Sociale Dienst

Wie zou bij het lezen van uw artikel over de Sociale Dienst van Amsterdam (Z 22 nov.) geen tranen in de ogen krijgen? Van woede over ons belastinggeld dat daar over balk wordt gegooid. Van compassie met de cliënten over wiens hoofden het allemaal gebeurt. En van het lachen als we nu horen dat een van de problemen het niet uniforme beleid van de rayonkantoren is.

Bij het instellen van de stadsdelen werd de Sociale Dienst niet opgedeeld, met als reden dat het niet acceptabel was dat cliënten in het ene stadsdeel anders behandeld zouden worden dan in het andere.

Als tien jaar geleden de Amsterdamse Sociale Dienst wél was opgesplitst, dan waren de problemen nu een stuk kleiner geweest. Dan hadden we zestien diensten gehad, die ook niet volmaakt gefunctioneerd zouden hebben, maar wel veel beter beheersbaar waren geweest. In het stadsdeel Zuidoost, de Bijlmer, waar ik woon, is werkeloosheid een groot probleem. Werkelozen worden ingedeeld in drie groepen: kansrijk, met enige moeite aan de slag te helpen en hopeloos (mijn interpretatie). Van de 14.000 werkelozen in Zuidoost is na al die jaren van de helft niet bekend in welke groep ze horen (wat hun 'afstand tot de arbeidsmarkt' is). Er wordt niet met ze gepraat, ze worden niet begeleid, we weten niets van ze. Van het landelijk beleid om uitkeringstrekkers aan het werk te krijgen komt op deze manier weinig terecht. De politici wijzen naar de instellingen, de instellingen wijzen naar elkaar. Na decentralisatie zou de politieke verantwoordelijkheid al weer een stuk duidelijker worden. Ook uitbesteding aan particuliere bureaus (zie het artikel van prof. Bomhoff in dezelfde krant) zou op den duur veel gemakkelijker zijn.