Gergjev: wederom hoogtij

Concerten: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 27, 28/11 De Doelen Rotterdam.

Hoogtij-jaren voor het Rotterdamse muziekleven zijn de huidige Gergjev-jaren. Voor de twee concerten in De Doelen die de Rotterdamse chef-dirigent donderdag en vrijdag leidde - vandaag en morgen worden ze in Wenen herhaald - zijn de superlatieven wederom niet aan te slepen. De uitvoeringen van sommige stukken zijn zelfs te kwalificeren als unica.

Eén zo'n unicum is Strawinsky's Le sacre du printemps - sinds de rumoerige Parijse wereldpremière in 1913 ontelbare malen in het westen op spectaculaire wijze ten gehore gebracht. Valery Gergjev deed het stuk al eerder bij het Rotterdams Philharmonisch - maar dan echt op zijn Russisch. Die toch al opzienbarende interpretatie, volstrekt haaks op wat men anders altijd hoort, heeft inmiddels nog aan kracht gewonnen. Philips, dat Gergjev onder contract heeft, zou daarvan onverwijld een opname moeten maken: eindelijk een alternatief voor de ontelbare bestaande Sacre-cd's.

Gergjev's Sacre is geen opzichtig spektakelstuk maar precies wat het moet zijn: een dubbelzinnig mystiek, onafwendbaar dreigend doodsritueel, het offer van een jong meisje bij het begin van de lente en het ontluiken van nieuw leven. De fagot zet trillend van angst in, zoekend, onzeker roepend en ook de rest van het verpletterende stuk mist elke gladheid en opulentie. Deze Sacre klinkt alleen nog ruig, dof, schril, duister, intimiderend, vaal en onwezenlijk. Het Rotterdamse orkest realiseert op verbluffende wijze een onwaarschijnlijke variëteit aan klankkleuren, waarbij Gergjev volume en tempo juist gedempt houdt.

Vooraf ging Moesorgski's liederencyclus De kinderkamer in de orkestratie van Denisov, met Anna Netrebko als een hartveroverende soliste in haar licht-gele prinsessejurk. Het was een herhaling van wat in augustus 1996 al in De Doelen klonk: een suggestief-naïef voorgedragen uitbeelding van al die kinderbelevenisjes.

Teer en sprookjesachtig, zoals de schilderijen van Chagall, klonk donderdag de toegift, een deel uit Rimski-Korsakovs opera De legende van de verdwenen stad Kitezj en het meisje Fevronia.

Kamermuzikaal was gisteren de aanpak van Sibelius Vioolconcert met Gil Shaham als solist. Gergjev en Shaham kwamen tot een vertolking waarbij de solopartij zó zacht en behoedzaam werd begeleid, dat het stuk niet langer klonk alsof Brahms het Sibelius had ingefluisterd. De viool - veelal ontdaan van gloedvolle lyriek - leek soms verkild en vaak erg eenzaam.

De Vierde symfonie van Sjostakowitsj kreeg tot slot een intense en muzikanteske uitvoering met verblindend virtuoos orkestspel en een aantal gekmakend luide passages - soms leken er wel honderd orgels tegelijk al hun doordringendste hoogste noten te spelen en dan ondersteund door beukend slagwerk! Het was het bewijs voor de symbiose die is ontstaan tussen Gergjev en het Rotterdams Philharmonisch Orkest: het is niet meer te zeggen of de 'R' van RPhO nu staat voor 'Rotterdams' of voor 'Russisch'.

    • Kasper Jansen