Partnerakkoord EU en Rusland gaat van start

BRUSSEL, 29 NOV. Op 1 december treedt een zogeheten partnerschaps- en samenwerkingsakkoord tussen de Europese Unie en Rusland in werking. Het akkoord is bedoeld om de politieke en economische banden aan te halen en het voorziet in regelmatig overleg in een samenwerkingsraad die ten minste jaarlijks bijeenkomt op ministerieel niveau.

Rusland drong al enige tijd aan op het van kracht worden van het akkoord, dat midden 1994 na twee jaar onderhandelen werd ondertekend maar waarvan de ratificatie op zich liet wachten. Doel van het akkoord is dat exportbeperkingen worden opgeheven en dat wederzijds de status van meest begunstigde natie wordt toegekend. Op lange termijn zou dit moeten leiden tot vrijhandel. Vorig jaar trad al een interim-handelsakkoord tussen de EU en Rusland in werking.

De Europese Unie is de grootse handelspartner van Rusland: in 1996 ging 40 procent van de Russische export naar lidstaten van de EU (voor 22 miljard ecu) en kwam 38 percent van de Russische import uit de Unie (19 miljard ecu). Maar Westerse bedrijven ontmoeten nog altijd aanzienlijke problemen in Rusland, zegt Zygmunt Tyszkiewicz, secretaris-generaal van de Europese ondernemersorganisatie Unice. Investeringen zijn er onzeker, wetgeving ondoorzichtig, misdaad en corruptie groot. “Zakenlui lopen er rond met bodyguards en leven in speciale compounds”, aldus Tyszkiewicz die Rusland omschrijft als een “cowboy-land met een groot potentieel”.

Als eerste prioriteit van het samenwerkingsakkoord noemt een woordvoerder van de Europese Commissie de wettelijke bescherming van investeerders in Rusland. “Er moet een meer stabiel klimaat komen voor handelaars en investeerders.” Ook zou de wetgeving meer op elkaar moeten worden aangepast. “Het is vaak al moeilijk om te weten te komen wàt de Russische wetgeving is”, zegt Tyszkiewicz. Hij hamert met name op wetgeving ter bescherming van intellectuele eigendom en op eenvormige regelgeving voor aandeelhouders.

Russische politici kwamen al midden jaren tachtig aankloppen bij Tyszkiewicz, met de vraag om een handelsakkoord tussen Rusland en de EU. “Ze dachten, als we de bedrijven achter ons voorstel hebben, dan moeten politici ook wel luisteren. Maar ik heb ze gezegd dat ze niet bij ons, maar bij de Europese Unie moesten zijn.” Als voordeel van het huidige handelsakkoord noemt de Unice-voorman dat er regelmatig overleg zal plaatshebben, waar handelsproblemen ter sprake kunnen worden gebracht. Ook een Commissie-woordvoerder noemt als grootste winst dat er voortaan een permanent forum is, in plaats van de huidige ad hoc-aanpak.

Het geregeld overleg is bedoeld om kwesties van wederzijds belang te bespreken, zoals anti-dumping maatregelen. Eerder deze maand maakte de Europese Commissie bekend dat ze voor een periode van vijf jaar een anti-dumpingheffing van 26,8 procent oplegt op naadloze stalen buizen en pijpen uit Rusland. Dit leverde heftige kritiek op van een vertegenwoordiger van de Russische missie bij de EU. Hij kondigde aan dat de anti-dumpingheffing op de eerstkomende samenwerkingsraad aan de orde wordt gesteld.

Rusland heeft gevraagd om een eerste ontmoeting van de ministers van Buitenlandse Zaken op 15 december, omdat minister Primakov de volgende dag toch in Brussel moet zijn voor een bijeenkomst met de NAVO. Maar het is niet zeker of deze ontmoeting doorgaat. Op deze bijeenkomst zouden onderwerpen als de handelsbetrekkingen, het voormalig Joegoslavië, de Baltische staten en de implementatie van het Verdrag ter Vernietiging van Chemische Wapens op de agenda staan.

Ook de toetreding van Rusland tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) kan ter sprake komen. Rusland diende in 1993 een aanvraag in, maar de onderhandelingen zijn nog niet begonnen - het wachten is op een Russisch voorstel. De EU-lidstaten steunen het lidmaatschap van Rusland, mits het voldoet aan de economische voorwaarden. Via het Tacis-programma tracht de Europese Unie te helpen bij de nodige economische hervormingen. Sinds 1991 gaf de EU daar 1 miljard ecu aan uit. Het Tacis-programma is veel bekritiseerd, omdat de hulp niet altijd effectief zou zijn. Ook Unice-voorman Tyszkiewicz zegt dat Tacis bekritiseerd kan worden, maar “de Europese Unie doet tenminste iets”.

    • Birgit Donker