Deja vu

Velen noemden Mats Wilander saai. Onbewogen stond hij aan de baseline te wachten. Tot vervelens toe sloeg hij de bal terug. Zonder een spier in zijn gezicht te vertrekken volhardde hij in zijn verdedigende spel.

Zelden toonde hij emotie. Soms plooide hij zijn gezicht in een grijns. Alsof hij er een sardonisch genoegen in schiep het geduld van zijn tegenstander op de proef te stellen. Hij sloeg niet hard, maar met gevoel. Hij legde de bal waar hij wilde. Het was fascinerend zo gevoelvol en nauwkeurig als hij tenniste. Hij was een en al beheersing. Toen hij 17 jaar was, in 1982, won hij het toernooi van Roland Garros. Hij won zeven grandslamtitels, waaronder driemaal de Australian Open. Hij was nummer één van de wereld.

Moe van het sporten, het tenniscircus en de koude drukte trok hij zich terug. Hij wilde genieten, van alleen zijn op zijn boerderij en van gitaarspelen. Hij vormde een band, nam een plaat op en ging op toernee. Soms maakte hij muziek met McEnroe, concurrent én vriend. Na een periode van bezinning van twee jaar keerde hij terug. Maar zijn zachte hand van spelen was niet meer bestand tegen de mokerslagen van de jonge generatie.

Vorig jaar werd hij tijdens het toernooi van Parijs beschuldigd van het gebruik van cocaïne. Soms duikt zijn naam nog ergens op. Meestal is het stil rondom hem, de stilte waarvan de Zweed geniet.