Turkse extremisten ter dood veroordeeld

ANKARA, 29 NOV. Een rechtbank in de Turkse hoofdstad Ankara heeft gisteren de doodstraf uitgesproken tegen 33 islamitische extremisten voor hun betrokkenheid bij een hotelbrand in 1993 in de stad Sivas, waarbij 37 mensen omkwamen.

De doodstraf wordt naar verwachting omgezet in levenslang. Sinds 1984 zijn er geen doodvonnissen meer voltrokken in Turkije.

De slachtoffers in Sivas waren merendeels jonge intellectuelen, die deelnamen aan een cultureel festival van alewieten (niet-orthodoxe shi'ieten) rondom de zestiende eeuwse minstreel Pir Sultan Abdal. Deze is in alewitische kringen tot op de dag van vandaag het symbool van het verzet tegen religieuze oppressie.

De brandstichting had plaats na het vrijdaggebed. De woede van de fanatieke sunnitische moslims, de meerderheid in Turkije, richtte zich vooral tegen de (inmiddels overleden) schijver Aziz Nesin, die zich de dag daarvoor kritisch had uitgelaten over de Koran. Hij wist als een van de weinigen via een brandladder uit het hotel in Sivas te ontsnappen.

Tot de jaren vijftig woonden de alewieten veelal in bergdorpen in Oost- en Centraal Turkije. Ze vormen een belangrijk onderdeel van de stroom migranten van het platteland die zich in de afgelopen decennia in de Turkse steden vestigden. De gruwelijke dood van de 37 alewieten in Sivas leidde tot een nieuw bewustzijn onder met name de jonge alewieten in de steden van hun specifieke identiteit. Deze niet-orthodoxe moslims, van wie er in Turkije naar schatting tussen de 15 en 20 miljoen wonen, worden gezien als de waarlijke beschermers van het seculiere karakter van Turkije. De alewieten vasten niet, gaan niet op bedevaart en hebben ook geen moskeeën.

De 33 veroordeelden maken deel uit van een groep van in totaal 98 aangeklaagden met betrekking tot de brandstichting in Sivas. In een eerder stadium waren ze tot maximale gevangenisstraffen van 15 jaar veroordeeld, maar de vonnissen werden door het Hooggerechtshof terugverwezen naar de gewone rechtbank. De ernst van de aanklacht - de omverwerping van het seculiere syteem in Turkije en de poging om het islamitische recht, de shari'a in voeren - werd in tegenspraak gevonden met de relatief lichte straffen.

Een van de veroordeelden claimde gisteren dat hij 'op politieke gronden' terechtstond. Na het aan de macht komen midden vorig jaar van de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij is de polarisatie tussen secularisten en aanhangers van de politieke islam in Turkije sterk gegroeid. Uit angst voor een sluipende islamisering van Turkije werd de regering van de Welvaartspartij deze zomer onder druk van de militairen tot aftreden gedwongen. Het constitutionele hof onderzoekt momenteel of de Welvaartspartij, die bij de laatste parlementsverkiezingen in december 1995 als de grootste partij uit de bus kwam, moet worden ontbonden.

    • Froukje Santing