'Slordige' jacht op seriemoordenaar

Deze week werd duidelijk dat twee Nederlandse vrouwen in 1994 en 1995 in Parijs het slachtoffer zijn geweest van een nog steeds rondlopende seriemoordenaar. De vaders van de slachtoffers over de 'slordige' aanpak van de Franse justitie. “Als wij bij de rechter komen dan moet hij stapels dossiers van de stoelen op een tafel leggen om ons een plaats te bezorgen.”

PARIJS, 29 NOV. In Frankrijk wordt steeds meer kritiek geuit op de tekort schietende middelen en mankracht bij politie en justitie. Zelfs advocaten staken om de soms jarenlange wachttijden van hun cliënten bij de rechtbank onder de aandacht te brengen. Families van slachtoffers van geweldmisdrijven vragen zich hardop af waarom voor het onderzoek naar het dodelijk ongeluk van Lady Diana kosten noch moeite worden gespaard, terwijl 'hun' onderzoek op een laag pitje staat.

Die algemene klacht kreeg deze week een Nederlandse echo toen uit DNA-onderzoek bleek dat Agnes Nijkamp (32) en Helène Frinking (27) in 1994, respectievelijk 1995 zijn gestorven in de handen van een man die dit najaar weer één, mogelijk twee jonge vrouwen heeft vermoord. Alle vier waren zij mooi, levenslustig, jong en woonachtig in Noord-Oost Parijs, niet al te ver van de Place de la Bastille.

Een vijfde slachtoffer wist in juni 1995 te ontkomen aan de dodelijke aandacht van dezelfde man. Het is aan haar getuigenis te danken dat de politie sinds de zomer van 1995 beschikt over een vrij nauwkeurig signalement van de dader. Pas deze week is de montagefoto gepubliceerd van een Noordafrikaanse man, ongeveer dertig jaar oud, athletisch gebouwd, die beschaafd Frans spreekt en een ongebruikelijk lange tweede teen heeft. Zijn genetisch paspoort is onbekend in het Franse register van seksuele delinquenten.

Gerard Frinking, de in Rotterdam wonende vader van één van de slachtoffers, betreurt dat de politie in Parijs zo lang heeft gewacht met het verspreiden van de montagefoto van de dader. “Daar beschikte men eind juli '95 over. Men heeft hem op politiebureaus verspreid, maar niet gebruikt voor buurtonderzoek.” Dat is deze zomer nog gebleken, toen de Franse moeder van Helène in de oude woonbuurt van haar dochter langs winkeliers en cafées is gegaan: niemand bleek destijds door de politie gehoord of met de montagefoto geconfronteerd te zijn.

Gerard Frinking kiest zijn woorden met zorg: “De politie is wat slordig geweest op dat punt.” Men heeft de afgelopen twee jaar de foto niet aan de pers ter beschikking gesteld 'om de man niet op de vlucht te jagen', maar de politie heeft in zijn ogen geen duidelijk argument waarom de foto nu opeens wel is vrijgegeven.

De Parijse politie zegt bij voorkeur af te zien van openbaarmaking van fotomontages omdat daar een stroom werk uit voortvloeit zonder dat er veel kans is op resultaat. De politie is nu vooral 'preventief' tot publicatie overgegaan, om de dader te ontmoedigen. Een politiewoordvoerder bevestigt dat de overheid in Frankrijk er weinig voor voelt burgers aan te moedigen tot “verklikken”. Ook voor het overige noemt Frinking het onderzoek naar de toedracht van zijn in juli 1995 om het leven gebrachte dochter 'niet geweldig': “Het onderzoek had beter gekund als men zich meer had verdiept in de psychologie van de dader. Om iets te noemen: het is een athletische gestalte. Het is goed mogelijk dat hij een frequent bezoeker is van fitness-centra. Met de fotomontage op zak had men daar het spoor kunnen preciseren.”

De politie van Parijs houdt vol destijds al 'titanenwerk' te hebben verricht door bij zeventig mannen DNA-tests af te nemen. Zij vond pas kort geleden de bevestiging dat het om een seriemoordenaar ging door twee nieuwe moorden: op 23 september werd de 19-jarige studente Magali Sirotti om het leven gebracht en op 16 november de 25-jarige secretaresse Estelle Magd. In beide gevallen volgens een patroon dat sterk leek op de eerdere drama's.

Steeds verschaft de man zich met vriendelijke woorden en onder bedreiging van een scheermes toegang tot het appartement op het moment dat de vrouw thuiskomt. Binnen stelt hij zich voor als Eric of Flo, praat aardig en eet of drinkt wat, waarna hij zijn slachtoffer op bed bindt, verkracht en vermoordt. De in '95 ontsnapte vrouw zag kans uit een raam te springen terwijl de man boven een licht ging uitdoen. DNA-proeven hebben aangetoond dat het in haar geval en zeker drie van de vier andere gevallen om de zelfde man ging - bij de moord van 23 september is nog geen DNA-verband ontdekt.

“Wij hebben verschillende scenario's bedacht om te begrijpen wat er gebeurd kan zijn”, vertelt Gerard Frinking. Het meest waarschijnlijke is dat de man Helène, die 's nachts laat van een feestje kwam, is gevolgd en onder bedreiging heeft gedwongen de code van de voordeur in te toetsen en hem binnen te laten. De conciërge van het appartementengebouw is wakker geworden van gepraat op de binnenplaats. Zij heeft Helène zacht horen praten met een man, waarna het stil werd. De conciërge dacht dat alles in orde was.

Haar vader nu: “Zij heeft misschien geprobeerd de man te kalmeren door in te gaan op zijn verzoek. Het spel meespelen om aan de bedreiging te ontkomen. Ze was zelfbewust en niet gauw bang. Het kan ook zijn dat ze de man kende, maar dat is niet waarschijnlijk. Uit haar doen en laten en gesprekken met ons en met vrienden is niet gebleken dat ze een dergelijke persoonlijke band had gesloten.” Ze had er nauwelijks tijd voor. Helène, die zowel een Nederlands als een Frans paspoort bezat, leidde een 'jachtig bestaan': ze werkte in een ziekenhuis met psychomotorisch gestoorde kinderen en studeerde psychologie aan de universiteit Paris VII.

De Nederlandse ambassade in Parijs werd destijds door de familie om hulp gevraagd maar volstond met een verwijzing naar het ministerie van Justitie in Den Haag, waar een zodanig formele reactie kwam dat de familie het er maar bij heeft gelaten. De ambassade zegt nu “met de Franse autoriteiten samen te werken” in de zaak. Van een verzoek om bijstand in 1995 is niets terug te vinden.

Gerard Frinking vertelt dat hij de afgelopen twee jaar onder de indruk is gekomen van “de sobere omstandigheden - en dan druk ik me voorzichtig uit - ” waaronder de rechter van instructie en de politie van Parijs moeten werken aan de zaak van zijn dochter. “Als wij bij de rechter komen dan moet hij stapels dossiers van de stoelen op een tafel leggen om ons een plaats te bezorgen.”

Politie en justitie zijn voorkomend en ontvangen de familie ook binnenkort weer voor inlichtingen en overleg, maar de extra mankracht lijkt hem geen overbodige luxe. Helènes moeder, Anne Gautier, verwijt zichzelf deze week in het dagblad Libération dat zij niet eerder de media heeft ingeschakeld: “Om de politie in de spiegel te laten kijken. Hebben zij niet gefaald door traagheid? Deze laatste twee slachtoffers hadden niet mogen vallen.”

Vader Frinking toont overigens begrip voor het feit dat ten tijde van de moord op zijn dochter de Franse justitie overstelpt werd door de reeks Algerijnse aanslagen op Parijse metrostations. Daar was ook de rechter in de zaak van zijn dochter bij betrokken.

Frinking heeft nooit het gevoel gehad dat 'zijn' zaak met minder aandacht werd behandeld omdat hij een buitenlander is. “Maar de hele sfeer in de werkkamer van deze rechter van instructie past niet bij de status van een man die dit soort ook de staatsveiligheid rakende zaken te behandelen heeft.”

De ouders van de in 1994 om het leven gebrachte Agnes Nijkamp waren in eerste instantie zeer te spreken over het bezoek van een Franse inspecteur, thuis in Loon op Zand. “Daarna is er niet meer zo veel gebeurd, lijkt het. Maar het is natuurlijk ook een smeltkroes van zaken daar in Parijs”, zegt vader Nijkamp zonder een spoor van verwijt.

Een andere dochter van het gezin Nijkamp, “die beter in Frans is”, heeft de zaak sindsdien zo goed mogelijk gevolgd. Dat viel niet mee. Op faxen om inlichtingen kreeg zij weinig of geen antwoord. “Dat is een beetje erg slordig geweest”. Pas vorige week vrijdag werd de familie opgeschrikt door een telefoontje van het weekblad Paris Match. “Dan beleef je het weer allemaal”, zegt Nijkamp. Van de politie hebben ze nog niets gehoord.

Agnes Nijkamp was “een vrolijke, gisse, innemende en intelligente meid, ze leefde intensief, maar ze was verstandig”, vertelt haar vader, niet zonder moeite, maar gesterkt door de herinnering aan zijn dochter. Zij had kunst- en ontwerpopleidingen gevolgd in Antwerpen en Parijs, gewerkt als designer in Barcelona en daarna opnieuw in Parijs als binnenhuisarchitecte. Met instemming van zijn vrouw zegt Nijkamp: “Ze kon het echt. Ze had het in zich dat ze iets zou bereiken in dat vak.”

Het is er niet van gekomen. Toen zij op de avond van 10 december 1994 verstek liet gaan voor een eetafspraak is haar vriend naar haar kamer gehold. Te laat.

    • Marc Chavannes