Teneeters versie van Assepoester fris en grappig

Jeugdtheater: Assepoes, door Teneeter. Regie: Andrea Fiege, Tekst: Heleen Verburg. Spel: Caroline Almekinders, Agnes Bergmeijer, Maureen Tauwnaar e.a. Vanaf 6 jaar. Gezien: 21/11, Het Badhuis, Nijmegen. Tournee t/m 25/1/1998. Inl. (024) 360 05 88.

Het lijkt makkelijk: een overbekend verhaal vertellen gehuld in rare kostuums, met lampenkappen als hoeden en schrikbarend korte rokjes waaronder lange benen lummelen. Het hele publiek inclusief de kleinste kinderen kan het zonder problemen volgen, de herkenning levert al gauw een lach op.

Het Nijmeegse Teneeter, dat hoofdzakelijk voorstellingen voor kinderen maakt, bracht de afgelopen jaren vaak doorwrocht, soms wat al te zwaarwichtig theater. Experimenteerdrang leek het gezelschap te leiden. Maar onlangs ging Assepoes in première. Het klassieke sprookje bleef intact. Het is juist de frisse, sobere manier waarop het verhaal compleet met pompoen en glazen muiltje wordt verteld, die bewondering afdwingt.

De voorstelling is humoristisch, maar net ernstig genoeg om je oprecht te verheugen op het moment dat Assepoester haar prins in de armen sluit. De taal is modern, maar net ouderwets genoeg om de sprookjesmagie te behouden. Bovenal is Assepoes uitstekend getimed: er wordt niet gedraald, grappen volgen elkaar in rap tempo op. Tegelijkertijd is er alle tijd om stiefzussen en -moeder hartgrondig te gaan haten (al wekken ze ook medelijden). De tekst van Heleen Verburg klinkt extra dynamisch omdat er af en toe een gedeelte rijmt.

In eerste instantie lijkt het verhaal wel degelijk vervormd. We zien een kind aan de piano, haar vader in pyjama, haar moeder is dood. Een omgekeerde wereld; de dochter voedt haar vader op, vindt dat hij verder moet, een nieuwe vrouw moet vinden. Met een draagbare telefoon raadpleegt zij haar petemoei, alias de goede fee.

Maureen Tauwnaar is prachtig, als petemoei én als boze stiefmoeder. Als petemoei spreekt zij de vader vermanend toe met een vet Surinaams accent: “Akelige luizenbol, vervelend ventje, er zit vuil tussen je tenen.” Over haar herkomst wordt op laconieke toon het een en ander verteld wat nog niemand wist. Assepoesters' goede fee ontdekte als kind dat ze kon toveren. Leuk was dat niet: ze wilde eigenlijk kapster worden.

Dan dringt de boze stiefmoeder, opnieuw Tauwnaar, het huis binnen, de protesten van Assepoesters vader dapper negerend. Al snel kneedt hij verheugd haar grote billen, terwijl zijn dochter giechelend toekijkt. In het kielzog van de nieuwe moeder volgen haar twee dochters die theatraal zuchten: “He, he, het verhaal is begonnen.”

En inderdaad: vanaf nu gaat alles min of meer zoals verwacht. Assepoes zal bloeien, zusters en moeder zullen van spijt de haren uit hun hoofd trekken, de prins zal sexy met zijn heupen draaien en verleidelijk glimlachen als in een Disneyfilm. In het simpele maar inventieve decor - een rechthoekig kader gevormd door paren hooggehakte damesschoenen op een rij en een poort van drie houten balken - wekken de acteurs in een handomdraai de suggestie van een deftige marmeren paleisgang.

Slechts een enkele verhaallijn is nieuw, zoals die van een aandoenlijke lakei die een van de gemene zussen aanbidt, te vroeg de wijste denkt te zijn en de wijk neemt naar Zanzibar. Voor het overige laat Teneeter overtuigend zien dat het vertellen van een oud verhaal volgens een vast stramien niets met gemakszucht te maken hoeft te hebben.