Leren nee te zeggen

UIT EEN grootschalig onderzoek onder ruim 2.000 scholieren blijkt dat het landelijke voorlichtingsprogramma 'De gezonde school en genotmiddelen' het roken, drinken en blowen onder middelbare scholieren terugdringt.

Het preventieproject - dat geleid wordt door het Trimbos-instituut, centrum voor geestelijke gezondheid en verslaving - is erop gericht scholieren verantwoord met genotmiddelen te leren omgaan. Niet eerder werd een preventieprogramma zo breed op alle scholen voor voortgezet onderwijs ingevoerd, en niet eerder werd er een zo grootschalig effectonderzoek aan vastgeknoopt. In de loop van 1998 wordt de laatste meting verricht onder de scholieren. Het resultaat dat afgelopen week bekend werd is de uitkomst van een tussentijdse meting.

“Er is op dit moment in Nederland geen ander voorlichtingsprogramma over roken, drinken en cannabisgebruik bekend dat het beter doet dan dit project”, zegt een trotse Cobi Izeboud, projectleider onderwijs van het Trimbos-instituut. “Het is heel moeilijk om een gedragsverandering te bereiken èn aan te tonen”, aldus Izeboud. “Dat wij met dit programma een stijgende tendens hebben kunnen afremmen, mag een groot succes genoemd worden, ook al lijken de afnamepercentages voor buitenstaanders vrij gering.”

Bij twaalf- tot veertienjarige leerlingen in de controlegroep die niet meededen met het project nam het aantal rokers de afgelopen twee jaar toe van 8 naar 29 procent. Bij de scholieren die wel meededen was deze stijging geringer: van 9 naar 25 procent. Ook voor alcoholgebruik wordt een minder grote stijging geconstateerd onder leerlingen die deelnemen aan het voorlichtingsproject. Op scholen die meededen steeg het gebruik van alcohol onder twaalf- tot veertienjarigen van 31 naar 58 procent, terwijl de controlegroep een stijging te zien gaf van 34 naar 67 procent. Het gebruik van hasj en wiet, verzamelnaam cannabis, steeg op de deelnemende scholen van 4 naar 9 procent en op de niet deelnemende scholen van 3 naar 14 procent. Opmerkelijk is dat tijdens de meting de lessen over cannabisgebruik nog niet waren gegeven, maar dat er blijkbaar sprake is van een positieve doorwerking van het project op andere genotmiddelen.

Vanaf het moment dat kinderen naar het voortgezet onderwijs gaan neemt het gebruik van tabak en alcohol explosief toe. Hasj en wiet schieten iets minder snel omhoog. Het project 'De gezonde school en genotmiddelen', dat overigens ook lesmateriaal biedt over XTC en gokken, richt zich dan ook vooral op leerlingen van de eerste drie leerjaren. Het eerste jaar krijgen de scholieren drie lessen over roken, het tweede jaar drie lessen over alcohol en het derde jaar drie lessen over cannabisgebruik. De onderwerpen XTC en gokken worden door scholen afwisselend in de onderbouw en de bovenbouw behandeld.

In de lessen verhogen de leerlingen hun kennis over de genotmiddelen, ze gaan na wat hun houding is ten opzichte van het gebruik door henzelf en door anderen, en ze oefenen persoonlijke vaardigheden om 'nee' te leren zeggen. Het is de bedoeling dat de scholen deze lessencycli telkens herhalen en op deze manier de genotmiddelen-voorlichting een vaste plek binnen het onderwijsprogramma geven. Daarnaast is het de opzet dat ze de ouders erbij betrekken, in samenspraak met hen tot een aangepast schoolreglement komen en in de leerlingbegeleiding een goede neus ontwikkelen voor problemen die met genotmiddelen samenhangen. “Het moet net zo vanzelfsprekend als wiskunde en aardrijkskunde worden en niet als iets extra's worden ervaren”, vindt Izeboud.“Drie lessen per jaar mag weinig lijken, maar met dit project is gezocht naar een investering die voor scholen acceptabel is.” Met deze integrale benadering van preventie als onderdeel van het schoolbeleid en het aanspreken van leerlingen op hun eigen verantwoordelijkheid is een nieuwe weg ingeslagen op het terrein van gezondheidsvoorlichting. Izeboud: “Vroeger dacht men dat het geven van informatie voldoende was, daarna kwam de aanpak die vooral waarschuwde voor de gevaren en verscheen er bijvoorbeeld een ex-junk voor de klas. We weten nu dat al deze benaderingen geen gedragsverandering teweegbrengen of zelfs een aanzuigende werking kunnen hebben.”

De werving en training van scholen die meedoen aan het preventieprogramma verloopt via de regionale GGD's en de instellingen voor verslavingszorg. Landelijk gezien werkt ruim zeventig procent van deze instellingen mee. In Gouda hebben de GGD en de Stichting Verslavingszorg Midden-Holland alle dertig scholen voor voortgezet onderwijs in de regio bereid gevonden om mee te doen. Aukje Sannen van de GGD heeft de taak om scholen te werven en te zorgen dat er een breed samengestelde stuurgroep per school ontstaat, want de scholen worden deskundig gemaakt om na drie jaar zelf het project te dragen. Behalve de lessen, betekent dat ook samenwerking met ouders, regelgeving op schoolniveau en leerlingbegeleiding. Thijs Biemans van de Stichting Verslavingszorg verzorgt de trainingen voor leerkrachten die de lessen gaan geven. “Per school wordt dat verschillend ingevuld”, aldus Biemans. “Soms doet ook de conciërge mee aan de training, of vertegenwoordigers van de ouders en zelfs van de leerlingen.” Het is Biemans en Sannen de afgelopen drie jaar opgevallen dat ouders erg huiverig en onzeker zijn als het om softdrugs gaat. “Daar weten hun kinderen vaak meer van dan zijzelf”, zegt Biemans. Over alcoholgebruik maken ze zich veel minder zorgen, want dat kennen ze uit eigen ervaring. “Terwijl dat een veel groter probleem is”, aldus Sannen. Als dat laatste benadrukt wordt tijdens de ouderavonden, dan komt er soms het verwijt dat er reclame gemaakt wordt voor hasj en wiet.

Biemans en Sannen zijn enthouasiast over het uitgangspunt van het voorlichtingsproject dat kinderen verantwoord leert omgaan met genotmiddelen. “Maar het is nog niet zo eenvoudig om ze na de driejarige cyclus vast te houden”, constateert Sannen, “ook al is in die periode wel het besef gegroeid dat het een taak van de school is.” Tijdens de trainingen merkt Biemans dat docenten de meeste moeite hebben met de vaardigheidslessen, waarin via rollenspellen geoefend wordt om weerstand te bieden aan de groepsdruk en 'nee' te leren zeggen. Uit de effectmeting bleek ook dat juist op het punt van de persoonlijke vaardigheden een geringe vooruitgang was geboekt in vergelijking met de controlegroep. Blijkbaar stuit het project hier op de grenzen van het didactische repertoire van de leerkrachten. Biemans: “Kennisoverdracht en waarschuwen gaat de docenten duidelijk veel gemakkelijker af.”

Een ander opvallend gegeven uit het onderzoek was volgens projectleider Izeboud dat alcohol minder aandacht had gekregen dan de andere genotmiddelen. “Die minder grote motivatie heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat leerkrachten zelf alcohol gebruiken.” Om dezelfde reden is roken volgens haar “zo'n taai onderwerp” in de school. “Het gedrag van volwassenen is belangrijk voor kinderen. Gelukkig en helaas. Een goed voorbeeld krijgt navolging, maar een slecht voorbeeld ook. Dat is aangetoond. Maar ik vraag me af of leerkrachten zich daarvan bewust zijn.”

    • Michaja Langelaan