteit Twente, is het wel mogelijk om met de rekenmachine in de hand een globaal overzicht te krijgen van de subsidies. “Volgens internationaal afgesproken classificaties hebben de verschillende begrotingsposten een codering gekregen. Als je bijvoorbeeld alle posten met de codes twee en vier opzoekt en daar overheen de eveneens internationaal afgesproken functionele classificatie legt, moet je op zijn minst in de buurt komen van het totaal.”

Het overzicht is echter nooit honderd procent sluitend te krijgen omdat de overheid, ondanks de internationale afspraken, soms andere definities hanteert voor subsidieposten, stelt Boorsma. “Sommige posten die internationaal als subsidies worden beschouwd vallen bij de overheid onder inkomens- of kapitaalsoverdrachten, of juist onder subsidies terwijl ze daar niet horen”.

Het informatie-gat dat de overheid op dit gebied laat liggen wordt inmiddels gevuld door tal van consultancy bedrijfjes. Het gros van deze subsidiemakelaars bemiddelt tussen bedrijven en overheid, overigens met instemming en zelfs met aanmoediging van die laatste. Drie studenten van de Twentse Universiteit begonnen in 1984 als 'intermediair in subsidieland' en waren daarmee de eersten. Het bedrijfje, dat de naam Pecunia Non Olet (PNO) draagt, is inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig consultancybureau met 120 medewerkers verdeeld over vier filialen.

Directeur Lars Pieké, één van de drie oprichters van PNO en als enige nog bij het bedrijf betrokken is, laat weten een overzicht van ruim 1600 overheidssubsidies voor handen te hebben. Daarvan is een deel Europees, maar het merendeel is van eigen bodem. “Zeventig procent van onze klanten komt uit het bedrijfsleven, de rest zijn stichtingen en zelfs lokale overheden. Die blijken ook niet op een rij te kunnen krijgen hoe ze aan hun geld moeten komen. Dat tekent de onoverzichtelijkheid van de subsidieregelingen. Vanuit het Rijk zijn ze ontzettend blij met bureau's als het onze. Wij zorgen er voor dat de gelden terechtkomen waar ze terecht moeten komen”, aldus Pieké.

W. Griffijn richt zich op een ander segment in de subsidiemarkt. De ondernemer richtte twee maanden geleden het bedrijf Eurosub op, dat bemiddelt tussen particulieren en overheid. “Het loopt nog niet echt storm”, erkent Griffijn. Toch meent hij een gat in de markt te hebben gevonden. “Veel mensen blijken niet te weten wanneer ze voor een subsidie in aanmerking komen. Velen lopen zo een huursubsidie of een woningverbeteringsubsidie mis. Ik probeer die wegen wat doorgrindelijker te maken”, stelt Griffijn.

“Er ligt zoveel geld dat niet benut wordt. Dat ligt er niet alleen voor bedrijven maar ook voor particulieren”, meent Griffijn. Hij heeft zijn subsidiebestand gebaseerd op gegevens van onder meer uitgeverij Elsevier, die een CD-rom met subsidies en fondsen heeft uitgebracht, en de gegevens van PNO. Ook uitgeverij Kluwer komt binnenkort met een handzaam subsidieoverzicht. Daarnaast schrijft Griffijn gemeenten aan om van hen een overzicht te krijgen. “Maar dat levert niet altijd wat op, daar is het ook een chaos”.

Bij het Centraal Bureau voor de Statistiek lijkt er van een subsidiechaos geen sprake. Binnen een paar minuten weet de afdeling voorlichting een overzicht uit de computer te toveren met daarop keurige rijtjes subsidie-uitgaven van de overheid. Het Rijk en de zogenoemde publiekrechtelijke lichamen gaven in 1996 bijna 12,4 miljard gulden uit aan subsidies, zo blijkt uit de CBS-cijfers. Voor 1993, het jaar waarin de subsidiebijbel van Fianciën het levenslicht zag, blijft het bureau steken op 17,4 miljard. Een groot verschil met de geregistreerde 38,8 miljard van de overheid. Oorzaak: het door Boorsma aangekaarte definitieverschil tussen subsidies en subsidies. Het CBS hanteert overigens de internationale codering.

Een woordvoerder van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) schiet in de lach als hij hoort over de 'Bijbel van Financiën'. “Als ze al moeite hebben om daar een bijbel samen te stellen dan moeten ze eens een rondtocht langs de gemeenten maken. Ik denk, zonder overdrijving, dat wij minstens drie van die bijbels moeten hebben om alle regelingen in op te nemen.”

De gemeenten hebben de laatste jaren een grotere autonomie gekregen bij de verdeling van overheidsgeld. De gelden uit het Gemeentefonds, jaarlijks ruim 22 miljoen gulden, mogen zij zelf verdelen. Daarnaast hebben ze nog inkomsten uit de lokale lasten. Wat ze met die gelden doen weet het VNG niet. “Er zijn waarschijnlijk wel 1.500 verschillende subsidiepotjes te onderscheiden. Ze geven het allemaal een andere naam. Dat is niet op een rij te krijgen.”

Maar aan de chaos komt een einde, zo lijkt het. Na het verschijnen van de Subsidiebijbel deel twee, begin volgend jaar, heeft het ministerie zich tegenover de Kamer verplicht jaarlijks met een dergelijk overzicht te komen. Kamer blij, bedrijfsleven blij, en zelfs bij PNO en Eurosub is men gelukkig. “Een theoretisch overzicht van subsidies hebben is compleet wat anders dan dat overzicht ook praktisch toe kunnen passen”, stelt Pieké van PNO. “Wij verwachten eerder een kataliserende werking van de bijbel, omdat meer mensen horen van subsidies maar nog steeds niet weten hoe ze er aan moeten komen.”

(Informatie van de rijksoverheid: Postbus 51 Infolijn: 0800 8051, Internet: www.postbus51.nl)

    • Egbert Kalse