Horror vacui

MENSEN ZIJN lastige wezens. Diep in elke overheid, elke directie, gezagsdrager, ambtenaar en afdelingschef schuilt daarom de neiging om ze overzichtelijk op te stellen in rotten van drie, muurvast in een keurslijf van dwingende regels.

Hun ideale samenleving kijkt op een strak gedisciplineerd leger, met een duidelijke bevelshiërarchie, duidelijke verantwoordelijkheden, en tot op de veters van hun schoenen controleerbare en bestuurbare individuen. Nog maar kort geleden kon je die neiging gemakkelijk letterlijk weerspiegeld zien in de rijen op een ouderwets schoolplein, de rijen bureaus op ouderwetse kantoren. Maar ook nu nog kun je het zien. Het zit in het genadeloos sluiten van een loket waar nog mensen voor staan te wachten. In de redeloze manier waarop de NS-conducteur een tientje boete eist van de goedwillende reiziger die zijn kaartje van ƒ 6,25 kwijt is. Je ziet het in de populariteit van personeels-volgsystemen, en in duizend andere dingen.

Die neiging is de fundamentele oorzaak dat vrijwel elke revolutie uit de klauwen loopt en zijn kinderen verslindt. De chaos na de omverwerping van het oude regime moet voor alles worden bezworen. Met chaos, onvoorspelbaarheid en onzekerheid kunnen beleidsuitvoerders niet omgaan. Onmiddellijk wordt dan ook de zojuist verworven vrijheid gesmoord in een nieuw ordenend keurslijf, dat soms erger knelt dan het oude. De monsters die bij revoluties de macht zo vaak in handen krijgen, zijn geen oorzaak, maar slechts symptoom van dit onvermijdelijke proces. Natuurlijke crisismanagers, die onder chaotische omstandigheden hun kans krijgen van de brede laag doodgewone, nette mensen die een stukje samenleving moeten besturen. Die de rust en zekerheid zoeken van een baan, van duidelijke kaders. Die groep houdt elk systeem in stand en elke machthebber aan de macht. Zonder hun steun hadden Caracalla en Commodus nooit zo krankzinnig kunnen huishouden. Zonder hun steun hadden Robespierre en Fouquier-Tinville, Stalin en Beria, Hitler en Himmler het nooit verder gebracht dan lokale notabele of ordinaire delinquent. Bertolt Brecht had ongelijk. Eten is niet zo belangrijk. In werkelijkheid is het 'Erst kommt die Ordnung, und dann die Moral'.

Niet alle revoluties vinden plaats door bloedige botsingen tussen maatschappelijke groepen. Een revolutie heeft plaats als de bestaande, traditionele kaders en beperkingen snel veranderen of verdwijnen. Als de mot zodanig in het maatschappelijk weefsel zit, dat er zichtbare gaten vallen. Zo bezien is de razendsnelle ontwikkeling van de micro-elektronica, en in het verlengde daarvan de telecommunicatie, een ware revolutie. Een revolutie die een 'horror vacui' in bijna elke bestuurder wakker maakt.

Daar krijg je dan van die overspannen reacties van. In de Verenigde Staten beweerde onlangs een regeringscommissie in een streng geheim rapport dat het land uiterst kwetsbaar is voor 'digitaal terrorisme'. “Vandaag de dag kan het juiste commando, dat via Internet naar de besturingscomputer van een energiecentrale wordt gestuurd, hetzelfde verwoestende effect hebben als een zak vol explosieven”, schrijft men. Wetten moeten worden uitgebreid, aangepast en aangescherpt. En uiteraard moet er geld komen, veel geld, voor “de beveiliging van de natie tegen digitaal terrorisme”.

Kom, kom. Wat die energiecentrale betreft is er niet meer nodig dan dat de toegang via externe computers net zo beveiligd wordt als de toegang voor mensen van vlees en bloed: met een hek, en een pasje voor het personeel. Dat is een vanzelfsprekende verantwoordelijkheid van zo'n instelling zelf. Het enige geld dat er nodig is, is geld dat gebruikt wordt om directies en systeembeheerders van dat feit te doordringen. En zo gemakkelijk is dat 'geven van het juiste commando' trouwens ook weer niet.

Een ander symptoom van bestuurderspaniek is de drang om versleuteld gegevensverkeer te verbieden, of op zijn minst iedereen te dwingen de sleutels van zijn elektronische brandkast op een of andere ministerie af te geven. 'Key escrow' heet dat. Het zou gaan om boeven vangen, die anders zomaar met elkaar zouden kunnen communiceren. Maar dat is onzin. Boeven zijn boeven omdat ze zich niet aan maatschappelijke regels houden, dus zullen ze ook niet braaf de sleutels van hun encryptiemethoden komen inleveren. En een beetje boef versleutelt zijn spullen zo, dat niemand het merkt. Het gaat dan ook niet om boeven, het gaat erom dat het Internet een nieuwe dimensie aan het maatschappelijk leven heeft toegevoegd, en die moet en zal gecontroleerd en beheerst worden, of dat nu zin heeft of niet.

En dan is er natuurlijk de (kinder)porno-hype. Natuurlijk is er viezigheid op het Internet te vinden, het is net de echte wereld. Maar Marie-José Klaver liet onlangs in deze krant heel goed zien dat de pornoliefhebber toch stukken beter af is bij de sigarenboer. Kinderporno bestaat, en dus, voor wie goed zoekt, ook op het net. Maar het blijft een randverschijnsel, zeker geen schering en inslag. Ook het geroep over regulering en censuur in die sfeer heeft meer met angst voor ongrijpbaarheid te maken, dan met de omvang en frequentie van feitelijke wantoestanden. Kinderporno leent zich door zijn taboekarakter bij uitstek om stemming te kweken: wie bewijzen vraagt maakt zichzelf verdacht.

Hoe ver de paniek gaat blijkt wel uit de onbezonnen actie van de Amsterdamse justitie, die vorige week eiste dat Internet-provider XS4ALL een maand lang alle, maar dan ook alle bewegingen van een ongenoemde verdachte registreert en aan justitie doorbrieft: de inhoud van zijn e-mail, activiteiten in neiwusgroepen, de plekken waarlangs hij zoal over het net surft, met wie hij kletst, enzovoort. Dit alles vanwege een onbekende verdenking. Dat heeft XS4ALL terecht geweigerd. Het is hier immers de oude Sovjet-Unie niet. Stel u voor dat de politie bij u aanbelt, of u maar een maand lang uw buurman wilt begluren, om redenen die u niet mag weten. Dag en nacht zijn gangen nagaan, inclusief loeren door gaatjes in de muren, die u zelf moet boren. En alles aan de politie vertellen. Dan vraagt u toch ook of oom agent ze wel alle vijf op een rijtje heeft?

    • Rik Smits