Conflict om opbrengst NOB feller

AMSTERDAM, 29 NOV. Het politieke conflict over de opbrengst uit de privatisering van het Nederlandse Omroepproductie Bedrijf (NOB) heeft zich verscherpt. Een kamermeerderheid wil de opbrengst grotendeels voor de publieke omroep reserveren, maar het kabinet ontraadt dit 'ten strengste'.

De regering heeft gisteren een brief gestuurd naar de Tweede Kamer waarin ze blijft bij haar standpunt dat een belangrijk deel van de opbrengst (naar schatting 300 miljoen gulden) gebruikt moet worden voor de vermindering van de staatsschuld. Daarbij beroept ze zich op afspraken over de privatisering waaraan ook de Kamer in haar ogen gecommiteerd is.

Volgens het kamerlid Van Zuylen (PvdA) bevat de brief echter “geen nieuwe argumenten”. Ze zal dinsdag met haar fractie spreken, maar verwacht dat een vorige week door haar ingediend amendement om het geld te bestemmen voor de publieke omroep volgende week in de Kamer stemming wordt gebracht en wordt aangenomen. Het voorstel van de PvdA kreeg vorige week al de steun van de oppositiepartijen CDA, RPF GPV, tezamen een krappe meerderheid in de kamer. Dit tot groot ongenoegen van coalitiepartners VVD en D'66 die achter het regeringsvoorstel staan.

Volgens een woordvoerster van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (waaronder media valt) wordt de zaak door het kabinet “buitengewoon zwaar” opgevat. Ze spreekt van een “zakelijk conflict met het parlement”. Minister Zalm (financiën) en staatssecretaris Nuis (media) schrijven dat de besluitvorming over de verkoop van het NOB plaats heeft gevonden “in goed overleg met de Kamer en daarmee ook de Kamer bindt”. Een wijziging noemen de bewindslieden “zeer onwenselijk”. De politiek meest beladen term 'onaanvaardbaar' wordt niet uitgesproken. Maar volgens de woordvoerster van het ministerie betekent de terminologie dat tegen het voorstel van Van Zuylen “grote bezwaren” staan, dat het amendement ten strengste wordt ontraden.

Het NOB werd tien jaar geleden als zelfstandig facilitair bedrijf van de omroep afgesplitst. Volgens Van Zuylen is toen afgesproken dat het geld bij verkoop terug zou vloeien naar de omroep. Vorig jaar bepaalde het kabinet echter al dat 155 miljoen gulden uit de verkoop van het bedrijf zou worden gebruikt als bezuiniging op de cultuurbegroting.

Begin dit jaar werd duidelijk dat ook de zogenaamde 'meeropbrengst', thans geraamd op 300 miljoen gulden, aan de neus van de omroepen voorbij zou gaan. Die moest volgens het kabinet worden ingezet ter vermindering van de staatsschuld. Alleen een jaarlijks bedrag van 18 miljoen gulden, het bedrag dat minder aan rente op de staatsschuld hoeft worden betaald, zou gaan richting de cultuurbegroting.

    • Jaco Alberts