Cathedra (1)

Een maand of acht geleden mocht ik in een bijlage van deze krant een paginagroot interview met Rudi Fuchs, directeur van het Stedelijk Museum, lezen. Ik herinner mij daar, jammer genoeg, niet zo gek veel van, en dan bedoel ik vooral dat ik ternauwernood iets van een oorspronkelijke visie van Fuchs tegengekomen ben. Wat me vooral is bijgebleven is een portret van een tamelijk zelfgenoegzaam persoon met een redelijk gehalte aan ijdelheid.

Dat is allemaal niet zo erg en ook niet zo bijzonder, als Fuchs niet een goed betaalde functie bekleedde die met zich meebrengt om met gemeenschapsgeld aankopen te doen ter vergroting en verrijking van de collectie van het Stedelijk.

Nu we zien hoe onprofessioneel Fuchs zich, in navolging van zijn voorganger Beeren, na de 'aanslag' op het schilderij van Barnett Newman gedraagt, dan wordt het hoog tijd voor een aanvulling op bovengenoemd interview. Zo wordt beweerd dat eenkleurige schilderijen “kennelijk agressie oproepen...”. Is dat zo, en zo ja, hoe komt men tot de onderbouwing van deze bevinding?

En wil hij ook eens precies uitleggen wat kunst is in deze. Immers, het schilderij van Newman Who's afraid of Red, Yellow and Blue III, is overgeschilderd. Hoe kan de persoonlijkheid van de schilder dan nog herkend worden en waar bestaat de ontroering uit? Zoals Pierre Janssen indertijd zo inspirerend voor elkaar wist te krijgen, zo moet het mogelijk zijn om uit te leggen 'waarom' iets mooi is.

Creatief zijn is mensenwerk. De dader met het mes is een mens. Maar in plaats van te achterhalen waardoor zijn reactie op deze kennelijke kunst veroorzaakt wordt, is slechts getier te vernemen in de vorm van misplaatste vooroordelen. Het getier in een streepjespak heeft bijna hetzelfde dwaze effect als een blauw vlak te zien doodbloeden onder vele camera's.