De laatste dagen van Montserrat; Onder de vulkaan

Hoofdstad Plymouth bestaat niet meer en drie kwart van het Caraïbische eiland Montserrat is inmiddels tot onveilig gebied verklaard. De overgebleven vierduizend bewoners leven bijna allemaal in ballingschap. Noodopvang is gebrekkig, verlaten huizen worden leeggeplunderd. En de vulkaan is nog lang niet uitgewerkt. 'We voelen ons verwaarloosd.'

We hebben een telescoop'', zegt Robert Kleeb.

Beverly: “En twee uitstekende waakhonden.”

Robert: “Die geologen van het Montserrat Volcano Observatory zijn dilettanten. Er zijn er maar twee gepromoveerd.”

Beverly: “We hebben 800.000 dollar in dit huis gestoken. Je denkt toch niet dat we in een tentenkamp gaan zitten?”

Robert: “En dan ons huis laten leegroven zeker?”

Robert Kleeb, zestig jaar, voormalig aanklager van de staat Michigan, en zijn vrouw Beverly (71) zijn de laatste bewoners van Iles Bay. Pal onder de vulkaan. De Kleebs zitten onder de muggebeten en houden zich in leven met Mount Gay Barbados Rum. Maar ze hebben nog geen nacht slecht geslapen sinds ze hier twee jaar geleden zijn gearriveerd.

Het vulkaannieuws van het Montserrat Volcano Observatory (MVO) meldt zondagochtend 16 november een vergrote kans op een 'verticale explosieve eruptie'. De magmakrater van de Soufrière heeft een hoogte bereikt van 927 meter. De ervaring leert dat hij telkens bij 960 meter explodeert. Dergelijke erupties, zegt de nieuwslezer, vormen een direct gevaar voor Salem en de Belhamvallei, ten noorden van Iles Bay.

Hier staan de verlaten bungalows van de 750 Britse, Canadese en Amerikaanse snowbirds, rijke gepensioneerden, zoals de Kleebs, die voor miljoenen guldens een huis lieten installeren en het begin dit jaar moesten verlaten. Twaalf van deze villa's zijn afgelopen week leeggeroofd. De buit is waarschijnlijk per boot naar de omliggende eilanden vervoerd. Zelden wordt er een inbreker betrapt, want er is een chronisch tekort aan surveillerende politie-agenten.

De stroom in dit gebied is uitgeschakeld, de waterleiding afgesloten. De generator van de Kleebs draait twaalf uur per dag voor de koelkast en één ander huishoudelijk apparaat. Gisteren heeft Robert het gazon gemaaid, vandaag heeft Beverly gestofzuigd. Ook al komt er nooit meer iemand langs, het echtpaar is gesteld op orde. Elke vrijdag glippen ze door de politiepost om in de geïmproviseerde supermarkt Angelo's boodschappen te doen.

De Soufrière is vandaag gehuld in een donkere nevel. Zwarte nevel is niet gevaarlijk had een MVO-medewerker gezegd. Zodra je bruine aswolken ziet opstijgen, kun je beter binnen blijven.

Iedere bewoner van Montserrat, zegt Robert Kleeb, moet zelf bepalen of hij in zijn huis wil blijven wonen of niet. “De lokale regering heeft een lage dunk van het volk. Toen het echt heet werd in Plymouth vertrokken de inwoners toch? Mensen zijn niet gek, afgezien van de vrouw die water uit de Soufrière wilde putten.”

De eilandbewoners zijn volgens Beverly té autoriteitsgevoelig. “Ze klagen de hele dag maar laten zich vervolgens als makke schapen wegvoeren. Ze worden bang gehouden. Het kost generaties voordat de gewone burger zijn zelfrespect weer terug heeft. Help de mensen zelf te denken.”

Robert: “Als de Soufrière weer slaapt, sleep ik de gouverneur en de eerste minister voor de rechter. In Manhattan. Niet hier, want het kan nog jaren duren voordat de platgebrande rechtbank weer naar behoren functioneert.”

Beverly: “Denk erom, mijn man is een son of a bitch.”

Gesmolten strandstoelen

Op 25 juni van dit jaar reed Peter Hogan (53) met zijn Toyota-bestelwagen naar zijn boerderij in Bramble. Verboden gebied. Het was elf uur 's morgens en de orkaanwind blies grote aswolken langs zijn voorruit. “De vulkaan heeft kuren vandaag”, hoorde hij presentatrice Rose Willocks van ZJB Radio Montserrat zeggen. “Denk eraan: iedereen die zich in de gevarenzone begeeft, wordt gearresteerd.” Hij keek naar rechts en zag een grote bruine wolk: een lawine van rotsblokken. Hij haalde zijn schouders op. Je leert leven met een vulkaan.

Thuis telde Hogan zijn vijftien koeien en schapen, slachtte een geit, verwisselde de voorbanden van zijn bus en veegde gewoontegetrouw de as van zijn veranda. Toen hij om tien voor een zijn bord rijstepap op tafel zette, begon zijn kleine terriër te janken. Vluchtig keek Hogan door het vliegengordijn. En nog een keer. Door de rivierbedding van de Tuitt stroomde een vloedgolf van kringelende rook naar Bramble. 'Honderd kilometer per uur', maalde door zijn hoofd. Hij stapte in zijn Toyota en reed weg. Langs de kerk, langs het vliegveld, over de brug. Honderd kilometer per uur. In de verte hoorde hij zijn terriër blaffen.

Pas bij Pelican Ghaut durfde Hogan zich om te draaien. De kerk was weg, het vliegveld was weg, Bramble was weg. Een grijze vlakte strekte zich uit van Soufrière Hills tot in zee.

De uitbarsting van 25 juni was de krachtigste van enkele honderden in de afgelopen tweeëneenhalf jaar. De vulkaan spoot magma, gas en puin tweehonderd meter de lucht in en stortte zo'n zeshonderd ton as over het eiland en de zee uit. Negentien Montserratianen die zich in de onveilige zone aan de oostzijde van het eiland bevonden, kwamen om het leven. De politie vond acht verkoolde lijken. Op het veertig kilometer verder gelegen vakantie-eiland Antigua vroegen bewoners bezorgd om verstrekking van stofmaskers.

Op 7 en 8 augustus zette een explosieve eruptie de hoofdstad Plymouth in brand en toen de vuurgolven eind september tot aan Iles Bay kwamen, verklaarde de lokale regering driekwart van het eiland tot onveilig gebied. Sindsdien verlieten zevenduizend van de elfduizend bewoners Montserrat.

Peter Hogans bestelbus is tegenwoordig een taxi, waarmee hij het eiland doorkruist. Hij woont in Salem, in een klein houten noodgebouw tegen Happy Hill aan. Twee weken geleden is ook Salem, de tweede stad van het eiland, tot rampgebied verklaard. Een vloed van modder en as overstroomde het golfterrein en het tropische strand van Old Road Bay. Koeien grazen nu in de zwarte massa tussen de geknakte holevlaggetjes en de gesmolten ligstoelen.

In Salem staat alles nog overeind, maar de ramen zijn dichtgetimmerd. Achtergelaten honden drentelen door de straten. Een magere man loopt met een ijskast op zijn hoofd in noordelijke richting. De patio van het eens zo mondaine Vue Point Hotel ligt onder de as, het gras is bruin, het zwembad is leeg.

De meeste bewoners van het stadje zijn geëvacueerd naar de opvangkampen van St. John's in het noorden of naar Groot-Brittannië. Maar volgens stratenmaker John Menz die niet van plan is weg te gaan, zijn er zeker zestig Salemers alweer naar hun woonplaats teruggekeerd. “Waarom slapen in een tent als Salem er nog staat? Niemand wil zijn televisie en fornuis achter laten.” De straatverlichting brandt 's avonds nog en voor het plaatselijke café spelen vijf mannen domino. Hun dreadlocks als zwarte poederpruiken op het hoofd. Ze zijn dronken van het bier.

Spookstad

Hoofdstad Plymouth bestaat niet meer. Het Osborne warenhuis in George Street is tot de toegangstrappen afgebrand, net als de gevangenis. De gedetineerden zijn ondergebracht op het politiebureau van Salem of op borgtocht vrijgelaten. Architect David Hodds kreeg vorige week een oproep plaats te nemen in de jury voor het hooggerechtshof. Maar het hooggerechtshof is weg en niemand weet of de rechterlijke macht nog is vertegenwoordigd op het eiland. Plymouth is een spookstad. De wind blaast as om de straathoeken.

Plymouth werd in 1650 door de Britse kolonialisten direct onder de slapende Soufrière gebouwd. Op versteend magma, het vruchtbare restant van een vulkaanuitbarsting in de eerste helft van de zeventiende eeuw. In 1987 waarschuwden de Amerikaanse geologen Geoff Wadge en Mike Isaacs voor een nieuwe, wellicht fatale, eruptie van Soufrière Hills. Een exacte tijdsaanduiding gaven de onderzoekers niet, wel adviseerden ze de lokale en de Britse regering de infrastructuur te verplaatsen en alvast maatregelen te treffen voor de evacuatie van achtduizend burgers uit het zuiden van het eiland. Plymouth was in direct gevaar. Het rapport bleef zowel in Groot-Brittannië als op Montserrat onbesproken.

Toen Plymouth in 1989 werd getroffen door orkaan Hugo investeerde de Britse regering 36 miljoen gulden in de heropbouw van de stad. Twee jaar geleden, de vulkaan rookte en borrelde al zo vervaarlijk dat er een permanente observatiepost op Montserrat was geïnstalleerd, investeerde het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking nog eens twintig miljoen gulden in de bouw van een nieuw ziekenhuis. Het meest geavanceerde van de Caraïbische eilanden. Een week voor de uitbarsting die Plymouth verwoestte, werd het feestelijk geopend.

“We wisten wat er ging gebeuren, maar we waren er niet op voorbereid”, zegt Adelina Tuitt, minister van Gezondheidszorg in haar nieuwbouwministerie in St. John's - met haar staf is ze in twee jaar tijd vijf keer hals over kop verhuisd.

Er was geen rampscenario en er was niemand die precies kon vertellen waarom het op 21 augustus 1995 's middags om vier uur een kwartier lang pikdonker werd. “Onze lokale regering was onverschillig. De eerste minister deed zijn ogen dicht”, zegt Bennette Roach, hoofdredacteur van de Montserrat Reporter. “Ik heb hem voor die tijd nooit over de vulkaan horen spreken.”

De eerste evacuatie van bewoners uit de oorspronkelijke gevarenzone - van Kinsale in het zuidwesten tot Long Ground in het oosten - in augustus 1995 verliep rommelig. Er klonken sirenes. Via de radio werden de verbaasde vulkaanbewoners opgeroepen een weekendtas klaar te maken om voor 24 uur naar het noorden van het eiland te verhuizen. Daarna konden ze naar huis terugkeren om een of twee maanden later opnieuw hun tas te pakken. Wie het zich kon veroorloven, huurde een appartement in Salem of Woodlands, de rest ging naar een tot opvangkamp omgebouwde kerk of school. Politieposten blokkeerden daarna de toegangswegen naar de Soufrière. De meeste evacués zagen hun huis nooit meer terug.

Vlak daarna werd Plymouth op dezelfde wijze ontruimd. Stadsbewoners konden zich in Cork Hill vestigen of in Salem. Ze werden aangemoedigd hun winkels en bedrijven mee te verhuizen naar de veilige zone die een jaar later ook niet veilig meer bleek te zijn. Middenstanders die tot drie keer toe hun voorraad moesten verschepen naar weer een ander onderkomen, sloten hun zaak. Bezitters van kooppanden moeten nog steeds hun hypotheek doorbetalen, of hun huis nu gespaard is gebleven of niet.

Vorige week is de vierde evacuatie van Frith en Salem afgesloten. Van de 4.048 overgebleven eilandbewoners - de laatste telling vond eind september plaats - verblijven er 750 in de opvangkampen. Er staan 2.250 Montserratianen op de wachtlijst van de emigratiedienst. Voor de vulkaan is bijna niemand bang meer, wel voor 'de mentale terreur' van de lokale overheid. De eerste minister en de gouverneur verspreiden het ene gerucht na het andere, klagen de Montserratianen. Volgens de laatste mare moet iedereen volgende maand het eiland verlaten. “Onzin”, zegt de woordvoerder van de premier.

Klaagbrieven

Brenda White (51) woont al twee jaar en drie maanden in het opvangkamp Look Out bij Old Norwood. Het eerste jaar sliep ze op een stretcher in een tent, ze at uit de gaarkeuken en deed haar behoefte met 79 andere kampbewoners op drie latrines. Nu deelt ze met vijf kamergenoten een klein klaslokaal van de plaatselijke basisschool.

Brenda White was boerin in Long Ground. Sinds ze niet meer op haar land kan werken, ontvangt ze van de Britse overheid een schadeloosstelling van 140 gulden per maand. Een krop sla kost 5,60 gulden, een sinaasappel 1,05 gulden. Vijftig procent van de Montserratiaanse beroepsbevolking is werkloos. Wie is geëvacueerd maar nog steeds een baan heeft, krijgt maandelijks zeventig gulden, kinderen 21 gulden.

In Look Out wonen 56 mensen in donkere ruimtes van zes bij zes meter. De bedden staan er zij aan zij, veertien per kamer. Voor de barakken roeren moeders in pannen met rijst en winterwortels. De Amerikaanse arts Daniel Singer is bang voor de uitbraak van een epidemie. Er heerst diarree in het kamp Gerald's Park en vorige week heeft hij twee gevallen van tuberculose in het noodhospitaal op laten nemen.

Activist Donald Romeo is een oude bekende in Look Out. Als hij zijn hoofd naar binnen steekt in een van de barakken, stijgt er gejuich op. “Dankzij Don krijgen we propaangas om op te koken”, zegt een alleenstaande moeder met vier kinderen. Maar Donald is ontevreden als hij zijn inspectie heeft voltooid. De kampementen voldoen in geen van de gevallen aan de richtlijnen van de UNHCR, de hulporganisatie van de Verenigde Naties.

“Er zitten te veel evacués te lang te dicht op elkaar. Hooguit twintig personen mogen gebruikmaken van één latrine, terwijl in de kerken en de overheidsgebouwen meestal maar twee wc's zijn voor zeventig of tachtig mensen.” De lange klaagbrieven die Romeo naar de gouverneur en de eerste minister schreef, bleven onbeantwoord.

Op de terugweg komen we langs de vuilnisbelt bij Little Bay. Tussen de laatste groene heuvels van het eiland lozen vier gierwagens dagelijks de gezamenlijke ontlasting van 750 kampbewoners. De stinkende poelen zijn overstroomd. Geiten en schapen lessen hun dorst aan de oevers ervan. Vijftig meter verderop staat de drinkwaterinstallatie van de nieuwe woonwijk Davy Hill. Even later stuiten we op een demonstratie van bezorgde buurtbewoners die klagen over bruin kraanwater. 'I don't wash me skin in no shit water' staat op een spandoek.

De vieze wc's, de onverharde wegen, het slecht geoutilleerde ziekenhuis, het gebrek aan klaslokalen en bejaardenzorg. Het is allemaal de schuld van de Britse regering, vindt Herman Sargeant, woordvoerder van de eerste minister. We zitten op het terras van het departement Algemene Zaken, een witte villa met zwembad in Woodlands. “De mensen van Montserrat voelen zich verwaarloosd”, zegt hij. “We voelen ons hier overbodig. Wie het vliegtuig naar Londen neemt, kan rekenen op twee jaar gratis onderhoud. Wie hier blijft, ziet de aslaag stijgen en de beschaving verloederen.”

De Britse ministeries van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking beloofden twee jaar geleden honderdtwintig miljoen gulden noodhulp. 76 Miljoen is inmiddels ontvangen, waarvan de helft moest worden besteed aan de evacuatie van vluchtelingen naar Groot-Brittannië, Antigua en de Amerikaanse Maagdeneilanden. De rest ging op aan het vulkanologisch onderzoek en de bouw van vijftig tijdelijke prefab-hutten en vijftig permanente huizen in het noorden van het eiland. Montserrat wacht nog steeds op de laatste 44 miljoen gulden.

De Britse minister Clare Short van Ontwikkelingssamenwerking ergert zich aan de inhaligheid van de kroonkolonie. “Wij kunnen het ook niet helpen dat de vulkaan is uitgebarsten”, was haar eerste commentaar in de pers. Ze vond de boodschappenlijst die eerste minister David Brandt mee naar Londen nam veel te lang en vreesde dat de Montserratianen 'straks nog gouden olifanten zullen wensen'. Toen haar onderminister in augustus beweerde dat Montserrat op korte termijn door een catastrofale vulkaaneruptie zou worden getroffen, stelden de vier lokale verzekeringsmaatschappijen zich prompt niet langer aansprakelijk voor de fysieke en materiële schade van hun polishouders. Gevolg is dat niemand op het eiland zich nu nog kan verzekeren.

“We stonden net op het punt een akkoord te sluiten met de verzekeraars”, zegt Sargeant. “Elke keer als we vijf stappen vooruit hebben gezet, maakt iemand aan de andere kant van de oceaan een botte opmerking. Dan doen we weer tien stappen terug. Soms lijkt het wel of de Britten het hele eiland willen ontruimen.”

Colaflesje

In het noordelijkste puntje van het eiland is de observatiepost van het MVO gehuisvest. Hier is het voorlopig nog veilig, zegt geoloog Gill Norton. Vier seismografen registreren de groei van de krater, de frequentie en de kracht van de aardschokken. Op een rustige dag telt Norton tweehonderd kleine bevingen, terwijl de krater met acht vierkante meter per seconde groeit. In oktober en november is de Soufrière volgens Norton onvoorspelbaarder geworden. De rustperiodes tussen twee uitbarstingen zijn steeds korter. Tot nu toe heeft de vulkaan ongeveer 130 miljoen kubieke meter magma uitgespuugd. “De Soufrière is vergelijkbaar met een colaflesje. Als je het schudt, spuit er een deel uit. Nooit alles tegelijk. Het zal nog wel een jaar of vijf duren voordat de krater leeg is.”

Iets verder naar het zuiden, in Woodlands, smeden een Amerikaanse zakenman en een Britse architect plannen voor de toekomst. Ze lopen over een braakliggend terrein tussen de ruïnes van een suikerplantage “Hier komt het hotel met 56 kamers”, wijst de architect. “Dan kunnen we daar een kantorencomplex neerzetten.” “Nee, het restaurant komt daar toch”, vraagt de zakenman. Hij zet tien grote stappen oostwaarts. “Hier is nog plaats voor een winkelgalerij.”

Als hij een investeerder kan overtuigen, zet ondernemer Mike Emmanuel hier in de veilige zone volgend jaar het nieuwe centrum van Montserrat neer. “Alle gebouwen in koloniale stijl”, zegt architect David Hodds. “Met luiken en decoratieve dakgoten.” Holiday Inn werkt mee en het lokale ministerie van Handel en Huisvesting heeft al een bouwvergunning verleend. “Als je de bevolking op het eiland wilt houden, moet je ze een ontmoetingsplaats geven”, vindt Emmanuel. “De vulkaan zal hier niet komen.”

“Ga niet weg”, zegt Rose Willocks wel drie keer per dag op ZJB Radio. “We moeten blijven en bouwen. Alleen zo bereiden we ons voor op de holistische wedergeboorte van het eiland.”

    • Jutta Chorus