Radboudziekenhuis sluit zonder waarborgfonds monsterlening

Het Nijmeegse Radboudziekenhuis sloot gisteren een monsterlening af van bijna één miljard gulden. Toch functioneert het Waarborgfonds, dat de terugbetaling van leningen in de gezondheidssector gaat garanderen, nog niet. De komst van de euro maakt de financiering er niet eenvoudiger op.

DEN HAAG, 29 NOV. Geavanceerde beademingsapparatuur, hartbewakingsmachines en scanners, om niet te spreken van een gebouw. Het uitrusten van een modern ziekenhuis is een kostbare aangelegenheid. Dat weten ze zeker in Nijmegen. Het academisch Radboudziekenhuis daar is aan modernisering toe, en om dat te bekostigen bezegelde de zorginstelling gisteren een lening van 916 miljoen gulden. Kredietverschaffers zijn de Rabobank en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), die is gespecialiseerd in financieringen in de (semi-)publieke sector.

Met het geld gaat het Radboudziekenhuis de komende jaren zijn gebouw renoveren, nieuwe vleugels bouwen en investeren in nieuwe medische apparatuur. “Het is een van de beste ziekenhuizen in de wereld. Die krijgen natuurlijk geen tweede garnituur spul”, zegt Frank van den Heuvel, die als accountmanager van BNG bij de overeenkomst is betrokken.

Het afsluiten van zo'n omvangrijke lening is niet eenvoudig. Omdat het ziekenhuis de hele som niet ineens nodig heeft wordt de lening over veel jaren gespreid. Twee bijkomende ontwikkelingen maken de financieringsovereenkomst nog ingewikkelder. In de eerste plaats zijn er de plannen voor een Waarborgfonds, dat de leningen in de zorgsector gaat garanderen. In de tweede plaats is dat de komst van de euro, de Europese eenheidsmunt.

Instellingen in de zorgsector zijn meestal weinig solvabel; hun eigen vermogen is klein in relatie tot hun schulden. Dat wil zeggen dat er bij een faillissement doorgaans veel schuldeisers zijn en een kleine boedel is te verdelen. Dat maakte het voor ziekenhuizen, verpleeghuizen en instellingen voor gehandicapten en geestelijke gezondheidszorg moeilijk om tegen gunstige voorwaarden geld te lenen. Om de kredietwaardigheid te verbeteren stelde de overheid zich in het verleden garant voor aflossing van leningen. Dit maakte de financiering van de sector aantrekkelijk voor institutionele beleggers als pensioenfondsen, die uit zijn op zekerheid. Zorginstellingen konden op hun beurt lage rentes bedingen.

In 1988 verviel de garantie op leningen in de zorgsector, als onderdeel van het beleid van de terugtredende overheid. Institutionele beleggers keerden de zorgsector de rug toe. Hun plaats werd overgenomen door de commerciële grootbanken, die grote risico's aandurven maar ook een hogere rente berekenen.

Zo verdwijnt een groter deel van het budget voor de gezondheidszorg naar de betaling van meer rente. De instellingen in de zorgsector, verenigd in de Nederlandse Zorgfederatie, hebben inmiddels voor ruim 27 miljard aan leningen uitstaan. De extra rentekosten over dat bedrag worden geschat op enkele honderden miljoenen guldens. Van den Heuvel: “Iedere cent die méér aan rente wordt uitgegeven kan minder worden besteed aan zorg.”

De instelling van een Waarborgfonds, dat de leningen garandeert, is op dit moment in voorbereiding. Waarschijnlijk zal het volgend jaar in werking treden. Dan zullen de institutionele beleggers - met hun lage rentepercentages - weer terugkeren als kapitaalverschaffers van de gezondheidszorg. Was het niet verstandiger geweest als het Radboud had gewacht met de afsluiten van de lening tot volgend jaar?

Dat valt volgens accountmanager Van den Heuvel van de BNG nogal mee. In de eerste plaats profiteert het ziekenhuis van de huidige lage rente op de kapitaalmarkt. Bovendien beschouwen de banken een lening aan een academisch ziekenhuis als het Radboud als redelijk veilig omdat het geld krijgt van twee ministeries; Volksgezondheid en Onderwijs & Wetenschappen. En een lager risico betekent een lagere rente.

Toch zijn de banken geïnteresseerd in de zekerheden die het Waarborgfonds kan bieden. In het onwaarschijnlijke geval dat het Radboud over de kop gaat, ontvangen Rabobank en BNG liever geld uit het fonds dan dat ze met een ziekenhuisboedel in hun maag zitten. Daarom is er een clausule opgenomen in de financieringsovereenkomst die de overgang naar de zekerheden van het Waarborgfonds in de toekomst mogelijk maakt.

De invoering van de euro maakt de monster-lening in Nijmegen er niet eenvoudiger op. Dit jaar leent de zorginstelling de eerste zestig miljoen, uiteraard in guldens. In 1999 wordt de gemeenschappelijke Europese munt giraal ingevoerd en gaan de kapitaalmarkten dezelfde valua hanteren. Dan zou het ziekenhuis al in euro's kunnen gaan lenen. Na 2002, als de euromunten en -biljetten worden ingevoerd en de gulden verdwijnt, zullen de leningen niet anders dan in euro's kunnen luiden.

“Dat klinkt ingewikkeld, maar dat is het niet”, betoogt Saskia van Dijk, euro-deskundige bij de BNG. Wettelijk is bepaald dat alle bedragen, gesteld in nationale valuta's van de EMU-landen, gewoon worden omgerekend in euro. Het is voor geen van de partijen mogelijk om wegens de monetaire veranderingen bestaande contracten open te breken en te heronderhandelen.

De miljoenen waarmee het ziekenhuis de eerste jaren een deel van denieuwbouw - parkeergarage, onderwijscentrum en logistiek centrum - betaalt, zullen in de toekomst dus gewoon in euro's worden afgelost. Accountmanager Van den Heuvel ziet evenmin problemen. “Wel krijg je na omrekening waarschijnlijk geen mooie afgeronde, maar wat rare bedragen.”

Het Radboudziekenhuis kan zelf bepalen op welk moment tussen 1999 en 2002 het de overgang van gulden naar euro maakt. Grote internationale ondernemingen als Philips, Siemens en Daimler-Benz hebben aangekondigd al in 1999 in euro's te gaan rekenen. “Voor het Radboud ligt het anders”, zegt Michel de Bekker, als directeur financiën en economie van het Radboud bij de overeenkomst betrokken. Omdat de instelling gericht is op de Nederlandse markt, zal ze de overstap naar de euro waarschijnlijk pas in 2002 maken. Tenslotte zullen haar crediteuren (leveranciers) en debiteuren (zorgverzekeraars, die de kosten van de verpleging betalen) tot dan in de meeste gevallen guldens hanteren.

Of het ziekenhuis wijzer wordt van de invoering van de gemeenschappelijke Europese munt weet niemand. “Gaat de rente omlaag? Dat is een van de meest gehoorde vragen van onze klanten”, zegt Van Dijk. “Maar dat kunnen wij niet voorspellen.” De voordelen ziet Van Dijk met name op de lange termijn. Als de meeste landen van de Europese Unie de euro gaan gebruiken, wordt de kapitaalmarkt groter en transparanter. Beleggers uit de EMU-landen kunnen makkelijker investeren in Nederland. Door een groter aanbod van kapitaal zou de rente kunnen dalen. “Maar er zijn zoveel andere factoren die de rentestand beïnvloeden”, tekent Van Dijk aan.

Het is bovendien nog maar de vraag of veel buitenlandse beleggers zich aangetrokken zullen voelen tot de Nederlandse zorgmarkt. De (semi-)publieke sector is sterk afhankelijk van het nationale overheidsbeleid, en heeft dus een zeer specifiek Nederlands karakter. Het gesteggel rond het Waarborgfonds is daarvan een uitstekend voorbeeld. “De manier waarop de publieke sector hier wordt gefinancierd is voor een buitenstaander abacadabra”, aldus Van den Heuvel.

De Bank Nederlandse Gemeenten maakt zich voorlopig geen zorgen om de eventuele toekomstige concurrentie uit het buitenland als gevolg van de komst van de euro. De prijsstelling van leningen aan de publieke sector is in Nederland zo scherp dat buitenlandse investeerders er niet veel onder kunnen zitten, denkt Van den Heuvel. “Als een instelling vergelijkbare leningen krijgt aangeboden van een Nederlandse en een Franse belegger, zal ze toch eerder met de Nederlandse in zee gaan.”