Geen verband tussen hartziekten en het beleg van Leningrad

Russische en Britse wetenschappers hebben onderzocht of er bij personen die tijdens het Duitse beleg van Leningrad zijn geboren, vaker ziekten als diabetes, hoge bloeddruk of hart- en vaataandoeningen voorkomen. Zo wilde men een eventueel verband aantonen tussen dergelijke klachten op volwassen leeftijd en ondervoeding in de baarmoeder.

De inwoners van Leningrad, het huidige St. Petersburg, leden tijdens het beleg extreme honger, vooral in de winter van 1941/42. De rantsoenen van vrouwen telden toen slechts 300 calorieën per dag en bevatten nauwelijks eiwit. Als gevolg daarvan was het gewicht van de tijdens het beleg geboren kinderen bijna eenvijfde lager dan normaal. Toch bleken zij, eenmaal volwassen, net zo vaak hart- en vaatziekten, hypertensie en diabetes te vertonen als mensen die gelijktijdig buiten Leningrad ter wereld kwamen, of net vóór de hongerwinter. Uit dit Russisch-Britse onderzoek blijkt dus niets van een verband tussen ondergewicht bij de geboorte en allerlei kwalen later (British Medical Journal, 22 november).

Dat er een verband zou bestaan tussen groeivertraging in de baarmoeder en hart- en vaatziekte later, is een idee van de Britse hoogleraar David Barker. Hij concludeerde aan de hand van verloskundige archieven uit het begin van deze eeuw dat een lage sociaal-economische status bij de geboorte (en dus veelal een slechtere voedingstoestand van het kind) samengaat met een wel 30 procent hogere kans op dergelijke aandoeningen. Critici van Barkers hypothese voeren als bezwaar aan dat zijn onderzoek betrekking heeft op individuen die vele jaren geleden geboren zijn, waardoor in het algemeen slechts een kleine fractie van de oorspronkelijke groep weer kan worden opgespoord. De kans op vertekening in de uiteindelijke resultaten is dan niet denkbeeldig. Een andere inconsistentie van de 'Barker-hypothese' is dat juist in de goeddoorvoede naoorlogse generatie de sterfte aan hart- en vaatziekten hoog is, ook in landen als Finland en Noorwegen, waar zich een hoog geboortegewicht voordoet.

Ook aan het nu gepubliceerde Russisch-Britse onderzoek kleeft het bezwaar van slechte selectie: slechts 169 van de in het totaal 1229 in de hongerwinter geboren kinderen namen eraan deel. De onderzoekers stellen daar tegenover dat de deelnemers qua lengte, gewicht, vetzucht, sociale klasse, roken en alcoholgebruik goed vergelijkbaar waren met die uit de vóór de hongerwinter geboren controlegroep, waarin bovendien een vergelijkbaar aantal potentiële deelnemers was uitgevallen. “Als het programmeren van de volwassen stofwisseling het product is van de blootstelling aan ondervoeding tijdens bepaalde stadia van de orgaanontwikkeling in de baarmoeder, dan hadden er substantiële verschillen tussen de groepen moeten bestaan”, zo stellen de onderzoekers.