De nationale Wetenschapsquiz; Vierde Nationale Wetenschapsquiz

Op Tweede Kerstdag, 26 december 1997 presenteert de VPRO-televisie de vierde editie van de Nationale Wetenschapsquiz. Deze quiz wordt georganiseerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, NWO en Noorderlicht, het wetenschapsprogramma van de VPRO.

Ook dit jaar staat de quiz onder leiding van Wim T. Schippers. Een team van hoogleraren en een van schrijvers worden door hem aan de tand gevoeld met behulp van de onderstaande 22 vragen.

U kunt ook meedoen met de quiz en kunt daarmee een van de volgende prijzen winnen:

* een korte ontdekkingsreis voor twee personen in 1998 naar Zuid-Afrika.

* een korte ontdekkingsreis voor twee personen in 1998 naar Zaragoza (Spanje).

* een korte ontdekkingsreis voor twee personen in 1998 naar Zaltbommel.

* een schookreisje voor de beste schoolklas in 1998 naar new Metropolis in Amsterdam.

De juiste antwoorden en de prijswinnaars worden bekendgemaakt in de uitzending van de Nationale Wetenschapsquiz door VPRO-Noorderlicht op 26 december 1997, Nederland 3, 22.10 - 23.40 uur en later op Teletekst en in de VPRO-gids. Een uitgebreide toelichting op de antwoorden is vanaf 27 december 1997 te vinden op de Internetsite van de VPRO, http.//www.vpro.nl en is schriftelijk aan te vragen bij NWO, afdeling V&C, Postbus 93138, 2509 AC Den Haag.

De vragen

1. Er bestaat zowel zoete als droge champagne. Waardoor ontstaat het verschil?

a Ze worden van verschillende druivensoorten gemaakt.

b De most van zoete champagne krijgt meer tijd om te rijpen.

c Aan zoet champagne is na de rijping suiker toegevoegd.

2.Door veel water te drinken na inname van veel alcohol wordt de eropvolgende kater afgezwakt. Hoe komt dat?

a De schadelijke stoffen die bij de afbraak van alcohol ontstaan, worden door de nieren sneller uitgescheiden.

b De hersenvloeistof wordt op peil gehouden zodat de hersenen niet tegen de schedel botsen.

c De alcohol wordt sneller afgebroken in de lever.

3 Het is windstil. Achterop een zeilboot wordt een ventilator gemonteerd die via een pijp lucht in het zeil kan blazen. Wat gebeurt er met de zeilboot als de ventilator wordt aangezet?

a De boot gaat vooruit.

b De boot gaat achteruit.

c De boot blijft liggen.

4. De bewering: ''Deze zin is onjuist.'' Is een voorbeeld van

a. een syntactische tautologie.

b een semantische paradox.

c een symbolische contrapositie.

5 Wat is de kleinste hoeveelheid moleculen waarbij water de eigenschappen van een vloeistof heeft?

a 1 watermolecuul.

b 2 watermoleculen.

c 6 watermoleculen.

6 Hoe lang moet een verticaal opgehangen passpiegel minimaal zijn wil je jezelf er staand van top tot teen in kunnen zien?

a Op zijn minst de helft van je eigen lengte.

b Op zijn minst de wortel van je eigen lengte.

c Het hangt ervan af hoever je van de spiegel staat.

7 U hebt in een quiz 1000 gulden gewonnen. U mag het geld mee naar huis nemen of inzetten in het bekende kop-of-munt-spel. Bij kop wordt het bedrag verdubbeld. Bij munt krijt u maar de helft. Wat is de juiste statistische redenering?

a. Een gokje kan best want de winstverwachting gaat er op vooruit.

b Het is een zuivere gok want de winstverwachting blijft gelijk.

c Zo'n gok is niet slim want de winstverwachting gaat er op achteruit.

8 Een ei ontploft als je het in de magnetron verhit, maar ontploft niet wanneer je het ei in een pannetje water kookt. Hoe komt dat?

a In kokend water verhindert de hydrostatitische druk dat het ei ontploft.

b De magnetronstraling verbreekt de natuurlijke cohesie van de eiwitten.

c In de magnetron kan de temperatuur van een ei oplopen tot boven de 100 graden Celsius.

9 Tot ver in de negentiende eeuw werd hysterie als neurotische aandoening uitsluitend bij vrouwen onderkend. Waarom niet bij mannen?

a Mannen hebben geen baarmoeder.

b Hysterie werd verondersteld veroorzaakt te worden door een vaginale schimmelinfectie.

c Mannen werden geacht emotioneel stabieler te zijn omdat ze zwaarder werk verrichten.

10 Wat heeft de banaan gemeen met de komkommer?

a Het zijn beide schijnvruchten.

b Hety zijn beide steenvruchten.

c Het zijn beide bessen.

11 Je strooit een kilo droogijs in een bak met 50 liter water van 20 graden Celsius, Er vormt zich een spectaculaire nevel. Zodra de vaste stof uit de bak is verdwenen is het volume van het water

a hetzelfde dan vóacute;or de toevoeging van het droogijs.

b groter dan vòòr de toevoeging van het droogijs.

c kleiner dan vòòr de toevoeging van het droogijs.

12 Wanneer je op een vochtig zandstrand loopt wordt het zand rond je voeten bij elke stap wit en droog. Hoe komt dat?

a. Je gewicht veroorzaakt een drukgolf die het water uit het zand rond je voeten naar buiten toe wegdrukt.

b Je gewicht veroorzaakt een kuil; het water loopt naar het laagste punt, namelijk onder je voeten.

c Het water rond je voeten wordt weggezogen doordat de ruimte tussen de zandkorrels toeneemt.

13 Stel je de energie van één gemiddelde Hollandse bliksemstraal zou kunnen opslaan en gebruiken. Hoe lang kan daarmee dan een doorsneehuishouden dat in Nederland circa 3500 kWh per jaar verbruikt, van elektriciteit worden voorzien?

a Hooguit een dag.

b Ongeveer een week.

c Minstens een half jaar.

14 Waarom is het 's Nachts niet licht?

a Er zit donkere materie tussen de sterren.

b De leeftijd van sterren is eindig.

c Het heelal is nog niet oud genoeg.

15 Een nieuwe lente een nieuw gluid. Hoe komt het dat de zangkanarie in het voorjaar meer complexe rollers weet te zingen dat in het najaar?

a In het najaar zijn de zangspieren opgerekt, in de winter komen ze tot rust.

b In het najaar krimpt het zangcentrum in zijn hersentjes en daardoor mist hij een enkel toontje.

c Gedurende de winter oefent hij nieuwe geluiden.

16 Er gaan zorgelijke stemmen op dat we in de volgende eeuw een tekort aan schoon zoet water zullen hebben. Je wilt een waterzuinige maaltijd bereiden. Wat kost per kilo het minste water?

a Rijst.

b Pasta.

c Aardappels.

17 Een lamp is met twee koperdraden van 1 meter lengte en een doorsnede van 2 millimeter verbonden aan een accu. Er loopt een stroom van 1 ampère door de draden. Hoe lang dat een elektron er over om van de stroombron naar de lamp te komen?

a Ongeveer 3 miljardste van een seconde.

b Ongeveer een halve dag.

c Niet te zeggen, want het hangt af van het voltage.

18 Het is windstil. Je fietst zo hard als je kunt één keer heen en weer op een dijk van 500 meter lengte, met een bijna constante snelheid van 27 kilometer per uur. Nu steekt er plotseling een wind op van 27 kilometer per uur. Je legt het parcours opnieuw af. Op de heenweg heb je de wind pal in de rug; op de terugweg pal tegen. Wat gebeurt er?

a Je fietst gemiddeld 5 procent sneller.

b Je fietst gemiddeld 35 procent langzamer.

c Je gemiddelde snelheid blijft ongeveer gelijk.

19 Onlangs is aangetoond dat men een levende kikker kan laten zweven in een elektromagneet. Wat is de oorzaak van dit merkwaardige fenomeen?

a Het bloed van gewervelde dieren bevat ijzer en is daardoor paramagnetisch.

b De kikker is in zijn geheel diamagnetisch.

c Als de temperatuur laag genoeg is treedt het Meissner-effect op.

20 Hoe ziet een kwaarsvlam in een spaceshuttle tijdens gewichtloosheid er uit?

a Oranje en ovaal.

b Diffuus en roodgloeiend.

c Blauw en rond.

21 Van wie is de volgende uitspraak: ''Een nieuwe wetenschappelijke waarheid zegeviert niet door haar tegenstanders te overtuigen en het licht te doen zien, maar veeleer omdat haar tegenstanders uitsterven en er een nieuwe generatie opgroeit die ermee vertrouwd is.''

a Thomas Kuhn.

b Werner Heisenberg.

c Max Planck.

22. Je buigt een limonade-buigrietje 90 graden. Je laat het lange eind losjes tussen je lippen naar beneden hangen en blaast: Het rietje beweegt. Als je met dezelfde kracht aan het rietje zuigt beweegt het rietje vrijwel niet. Vanwaar dit verschil?

a Het aanzuigen van de lucht veroorzaakt twee krachten die elkaar opheffen.

b Het aanzuigen van de lucht veroorzaakt een torsiekracht en geen drukkracht.

c Het aanzuigen van de lucht veroorzaakt geen centripetaalkracht.

Wat moet u doen?

Vul het hier bijgevoegde antwoordformulier in, knip het uit, plak het op de achterzijde van een briefkaart en verstuur die, voorzien van de gevraagde gegevens naar:

De Nationale Wetenschapsquiz

Postbus 93563

2509 AN Den Haag.

Uw briefkaart dient uiterlijk op maandag 15 december in het bezit van NWO te zijn. Inzendingen die later worden ontvangen, zijn uitgesloten van deelname. Eén inzending per persoon.

Succes!

(Over de uitslag van de quiz wordt niet getelefoneerd of gecorrespondeerd. Personeelsleden van het bureau van NWO en van de VPRO en hun gezinsleden zijn uitgesloten van deelname.)