Ledenstop

Het Elfstedenbestuur wil na de eerstvolgende tocht de ledenstop opheffen. Het ziet daarin de enige mogelijkheid andere schaatsers ook een kans te geven mee te doen. Een goede oplossing?

George Schweigmann, achtvoudig deelnemer: “Het is een Salomonsoordeel. Ik zou mijn plaats best af willen staan, maar dan wel aan een echte Elfstedenrijder. Een schaatser zoals beeldhouwer Auke Hettema zo mooi heeft uitgebeeld bij het FEC, de vroegere Frieslandhallen. Iemand die aan de tocht begint om hem uit te rijden, een man die thuiskomt en de volgende dag weer gewoon naar zijn werk gaat. Het probleem is dat er in Nederland niet meer dan 16.000 van zulke schaatsers zijn. De Elfstedentocht draait op vrijwilligers. Deelnemers krijgen gratis onderdak bij mensen die de schaatsers vanaf drie uur 's nachts verzorgen. Er komen nu leden bij die rijden voor hun plezier. Schaatsers die bij Stavoren de trein in springen om in de kroegen te gaan dansen. Ik schaam me daarvoor.”

Evert van Benthem, winnaar in 1985 en 1986 en vorig jaar toerrijder: “De doorstroming moet beter, er zijn bijna geen leden van onder de dertig jaar. Vanaf 1986 zit het bestand vol, maar wie toen geen achttien was mocht geen lid worden. Zij hebben nooit de kans gekregen aan de tocht mee te doen. Je hebt echter ook te maken met mensen die voor 1985 al jarenlang lid waren en het bestuur jaarlijks hebben gesteund door middel van contributie. Zij mogen eigenlijk niet de dupe worden. Als ik mijn kaart moet afstaan, rij ik de wedstrijd misschien weer wel. Ook al maak ik geen enkele kans meer. Maar hoe dan ook: het is onverantwoord de bovengrens van 16.000 deelnemers op te trekken.”

Fenno Schoustra, journalist en auteur van vijf boeken over de Tocht: “Het heeft niets met terecht of onterecht te maken. De Elfstedentocht is een massaal gebeuren geworden, dat is een gegeven dat je niet kunt overwinnen. De doelstelling van het bestuur is het aantal teleurstellingen zo klein mogelijk te houden. De paradox is dat het bestuur alleen maar meer mensen zal teleurstellen. Iemand die de volgende keer voor het eerst meedoet, verlangt meteen naar de volgende en mag dan waarschijnlijk niet meedoen. Hetzelfde geldt voor de mensen die al vaker hebben meegedaan. Veel ouderen zijn overigens niet van plan hun plaats af te staan.”

Jan Sipkema, voorzitter van het bestuur van 1984 tot 1995: “De afschaffing van de ledenstop is terecht. We hebben in 1985 een run gehad, er kwamen duizenden leden bij. Vervolgens zijn er fasen geweest dat enkele honderden PD's, potentiële deelnemers, mochten meedoen. Dat was iets tijdelijks. Nu zullen alle PD's (14.022, red.) officieel lid worden, veel meer komen er niet bij. Dit geldt trouwens pas vanaf de zeventiende tocht. Iedereen weet hoe lang je daar soms op moet wachten.”

Klasina Seinstra, afgelopen winter winnares: “Ik heb een ander idee. Je moet elk jaar kaarten verkopen bij de VVV-bureaus. Wie wil schaatsen, moet 's nachts in de rij gaan staan, net als bij popconcerten. De echte Elfstedenrijders zullen er altijd zijn, zij hebben dat ervoor over. Je loopt het risico dat je er ieder jaar voor niets staat en ik weet ook niet of het uitvoerbaar is, maar er zijn nu te weinig schaatsers die de kans hebben om mee te doen.”

Jeen van de Berg, winnaar van 1954 en toerrijder: “Dit plan zal stranden, want veel oudere leden willen hun rechten niet afstaan. Misschien terecht, want tot 1985 kon iedereen lid worden en kwamen er weinig nieuwe bij. Tegenwoordig wil iedereen aan de Elfstedentocht meedoen. Bij Evert van Benthem stoppen nu nog bussen vol huisvrouwen. Je denkt toch niet dat dat in mijn tijd gebeurde? Nu geven mensen zich op om te kunnen zeggen dat ze hebben meegedaan, ook al stoppen ze halverwege. Misschien is een selectiesysteem de oplossing. Mensen die ooit de Noorderrondrit of de Oldambtrit hebben gereden, kunnen de Elfstedentocht meestal ook volbrengen. In zo'n geval vind ik het niet erg mijn startkaart aan een jongere af te staan.”