IN GEVECHT MET DE GOLVEN EN DE LEEGTE

Navigator Marcel van Triest (34) zit tijdens de Whitbread Round the World Race vijftien uur per dag klem in een bonkend hokje van een bij twee om het weer te bestuderen. “De voorspellingen kloppen vaak wel, maar de timing niet. Die is juist cruciaal.” Van Triest, ditmaal onder Noorse vlag varend, is die timing en de strategie meester. De Zuidelijke Oceaan is hem nog altijd meester. “Je bent daar helemaal niets.”

Toen de zeilers van het Noorse Whitbreadteam afgelopen maandag in Australie voet aan wal zetten, stond de volle kracht van de Zuidelijke Oceaan nog in hun ogen te lezen. Ook de blik van de Nederlandse navigator Marcel van Triest weerspiegelde verbijstering, ontzag, ontreddering. Iedere vezel van zijn lichaam verraadde uitputting. “En we hadden tijdens de twee laatste dagen van de etappe al tijd gehad om bij te komen”, zegt Van Triest. “Kun je nagaan.” Zijn ogen dwalen af.

Na twee dagen is hij zijn emoties nog niet de baas. Hij is ook niet in staat tot dezelfde bravoure als andere zeilers, die hun ervaringen achter een zonnebril verbergen. “It was good fun, he Marcel”, begroeten ze de broodmagere, boomlange navigator in het voorbijgaan. Maar Van Triest speelt niet mee. “It was okay”, antwoordt hij met een scheef lachje. “Je kunt je niet voorstellen hoe moe je kunt zijn”, zegt hij na een korte pauze.

“Hoe moeilijk alles kan worden. Ik had vitaminepillen bij me, maar heb ze niet gebruikt. Ik heb in twee weken tijd twee keer in mijn tas gegraaid en kon ze niet vinden. That's it. Meer doe je niet. Zo kun je ook te moe zijn om een positierapport te lezen. Daarom heb ik alle essentiële data in koeiencijfers op het scherm laten programmeren. Echt koeiencijfers.” Om zijn woorden kracht bij te zetten, spreidt hij zijn armen uit. “Ik kan ze altijd lezen en dus direct reageren.”

Van Triest grijnst opeens. Waarom? “Ik heb enorm veel tijd en energie in dit project gestoken. Vorig jaar vroeg ik me op gegeven moment af of het dat wel waard was. Nu werpt het zijn vruchten af. Ik heb gemerkt dat ik in de meest extreme condities op hetzelfde niveau kan blijven werken. Ik kan druipend van het water mijn hok binnenkomen en direct aan de slag gaan, zonder extra handelingen waar je de energie niet voor hebt. En hoe moe ik ook ben, ik zie die koeiencijfers.”

Marcel van Triest staat bekend als een van de drie beste navigatoren ter wereld. “Vijf”,corrigeert Van Triest. Hij zeilt op dit moment zijn derde Whitbreadrace, aan boord van de Noorse boot Kvaerner Innovation. “De halve vloot heeft bij mij aangeklopt, maar de Noren gaven mij carte blanche. Ik kreeg geld en ruimte om mijn eigen programma te draaien.” Na twee van de negen etappes voert de Kvaerner het klassement aan. Van Triest: “Ik denk dat schipper Knut Frostad het belang van strategie in deze Whitbread goed heeft ingeschat.”

Strategie en Van Triest zijn een onafscheidelijk koppel. Van Triest doet als navigator al jarenlang niets anders dan de juiste koers bepalen. Op basis van computergegevens van weerstations zoekt hij uit, waar je je op welk moment op zee moet bevinden om in de gunstigste positie de gunstigste wind op te pikken. In de vijfde etappe, van het Nieuw-Zeelandse Auckland naar het Braziliaanse São Sebastião, moet Van Triest het zonder computergegevens stellen. Op de Stille Oceaan is sprake van “een meteorologische woestijn” en maakt de navigator alleen gebuik van satellietfoto's.

Van Triest deed veel ervaring op tijdens zijn eerdere Whitbreadraces. De afgelopen twee jaar verbeterde hij zijn techniek thuis op Mallorca, achter de computer. “Waarom zou ik een studie meteorologie volgen? Vijfennegentig procent is overbodige ballast voor mij. Meteorologen zijn met neerslag bezig. Regen interesseert mij geen hout. Ik wil alles van de wind weten. Ik heb meteorologen vragen gesteld, waar ze nog nooit bij hadden stilgestaan.” Op eigen houtje bestudeerde Van Triest daarom het wereldweerbeeld van de afgelopen twintig jaar en bekeek hij maandenlang satellietfoto's. Hij zeilde aan de hand van computermodellen op alle zeeën wedstrijden.

Enthousiast buigt hij zich naar voren om het uit te leggen. “Ik zoek bijvoorbeeld de kust van Brazilië op, tik 13 maart 1987 in, en ga van start. Ik klik zes uur verder om te kijken hoe het weer zich heeft ontwikkeld. Oh, denk ik dan, is het zo gegaan?” Met die oefeningen en door zijn praktijkervaring heeft Van Triest enorme feeling voor het weer ontwikkeld.

“Mijn kracht ligt in de beoordeling van weersystemen en van computervoorspellingen. Die laatste krijgen we iedere dag aan boord door. Ik heb geleerd die voorspellingen naar waarde in te schatten. Ik weet wanneer de computer een aankomende depressie overdrijft of onderschat. Na drie dagen krijg ik vaak gelijk.” Zijn gevoel helpt hem bij de timing. “De weersvoorspelling klopt vaak wel, maar niet de tijd. De zon komt wel, maar een dag te laat. Ik bepaal de tijd waarop een depressie met wind kan arriveren en waar wij dan willen zijn.”

Ondanks alle elektronica vertrouwt de navigator ook vaak op het blote oog. Als iemand aan boord roept dat er een weersverandering op komst is, klautert Van Triest aan dek. Zo zag hij vorige week ook een onverwachte bui met 55 knopen wind naderen. “Toen zijn we letterlijk door de golven heen gezeild. We kregen de spinaker niet naar beneden. De stuurman had ogen als schoteltjes. Terwijl hij toch vier Whitbreadraces heeft gevaren en op een catamaran binnen tachtig dagen rond de wereld is geweest. De bui duurde misschien tien minuten, maar het waren de spectaculairste tien minuten die ik ooit heb meegemaakt.”

Zulke verhalen lokken de zeilers naar de Whitbreadrace en de Zuidelijke Oceaan. Hoe zuidelijker ze durven gaan, hoe meer wind ze vinden. Bij Antartica ligt niets meer in de weg. Van Triest, die thuis de etappe al honderd keer op zijn computer had gevaren, rekende uit dat hij tot de 53ste breedtegraad moest gaan. Het bleek niet nodig.

De navigator vond een stuk noordelijker al de benodigde wind. Veel wind. Zeker voor een boot die al een aanvaring met een walvis had gehad en midscheeps was geraakt. De Noorse Kvaerner kreeg deze etappe de volle laag. “Het is vooral mentale moeheid”, zegt de navigator. “Op een moment verlies je het vertrouwen in de boot. Je denkt: wat zal er nu weer stuk gaan? Kleine dingen worden dramatisch.”

Moeiteloos vertelt Van Triest over de vele ontberingen op zee. “De boeg boort zich in een golf en komt er zonder preekstoel (voorste stuk van de reling, red.) weer uit. De jongens op het voordek hadden daardoor geen houvast meer. Je staat met zeven man op het voordek een zeil binnen te halen. Een golf komt over de boot heen. Het water spoelt je mee over het dek, net zo ver als je reddingslijn lang is.

“De kracht van het water is onvoorstelbaar. We hebben twee keer het stuurwiel eraf getrokken. Dat is op zich niet erg, maar je verliest even de controle over het roer, de boot gaat overstag, waardoor de wind van de andere kant in het zeil slaat. Dan lig je plotseling over de verkeerde boeg, de reling is weggeslagen en alle zeilen met een gewicht van twee ton liggen in het water. We lagen half gekapseist, onder zo'n veertig graden helling. Maar we waren nog veel banger een zeil te verliezen. Die zeilen zijn kostbaar. De Whitbread is een heel duur spelletje. En uiterst competitief. Bij vijftig knopen wind ben je niet alleen bezig met overleven, je zeilt ook nog steeds een wedstrijd.”

Twintig jaar geleden was dat anders. “Dat was lood transporteren”, grapt Van Triest, refererend aan de superlichte racemachines waarmee ze nu de wereld rondgaan. Acht jaar geleden voer hij zijn eerste Whitbreadrace aan boord van het Nederlandse jacht Equity & Law van schipper Dirk Nauta.

“De sfeer van de race is enorm veranderd. Met Nauta was het nog een avontuur. Aan boord was het een en al reparatie, de lijnen vlogen je continu om de oren. Tijdens de stops had je echt feestjes. Nu niet meer. In de afgelopen tachtig dagen hebben we twee dagen vrij gehad. De Whitbread is niet langer de droom van mijn leven. Het is keihard werken.”

Toch heeft Van Triest na de vorige Whitbread continu op eigen kosten doorgewerkt om er weer een te varen. “De voldoening is groot. Het is topsport. Niet op de manier van een atleet, maar mentaal. Deze race kun je alleen varen als het van binnenuit komt. Een race kost twee jaar van je leven, 24 uur per dag. Alleen om jouw boot harder te laten gaan. Om te winnen. Is dat beperkt? Misschien. Dat is vijftien jaar trainen om een bal tegen een netje te trappen ook.”

Van Triest is weer terug uit de Zuidelijke Oceaan. Hij praat levendig over zijn vak, over de mix van informatica, elektronica, meteorologie, navigatie en strategie. Als navigator zit hij vijftien uur per dag klemgezeten in een bonkend hokje van een bij twee meter. Hij lacht van oor tot oor. “Daarom wil ik aan wal ook ruimte om me heen hebben. De Randstad is niets voor mij. Zolang ik een computer, een telefoonlijn en een vliegveld in de buurt heb, kan ik overal wonen.”

Aan Nederland is Van Triest allang niet meer gebonden. “Ik ben ook niet gebaat bij publiciteit in Nederland. Als ik via Amsterdam vlieg, koop ik een krant. That's it. Toch voel ik me nog verantwoordelijk voor de zeilsport in Nederland. Doodzonde dat de Nederlanders in de Whitbreadrace achteraan varen. Ik hoop dat de sponsordeuren hierna niet weer dichtklappen.”

Van Triest gunt het volgende generaties Nederlandse zeilers dat zij ook de onvoorstelbare leegte van de Zuidelijke Oceaan kunnen beleven. “De beelden staan op mijn netvlies gebrand. Ik ben twee keer vijf minuten aan dek gaan staan om te kijken. Naar de golven, de ruimte, de leegte. De Zuidelijke Oceaan is de laatste plek op aarde waar de mens niet bestaat. Op de Mount Everest kom je zelfs nog dode klimmers tegen. In de Zuidelijke Oceaan is niets. Je bent daar helemaal niets.”