'Oekraïners kiezen voor Europa'; Gesprek met president Koetsjma

Volgende week brengt de Oekraïense president, Leonid Koetsjma, een driedaags staatsbezoek aan Nederland. “We zijn 70, 80 jaar van de Europese beschaving afgesneden geweest. Die historische onrechtvaardigheid moet worden hersteld.”

KIEV, 29 NOV. Zes jaar lang hebben Rusland en de Oekraïne geruzied - over de Zwarte Zee-vloot, De Krim, de Russische pogingen het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) te domineren. Een bezoek van de Russische president, Boris Jeltsin, aan Kiev werd zes keer uitgesteld voor het dit jaar eindelijk doorging. Maar sinds twee weken is de lucht zeer opgeklaard:op een recente top konden de presidenten Leonid Koetsjma en Boris Jeltsin het opeens zeer goed met elkaar vinden. Later zei Jeltsin dat een punt wordt gezet achter 'zes jaar van verwijten en misverstanden'. Is die opklaring echter tijdelijk of is zij blijvend?

“Ik weet dat veel mensen niet echt geloven dat de relatie beter is”, zegt Koetsjma. “We hebben elkaar ten slotte al zo vaak ontmoet en alles is steeds hetzelfde gebleven. Maar ik geloof toch dat het dit keer anders is. We hebben een handelsoorlog achter de rug die beide landen veel schade heeft berokkend. Moskou heeft onze export naar Rusland en onze import uit Rusland met BTW belast en importheffingen op onze suiker geheven. Onze producten waren daardoor niet concurrerend meer. Drie miljard dollar heeft die oorlog ons gekost. Nu worden de maatregelen teruggedraaid. Nu hebben we genoeg politieke wil en wijsheid opgebracht om te begrijpen dat elke oorlog in vrede eindigt. Dat was een politieke beslissing die Jeltsin heeft genomen.”

Leonid Koetsjma, president van de Oekraïne, werkte dertig jaar als ingenieur in een van 's werelds grootste wapenfabrieken, waar de SS20 en de SS22 werden gemaakt, toen hij in de politiek ging, premier van de Oekraïne werd, president Kravtsjoek uitdaagde en in 1994 de presidentsverkiezingen won. Toen, in 1994, werd hij geacht sterk pro-Russisch te zijn. In het traditioneel pro-Russische oosten van de Oekraïne kreeg hij veel meer stemmen dan in het traditioneel Oekraïens-nationalistische westen. Maar Koetsjma heeft als president zo mogelijk nog meer afstand van Moskou gehouden dan zijn voorganger. Hoe de relaties waren illustreert de president met een anekdote. “Een Rus en een Oekraïener lopen door de woestijn. Het is bloedheet en ze hebben niets te drinken. De nood is hoog. Dan vinden zij plotseling een fles water. De Rus zegt: 'Laten we broederlijk delen'. Waarop de Oekraïener zegt: 'Geen sprake van, laten we eerlijk delen'.” Koetsjma moet zelf nog om het grapje lachen. “Maar we moeten het nationaal belang van beide landen in de gaten houden. Daar gaat het om. De Russen en Oekraïeners hebben een lange geschiedenis en zijn nauw aan elkaar verwant.” “Belangrijk echter”, aldus Koetsjma, “is dat de Oekraïener principieel gekozen heeft voor Europa en de euro-atlantische richting”. “We zijn 70, 80 jaar van de Europese beschaving afgesneden geweest. Die historische onrechtvaardigheid moet worden hersteld.”

In het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, het GOS, lijkt Koetsjma weinig heil meer te zien. Het GOS, zegt hij, “heeft zijn eigen belangrijke rol gespeeld. Het heeft de scheiding (van de Sovjet-republiek, PM) geregeld zonder dat het tot bloedvergieten kwam. Maar elk land heeft zijn eigen weg gekozen, heeft zijn eigen binnen- en buitenlands beleid. Het kader van het GOS is zo vaag dat de vraag opdoemt of het GOS nog wel nodig is. Die vraag is nog niet te beantwoorden. Het GOS speelt nog een economische rol, want de markten van de Europese Unie zijn voor ons nog gesloten. Je kunt zeggen: de structuur van het GOS blijft, als consultatief lichaam tussen staten. Maar er komt geen supranationale structuur. Dat is uitgesloten.”

Zes jaar is de Oekraïne nu onafhankelijk. Voor de Oekraïense burger is het leven er een stuk moeilijker op geworden. Wanneer gaat het hem beter? Koetsjma: “Zeventig, tachtig jaar van Sovjetmacht hebben niet geleid tot goede levensomstandigheden. Wij kunnen dat niet in twee of drie jaar voor elkaar boksen.” Hij wijst op de rampzalige erfenis die de nieuwe leiders na 1991 aantroffen: “Onze economie is volstrekt mismaakt. Veertig procent van het industrieel-militaire complex van de oude Sovjet-Unie stond hier. De meeste bedrijven hier deden niets anders dan assembleren voor de Russen. Wij maakten de onderdelen voor hun fabrieken. De producten die wij nu maken zijn nergens gewenst. Daar komt de kernramp van Tsjernobyl nog bij, die kostte ons twaalf procent van onze begroting. Onze mijnen lijden verlies. Ze sluiten kost miljarden.”

Het buitenland, vindt Koetsjma, zonder het met zoveel woorden te zeggen, zou wel eens iets meer begrip kunnen hebben voor de Oekraïense problemen. “Neem dat van de terugkeer van de (door Stalin) gedeporteerde volkeren. De Krim-Tataren komen terug. Rusland heeft daar geen cent voor betaald. We hebben onze kernwapens opgegeven. Zonder compensatie. Ook dat heeft ons miljarden gekost. Als de wereld de Oekraïne als centrum van stabiliteit wil zien, moet ze niet langs de lijn staan en toekijken.”