Ouderwets degelijke televisie

Maarten Spanjer is terug met een nieuwe serie portretten voor de NCRV. Na vier jaar Taxi en een intermezzo over therapieën heeft hij zijn draai weer gevonden als de tv-schilder van gewone mensen.

De verwantschap tussen Taxi en de huidige reeks van Spanjer is dat het een programma is dat bekende Nederlanders mijdt als kapstok voor een probleem of goed gesprek. En Maarten Spanjer doet weer waar hij goed in is, met iets van verbazing in zijn houding en stem mensen laten vertellen wat ze beweegt. “Ik benader ze gewoon serieus, dat is ook eigenlijk het leukste, dan krijg je meer terug.”

In de eerste aflevering volgde Spanjer een echtpaar dat een gedateerde kermisattractie exploiteerde. Wat een prachtige reportage opleverde van twee mensen die met heel veel liefde voor elkaar en hun werk tegen de stroom van de tijd opboksten en wat meewarig werden bekeken door hun collega's op de kermis. De week erna gaf hij een meelevend portret van een jongen in een Amsterdams revalidatiecentrum die na een mislukte zelfmoordpoging tot zijn middel verlamd raakte en afgelopen maandag waren extreme fans van zanger Frans Bauer het onderwerp.

“Zoiets had ik nog nooit op tv gezien. Wel zijdelings met fans van Elvis Presley of zo, maar nooit zo als dit. Wat je bij die fans ziet is gewoon religie, Frans Bauer is religie en dat gaat heel ver. Mensen die aan de god offeren, ze komen met allerlei cadeaus, met bossen bloemen, knuffelberen. Ik heb het ingesproken met de stem van Reve, een citaat uit het bijbelboek Daniël. Maar ik maak geen programma's met een diepere boodschap, het blijft amusement. Toch is het heel aardig om naar te kijken. Tenminste, ik ben er tevreden over.”

Maarten Spanjer (45) studeerde ooit rechten, maar haakte na zijn kandidaats af. In 1980 werd hij bekend door een hoofdrol in Spetters van Paul Verhoeven. In die film was hij Hans, de motorcoureur met minder talent dan zijn vriend Rien, maar wel degene die uiteindelijk overleeft en het meisje krijgt. Daarna werkte hij vooral voor de televisie. Typetjes als drs. Vijfje - de man met een halve voetbal op zijn hoofd - in VARA's Voetbal 80 en Beun de Haas van de tv-reclame zijn onvergetelijk. Na rollen in minder geslaagde comedyseries als Uit de school geklapt (NCRV) en Zaterdagavondcafé (Veronica) vond hij in 1991 zijn draai als de chauffeur van Taxi.

In de taxi met verborgen camera kon hij zich uitleven in het meepraten met en voorzichtig uitlokken van passagiers die toevallig in zijn wagen stapten. Dat leverde fraaie tv op en het programma won in 1995 een internationale persprijs op het Gouden Roos Festival van Montreux. Producent IDTV verkocht de formule aan verschillende landen waaronder de Verenigde Staten.

Chauffeur Maarten Spanjer werd na vier seizoenen opgevolgd door o.a. Michiel Romeyn en Loes Luca. “Ik kon me op een gegeven moment vermommen wat ik wilde, maar mijn stem bleef herkenbaar en als driekwart van Nederland het programma kent dan valt het kwartje al snel. Soms draaiden we twee dagen en had ik één iemand die me niet herkende aan mijn uiterlijk of stem. Dat is geen doen.”

Dat de reeks Spanjer net als Taxi weer voor de NCRV is, zegt hem niet zo veel. “Ach hoe gaat dat, ze verlengen je contract omdat ze wat in je zien. Zo simpel ligt dat en later zijn er dan wel mensen die erbij verzinnen dat Taxi typisch NCRV is, want het gaat over mensen blablabla. Daar passen ze altijd wel een mouw aan.”

Voor Veronica maakt Patty Brard het enigszins vergelijkbare programma Brard. Een enkele keer levert dat goede televisie op zoals de aflevering waarin ze bejaarden openhartig liet spreken over hun liefdesleven. Maar meestal verdiept ze zich in types als portiers van disco's en gilt ze dat ze er niet aan moet denken zulk werk te doen. Spanjer: “Ik kijk er altijd naar om me te ergeren en om te zien hoe het niet moet. Dat is ook wel handig, in die zin kan je wel zeggen dat het programma dat ik nu maak een NCRV-programma is. Dat van mij wordt toch met iets meer zorg gemaakt en tsja, Patty Brard is toch meer Veronica.”

De tijd dat gewone mensen zeldzaam waren op de televisie ligt achter ons. “Iedereen zit in een grote vijver te hengelen met dit soort programma's en je hebt van die figuren, opera-Pietje bijvoorbeeld, die is al een keer bij mij in Taxi geweest, die is in Paradijsvogels geweest en die komt dan ook ineens voor dit programma naar voren. Dat probeer ik wel zo veel mogelijk te vermijden. Maar als je zo'n programma maakt waarbij de presentator een rol speelt, dus anders dan bij een documentaire, dan ligt het ook helemaal aan degene die het doet. Peter Jan Rens heeft een Late Night Show en Paul de Leeuw ook, maar dat zijn toch andere programma's, hahaha. Overigens ben ik nog steeds bezig met de actiegroep 'Gümüs terug, Rens over de grens', maar hij blijft maar op die tv.”

Spanjer vindt dat de publieke omroep meer op kwaliteit let. Maar het blijft een voortdurende strijd. “Ik moet constant blijven zeuren van geef me een goede geluidsman, geef me een goede cameraman, geef me een goede eindredacteur, maar die zijn allemaal duur. We monteren nu met Ot Louw, dat is een uitstekende editor. Hij doet ook Kees & Wim. De kwaliteit van die mensen zie je aan het programma af.

“Er zijn te veel handige babbelaars bij de televisie en te weinig mensen die nog iets maken omdat ze het leuk vinden om te doen. Neem zo'n Cox Habbema die altijd geroepen heeft dat ze niets met tv te maken wilde hebben. Ze keek nooit. Die kreeg vorig jaar een hoge functie bij IDTV en stapte in februari weer op omdat niemand wist wat ze daar deed. En die gaat in een interview roepen dat ze 'de trein weer op de rails heeft gezet'. Een paar maanden later staan veertig man op straat. Aan zulke mensen gaat je bedrijf kapot.

“Ik ben allergisch voor die types. Als je een programma maakt als Man o man, dan kun je niet bij Taxi werken. Dat vind ik echt. En er lopen in zo'n bedrijf ook te veel huppelkutjes rond die als ze vier keer een programmaformat op het kopieerapparaat hebben gelegd, denken ze dat ze televisiemaker zijn. Format, het woord alleen al.”

Spanjer kan niet zeggen wat het format van zijn huidige programma zou zijn. “Je zoekt wat onderwerpen bij elkaar, maar in wezen heb ik een grote speelruimte, want er is niet echt een idee, zoals bij Taxi. Daardoor kun je een hoop kanten uit en dan ontwikkelt zich een programma. In de komende afleveringen ga je zoeken. Het moet gaan over gewone mensen die normaal niet op tv komen, dus geen types die in een leren broek rond lopen met een zweep in hun hand, of travestieten, dat hebben we allemaal al gehad, maar gewone mensen. Eigenlijk is het heel ouderwetse degelijke televisie.”

    • Dirk Limburg