Boze Duitse studenten krijgen warme steun politiek

Alle Duitse politici scharen zich achter de protesterende studenten “die gewoon willen studeren”. Daar kopen we niets voor, vinden de studenten.

BONN, 29 NOV. Opeens worden de Duitse studenten doodgeknuffeld. Alle politici, van Groenen tot christen-democraten, sympathiseerden met de 40.000 demonstranten, die deze week hun 'mars naar Bonn' hielden. Vakbeweging en werkgeversorganisaties schaarden zich achter de betogers.

Als eerste toonde bondskanselier Helmut Kohl zich gevoelig voor de eisen van de jonge generatie. Wie kan er nu tegen de aanschaf van nieuwe boeken zijn? De studenten willen de staat niet omverwerpen, ze willen gewoon studeren, zei Kohl vol begrip. Even leek het alsof hij oppositie voerde tegen zijn eigen beleid.

CDU-minister Jürgen Rüttgers van Onderwijs en Technologie verraste nog meer. Hij schaarde zich niet slechts achter de actievoerders. Sterker, hij zette zich af tegen invoering van collegegeld. Volgens de huidige spelregels zou dat geld worden opgeslokt door de deelstaten.

De studenten zelf zaten nog het meest in hun maag met de stroom van warme steunbetuigingen. “Alle politieke partijen proberen politieke munt te slaan uit onze acties. Daar kopen we niets voor. Wij willen dat de situatie aan de universiteiten verbetert”, zei een student bedrijfseconomie uit Giessen geïrriteerd na afloop van de demonstratie in Bonn.

Toch hebben Kohl en Rüttgers gelijk. Veel kunnen zij er niet aan doen. Onderwijs is Ländersache. De zestien deelstaten in Duitsland zijn zelf verantwoordelijk voor het onderwijs, van lagere school tot universiteit. Bonn betaalt slechts tien procent van het benodigde budget, de overige negentig procent komt uit de begroting van de deelstaten.

Zo werkt nu eenmaal het beroemde federalisme in Duitsland. De deelstaten kunnen op bepaalde gebieden zoals binnenlandse veiligheid, drugs, asielpolitiek en onderwijs hun eigen beleid bepalen.

Vervelend, dat een van de Länderfürsten, Oskar Lafontaine - niet slechts SPD-voorzitter, maar ook premier van de deelstaat Saarland - de bal terugspeelde naar Bonn. De regering is schuld aan de ellende op de universiteiten, vindt Lafontaine. De miserabele begrotingspolitiek van minister Waigel heeft de financiële speelruimte van de deelstaten ernstig verzwakt. Terwijl de universiteiten en hogescholen verkommeren, schuiven de politici elkaar de zwarte piet toe. Niet overal is het trouwens even slecht gesteld. Doordat de deelstaten hun eigen onderwijspolitiek bedrijven, zijn de universiteiten in sommige deelstaten beter af. In Beieren bijvoorbeeld, waar de regering van CSU-premier Edmund Stoiber een gezond financieel beleid voert, is in de bibliotheken van de 'Uni' in München de nieuwste vakliteratuur te krijgen en is er altijd plaats in de collegezalen. In het armlastige Saarland of in Berlijn is de situatie evenwel dramatisch.

Nu hebben de huidige problemen op de Duitse universiteiten slechts gedeeltelijk met geld te maken. Zeker zo belangrijk is de noodzaak tot hervorming. De Duitse universiteiten, die ooit als 'model voor hoger onderwijs' golden, hebben zich niet aangepast aan de huidige tijd. Studenten kunnen ongelimiteerd studeren, waardoor ze in de praktijk op late leeftijd van de universiteit komen.

Bondskanselier Kohl en president Herzog kritiseren regelmatig de achterstand die studenten oplopen op de arbeidsmarkt. Ondernemers klagen dat Duitse studenten pas met 28 of 29 jaar aan een eerste baan denken, terwijl hun Amerikaanse, Franse en Britse collega's al met 24 zijn afgestudeerd. Daarmee wordt het Duitse sociale zekerheidsstelsel belast.

Om studeren voor iedereen mogelijk te maken, wordt geen collegeld betaald, behalve sinds kort in Berlijn en Baden-Württemberg. Een numerus-fixus wordt spaarzaam gebruikt.

Gevolg is dat het aantal studenten de afgelopen jaren stormachtig is gestegen tot 1,8 miljoen, terwijl slechts 970.000 studieplaatsen ter beschikking staan. Verwacht wordt dat het aantal studenten de komende jaren zal toenemen tot 2,3 miljoen, terwijl de universiteiten hun budgetten elk jaar zien teruglopen. Resultaat: overvolle collegezalen, geen geld om de nieuwste boeken te kopen, professoren die geen tijd hebben voor begeleiding.

Geen wonder dat minister Rüttgers een hervorming van het universitaire systeem nastreeft. Als minister kan hij namelijk wel íets doen. Na maanden touwtrekken lukte het hem onlangs in nauw overleg met de zestien ministers van Onderwijs uit de deelstaten een nieuwe wet te maken voor het wetenschappelijk onderwijs. De wet geeft een algemeen 'kader' aan, dat de deelstaten moeten concretiseren.

De universiteiten worden niet onderworpen aan een radicale kuur, maar de richting is duidelijk: geld naar prestatie. De hoogte van de financiële middelen wordt afhankelijk gemaakt van de prestaties van een universiteit of hogeschool. Rüttgers wil meer competitie tussen de universiteiten bewerkstelligen.

Ook moet de studieduur worden verkort. Er wordt een bachelor's en masters ingevoerd, zodat men ook na vier jaar met een graad de arbeidsmarkt op kan. Universiteiten mogen zelf studenten uitzoeken bij studierichtingen waarvoor een numerus-clausus geldt. Extra tussentijdse examens mogen worden ingelast. Luie professoren worden niet ontzien. Voortaan worden hoogleraren op hun pedagogische kwaliteiten getoetst. Ook het verbod collegeld te heffen wordt opgeheven.

De Bondsrepubliek loopt hopeloos achter, zeker vergeleken met Nederland. Slechts met concurrentie kan het Duitse model slagkracht herwinnen. Hervormingen zijn onoontkombaar, ook bij het stelsel van hoger onderwijs. De wet, die in april in werking moet treden, kan niet snel genoeg worden ingevoerd.

    • Michèle de Waard