Een zachtmoedig kunstenaar met bal en stick

Na dertien seizoenen nam Taco van den Honert dit voorjaar afscheid van de hockeyhoofdklasse. Gisteren speelde de 31-jarige balvirtuoos zijn officiële afscheidswedstrijd.

AMSTELVEEN, 29 NOV. Tom van 't Hek noemde hem ooit de Stradivarius van het hockey en signaleerde slechts één minpuntje toen hij de loopbaan van Taco van den Honert in ogenschouw nam. “Jammer dat hij zo laat rijp is geworden”, aldus de huidige vrouwenbondscoach, zelf ooit ook een begenadigd technicus.

Na dertien seizoenen zette Van den Honert dit voorjaar een punt achter zijn loopbaan, nadat hij eerder al had bedankt voor de nationale ploeg. Het afscheid in juni viel samen met de zeventiende landstitel van Amsterdam, de derde waaraan Van den Honert zijn medewerking verleende. De erelijst van de middenvelder, goed voor 215 interlands en tegenwoordig spelend in het tweede, vermeldt verder onder meer een olympische, een Europese en een wereldtitel.

Gisteravond vierde hij zijn officiële afscheid van de hockeyvelden. In het Wagener-stadion speelde hij met een selectie van oud-Amsterdammers tegen het huidige Amsterdam, het elftal dat sinds zijn vertrek zorgelijke tijden doormaakt. Het initiatief kwam van Joep Brenninkmeijer, zes jaar lang coach van Van den Honert en algemeen beschouwd als de peetvader van de 31-jarige balgoochelaar. “Zo'n grote hockeyer verdient een eresaluut.”

Twee maanden geleden stapte Brenninkmeijer op Van den Honert af met het verzoek een gelegenheidsformatie samen te stellen. “Hij pakte een stuk papier en krabbelde daar in één ruk elf namen op. Niks geen Bovelander of Delissen. Gewoon de jongens met wie hij jarenlang bij Amsterdam heeft samengespeeld.” Het zegt veel over Van den Honert volgens de huisarts uit Amstelveen. “Een gevoelsmens die de genegenheid in zijn directe omgeving zoekt. Gevestigde namen en zaken laten hem koud.”

Brenninkmeijer spreekt in liefdevolle bewoordingen over zijn voormalige pupil, die zijn brood tegenwoordig verdient als computerprogrammeur. “Hoewel ik hem nog nooit een tekening heb zien maken, vergelijk ik hem altijd met een schilder die bezig is met een kunstwerk.” Kortom, zegt Brenninkmeijer, de mooiste speler ooit, vergelijkbaar met de Pakistaanse dribbelaar Shahbaz Ahmad. Hoewel: “Shahbaz is vooral mooi op snelheid, Taak is zelfs een lust voor het oog als hij stil staat.”

Memorabel was volgens Brenninkmeijer het beslissende duel tegen HGC in de strijd om de landstitel van 1994. “We stonden met 2-0 achter. Vlak na rust miste Taco een strafbal. Ik zag het niet meer zitten, maar hij maakte zo'n gebaar van: komt wel goed. Vervolgens slingerde hij er binnen twintig minuten drie corners in. Als een van de weinigen was hij in staat een wedstrijd volledig naar zijn hand te zetten.”

Van den Honert groeide op in Laren. Voetbal was zijn grote passie totdat de vereiste discipline hem begon tegen te staan. Op aandringen van zijn vader meldde hij zich aan bij de plaatselijke hockeyclub. De eerste maanden verliepen moeizaam, herinnert Van den Honert senior zich. “Een half jaar lang heeft hij de stick verkeerd om vastgehouden.”

Van den Honerts grote voorbeeld was Paul Leopold, een oud-international die bekend stond als 'de pingelaar met de dode backhand-aanname' en naar eigen zeggen “ook zo'n enorme pieldoos”. Leopold noemt Van den Honert een van de grootste hockeyers ooit. “Voor jongens zoals hij ga ik op zondag de deur uit. De rest kan alleen maar rennen en hard slaan.”

Na zijn actieve loopbaan werd Leopold coach bij Laren. Van den Honert was een van zijn leerlingen. “Ik herinner me nog een wedstrijd uit de zaal waarbij Taco de bal na een strafcorner op zijn stick nam, precies zoals we vooraf hadden afgesproken. Met de bal op de stick liep hij vervolgens af op het doel en passeerde hij de keeper. Iedereen stond op de banken. Zoiets was nog nooit vertoond.”

Bert Bunnik komt de eer toe Van den Honert te hebben opgeleid, zowel bij Laren als bij de nationale jeugdselectie. “Het was een stille en verlegen jongen die het liefst alleen met bal en stick wilde zijn. Zijn vader moest hem regelmatig van het veld sleuren, anders kwam er van school niets terecht”, zegt de huidige assistent-trainer van Amsterdam. Bunnik noemt zijn voormalige pupil “een absolute virtuoos” met een ongeëvenaard gevoel voor de bal. “Als hij voor tennis of voetbal had gekozen, was het zonder twijfel ook een hele grote geworden.”

Later kwamen coach en speler elkaar weer tegen bij het Nederlands elftal waar Bunnik de rol van assistent-bondscoach vertolkte. Vooral in Aziatische landen oogstte Van den Honert veel bewondering, vertelt Bunnik. “Als de trukendoos openging, gingen de handen op elkaar. Helemaal gek werden ze. Soms deed hij het er ook om. Dan vergat hij alle tactische opdrachten en hups, dan volgde er weer een foefje.”

Van den Honert senior, zelf “ooit een modale hockeyer van wie niemand wakker lag”, onderschrijft de lezing van Bunnik. Met gevoel voor ironie: “Waarschijnlijk ben ik de enige geweest die hem heeft tegengewerkt. Rond zijn tiende was die jongen alleen maar met hockey bezig. Verder deed hij niets. Iemand moest ingrijpen, al deed hij daarna zelfs zijn huiswerk met een stick in de hand.”

In 1987 stapte Van den Honert over naar Amsterdam waar hij aanvankelijk met de nodige scepsis werd ontvangen, vertelt Brenninkmeijer, destijds coach van de vrouwenploeg. “Toen hij hier binnen kwam, was het een heel speels jochie dat alleen maar oog voor de bal had. Veel mensen, waaronder ik, vroegen zich af of dat wel wat zou worden.”

Drie jaar later ontfermde Brenninkmeijer zich over de mannen van Amsterdam. Hij schoolde Van den Honert om van centrumspits tot linkermiddenvelder en wees hem aan als de nieuwe aanvoerder van de ploeg. “Dat werd een ramp. Taco vond het maar niks, al die verantwoordelijkheden. Speeches houden en de boel ook buiten het veld bij elkaar houden. Het lag hem gewoon niet. In het veld was hij de natuurlijke captain en dat vond hij mooi zat. Na een jaar was hij blij dat ik hem die band afnam.”

Onder Brenninkmeijer groeide Van den Honert uit tot een gevreesd schutter vanaf de cirkelrand. Tijdens een hockeykamp in 1992 bekwaamde hij zich min of meer bij toeval in de strafcorner die hij, als eerste en lange tijd als enige, in één vloeiende beweging op doel pushte. De sleepcorner bleek een uiterst doeltreffend wapen, dat kort daarop overal ter wereld navolging kreeg. “Zijn belangrijkste bijdrage aan het hockey”, meent Van den Honert senior.

Voormalig international Walter Drenth speelde negen seizoenen samen met Van den Honert en trad al die tijd op als diens privé-chauffeur. “Taco heeft geen rijbewijs. Vindt hij niet nodig. Dat tekent zijn relaxte houding, zo van: ach, waarom zou ik? Daarom reed hij altijd mee naar uitwedstrijden. Was altijd heel gezellig, alleen op de terugweg was het stil in de auto. Ging meneer een tukkie doen.”

Slechts een kanttekening wenst Brenninkmeijer te maken bij de loopbaan van zijn beschermeling. “Hij is zo ongelooflijk bescheiden. Veel te lief eigenlijk. Met een sluwe manager aan zijn zijde had hij veel en veel meer uit zijn carrière kunnen halen. Dat heb ik hem vaak gezegd. Maar ja, dan haalde hij zijn schouders op.” Om adviezen van coaches zat Van den Honert sowieso niet verlegen, weet Brenninkmeijer. “Tegen mij zei hij regelmatig: 'Joep, je draaft door.' Fanatisme van coaches kon hem gestolen worden, vooral bij het Nederlands elftal. Het moest allemaal wel leuk en speels blijven.”

    • Mark Hoogstad