Indonesie; De rust is weer terug in Tanah Abang

JAKARTA, 29 NOV. Alles lijkt volkomen normaal in Tanah Abang. Marktkramen staan twee rijen dik langs de straat. Bussen en auto's persen zich langs alle bedrijvigheid van wandelaars, venters, fietsers, brommers en bajaj's, de oranje driewielige knettertaxi's. De wijk Tanah Abang in het centrum van Jakarta, vlakbij het grote Merdeka-plein, is een van de drukste en meest geconstipeerde delen van de stad. Behalve de grootste textielmarkt van Jakarta, is er een treinstation, een busterminal en de overbevolkte kampong Bali.

Maar Tanah Abang is ook een centrum voor seks, drugs en rock & roll. In het nabijgelegen Bongkaran, een strook land tussen het Banjir-kanaal en de spoorweg, is een menigte bouwwerkjes opgetrokken uit hout, blik en karton waar inwoners van de stad terecht kunnen voor goedkope hoeren, gokspel en drank. Tanah Abang staat door deze bijzondere cocktail van neringdoenden regelmatig in het centrum van de belangstelling. Begin dit jaar was dat door een oorlog tussen twee concurrerende bendes die elkaar het recht betwisten 'protectiegeld' te vragen van kooplui en chauffeurs van kleine bussen in de wijk.

Sinds enige weken is het opnieuw onrustig in Tanah Abang. Ditmaal gaat het om gewelddadigheden tussen de bewoners van kampong Bali en leden van een bende Oost-Timorezen, waarvan de leider luistert naar de indrukwekkende naam Hercules. De bewoners van de kampong hebben in Jakartaanse kranten gezegd dat ze genoeg hebben van de afpersing, de hoeren, het gokken en de drank in hun buurt.

Vorige week vielen er twee doden. Drie nachten werd gevochten tussen de gangsters van Hercules en de inwoners van de wijk. Woensdagnacht werd de 22-jarige Oost-Timorees Clasio Lopez gedood en in de nacht van vrijdag op zaterdag overleed de 20-jarige Yosephus Yovi Nang, afkomstig van het eiland Flores, aan ernstige steekwonden. Zijn broer, Didi, heeft in de Jakarta Post verklaard dat er sprake moest zijn van een misverstand. “Wij komen van Flores, uiterlijk lijken we op Oost-Timorezen. Maar mijn broer was geen crimineel of bendelid. Hij was chauffeur van een busje.”

Typerend zijn de geruchten die het geweld omgeven. Volgens sommigen was de directe aanleiding tot het geweld het gerucht dat een Oost-Timorees, die geholpen had bij het blussen van een brandje in kampong Bali, en passant een aantal persoonlijke bezittingen had gestolen. Volgens een ander gerucht zouden de bendeleden, afkomstig van de katholieke Portugese ex-kolonie, een aanval beramen op een moskee.

Eerder deze week trachtte brigade-generaal Masni Harun, chef van de inlichtingendienst van het militaire commando van Jakarta, de gemoederen te kalmeren. Hij verklaarden dat de twee doden bij toeval slachtoffer waren geworden van criminaliteit. En hij waarschuwde de media de gebeurtenissen niet te overdrijven en zeker niet in verband te brengen met de kwestie Oost-Timor.

De reden daarvoor is duidelijk: het afgelopen anderhalf jaar zijn vele kleinere steden in Indonesië het toneel geweest van hevige rellen, aangewakkerd door godsdienstige, politieke en regionale gevoeligheden. Masni Harun zei maandag dat de toestand in Tanah Abang inmiddels onder controle is. De autoriteiten hadden zondag voor de zekerheid 68 mensen opgepakt op verdenking lid te zijn van de bende van Hercules. Ook werden tientallen prostituees gearresteerd.

Het blijkt dat het stadsbestuur gekozen heeft voor een nieuwe benadering van het criminaliteitsvraagstuk. Doorgaans schiet de politie voordat er vragen wordt gesteld als het gaat om criminelen. Halverwege het afgelopen jaar waren er volgens krantenberichten alleen al in Jakarta meer dan 60 verdachten doodgeschoten. Meestal ging het volgens de politie om zelfverdediging, regelmatig ook om 'verdwaalde' kogels.

De opgepakte 'bendeleden' krijgen dit keer echter een speciale behandeling. Ze zijn afgevoerd naar een sportcomplex in Zuid-Jakarta, volgens de vice-gouverneur voor Bestuurlijke Zaken, Abdul Kahfi, “ter rehabilitatie”. “We hebben een geschikte plek uitgezocht waar we een open, vriendelijke en openhartige discussie met hen voeren over hun bestaan,” verklaarde Kahfi maandag. Volgens de voorzitter van de commissie van Welzijn, Soeparmo, moeten de bendeleden onderwijs krijgen en banen. “Zij leven in de marge van de samenleving. We kunnen hen niet zo maar elimineren of doodschieten.”

Dat de autoriteiten niet van half werk houden, bleek afgelopen dinsdag. Bij een grootscheepse sloopoperatie, beveiligd door 200 leden van ordetroepen, werden 11 panden in Tanah Abang, waaronder drie bars, het huis van Hercules en nog zeven andere panden die volgens het lokale bestuur zijn eigendom waren, met de grond gelijk gemaakt.

Gisteren was de gebruikelijke chaos teruggekeerd. Maar kooplui en chauffeurs zijn niet gerust. Een stoffenkoopman zei nog steeds bang te zijn. “Ik kan niet geloven dat het nu voorbij is.”