Schijn kost bankiers al de kop

Een keer een bitterbal naar zijn hoofd. Leo Overmars was zeven jaar woordvoerder van de bankwereld. Over het imago van bankiers, beursfraude en Bromsnor.

AMSTERDAM, 29 NOV. Na twintig jaar overheid (Economische Zaken), vijf jaar Nationale Investeringsbank en ruim zeven jaar (als eerste) directeur van de Nederlandse Vereniging van Banken ging Leo Overmars gisteren met pensioen.

Heeft u geen twijfels gekregen over de integriteit van de financiële top in Nederland na alle affaires van de afgelopen jaren, met de huidige beursaffaire als hoogtepunt?

Overmars:“Nee. Ik ga er namelijk niet vanuit dat alle bankiers, en dat geldt trouwens ook voor journalisten, eerlijk zijn. Negenennegentig procent is dat wel, maar niet allemaal. In die zin ben ik niet geschrokken, ik zou eerder zeggen: het valt mee gezien de verleidingen en de moeite die het kost om malversaties te traceren. Je hoeft als bankier geen wetten te overtreden om schuldig verklaard te worden, nee, de schijn opwekken dat je fout bent geweest, is al genoeg. Dat zijn de regels. Daar komt nog bij dat de morele overtuiging van mensen snel verandert, maar het geheugen tekortschiet. In de editie van 1976 van Van Dale staat het woord voorkennis niet. Dat heeft niemand meer scherp op het netvlies. Met de blik van het heden wordt geoordeeld over het verleden.”

Is al deze publiciteit over het beursschandaal schadelijk voor de financiële bedrijfstak?

“Tuurlijk, maar als er bij wijze van spreken straks twintig mensen in de gevangenis zouden komen vanwege deze zaken is het ook schadelijk. Maar dan is het terecht schadelijk, maar niet als straks blijkt dat een aantal mensen uitsluitend belasting heeft ontdoken. Als het een criminele organisatie blijkt te zijn, die misdaadgeld heeft witgewassen, zeg ik: justitie, perfect gedaan. Maar het track record van het Openbaar Ministerie in de vervolging van effectenhandel met voorkennis is niet indrukwekkend (een veroordeling in acht jaar; red).

U was als directeur van de Nationale Investeringsbank (NIB) commissaris bij een van de handelsfirma's die nu verdacht worden en wier oprichter al weken vastzit. Hoe geschokt was u toen u het nieuws hoorde?

“Ik heb absoluut geen vermoedens gehad in deze richting. Als commissaris ben ik afhankelijk van wat de directie mij vertelt, verder kun je nog eens met de externe accountant praten, maar dan heb je het wel gehad. Als commissaris ga ik ervan uit: een directeur liegt niet, ook niet over knullige dingen. Gebeurt dat wel, dan ligt 'ie eruit, maar ik heb de betrokken directeur nooit op een leugen betrapt. Natuurlijk hadden wij als commissarissen wel eens een zorgje. Als ik nu lees dat George Möller (president van de beursorganisatie AEX) regels voorstelt zodat direct duidelijk is of een handelaar voor zichzelf handelt of voor een klant en dan denk ik: het is nu 1997. Blijkbaar is dat nog steeds niet verplicht.”

Dat was wel verplicht bij het effectenkantoor waar u commissaris was?

“Ja, je bent er alert op. Kun je meer doen? De verplichting bestond, maar je weet nooit of het ook gebeurde. De directeur beweerde van niet.”

De banken zijn stilaan een verlengstuk geworden van de overheid doordat zij verdachte transacties moeten melden (wet MOT), de invoering van de euro versoepelen en informatie aan de fiscus moeten geven over rente die aan spaarders is betaald. Is de bancaire lobby, een belangrijke reden voor oprichting van de Nederlandse Vereniging van Banken in 1989, mislukt?

“Ja en nee. De rente-informatieplicht was er al langer, maar de banken wilden voor die informatiedienst ook betaald krijgen. Dat is niet gelukt. Het is een wetmatigheid in Nederland: elk departement wil wel betalen, maar niet Financiën. Het is voor hen tegennatuurlijk om iets te geven van wat zij net hebben gepakt. De brievenbus staat open, maar de portemonnee blijft dicht, zei Kok als minister van Financiën. Bij de invoering van de euro wisten wij dan ook dat er buitengewoon weinig te verwachten was. Tegen de MOT zijn de banken nooit geweest, vooropgesteld dat na melding banken niet door justitie aangesproken konden worden op hun relatie met een al dan niet verdachte klant.”

Heeft het imago van de banken schade geleden door deze diensten aan de overheid?

“Ja. Ik sprak eens een gezelschap toe, met veel vrije jongens in het publiek en een daarvan zei: je prostitueert je. Toen heb ik gezegd: prostituées laten zich betalen, wij krijgen niets, dit is echte liefde.

Het is opmerkelijk dat het bankgeheim, dat overigens niet formeel bestaat in Nederland, voor de banken in fiscale zaken wel een barrière was, maar in de strijd tegen georganiseerde misdaad en drugscriminaliteit niet. Nederland is geen verklikkerssamenleving, er zijn maar vier delicten waarvoor je aangifte moet doen, maar met de MOT zijn in een keer wel 100.000 bankmedewerkers aangewezen als verklikkers en daar had de wetgever ook grote moeite mee. Wij hebben wel degelijk wat bereikt. Er is volledige vrijwaring van strafvervolging voor bankmedewerkers voor de MOT gekomen.

En de toepassing is steeds effectiever geworden. Justitie heeft handig steeds meer criteria gewijzigd om overbodige meldingen uit het systeem te halen. Nu moet het Openbaar Ministerie en de politie leren financieel te recherchereren. In januari komt er een al deels bekend plan om als bedrijfstak het opsporingsapparaat te ondersteunen, zodat zij op termijn onze fraudeurs pakken. Nu wordt fraude nog behandeld als een fietsendiefstal in Amsterdam. En is er geen landelijke politie-opsporing, zoals de FBI, maar nog steeds 25 politieregio's. Veel dateert nog uit de tijd van Swiebertje en Bromsnor. Dat is wat dit land zo gezellig maakt en waar het onder gebukt gaat.''

De banken en het Openbaar Ministerie waren toch al begonnen met de opbouw van financiële expertise?

“Ja, met cursussen bijvoorbeeld. Maar samenwerken met politie en Fiod is buitengewoon moeilijk. Het zijn mensen die betaald worden om achterdochtig te zijn. Voordat die zich laten helpen...”

Acht u de kans aanwezig dat ABN Amro en bijvoorbeeld ING nog eenkeer samengaan, als de concentratie in het bankwezen in landen als Duitsland en Frankrijk een grotere omvang aanneemt?

“Nee. De Nederlandsche Bank heeft na de fusie van ABN en Amro in 1990 gezegd: tot hier en niet verder. Dat de drie grootste banken 80 procent van de massamarkt hebben is al redelijk uniek. Zij gedragen zich daarom uiterst voorzichtig.”

Zijn de diensten die de banken voor de overheid verrichten de prijs die zij betalen voor de fusies die zij mochten aangaan?

“Nee.”