'Beul' van het binnenland heeft rein geweten

PARAMARIBO, 29 NOV. De fotograaf richt tijdens de receptie in het presidentieel paleis verdekt de lens op hem. Maar commandant Melvin Linscheer heeft altijd alles in de gaten. Met uitgestoken hand komt de man die in Suriname wel als 'de beul' van het binnenland wordt aangeduid, toegelopen. Een rood-wit-blauwe stropdas boven het witte overhemd accentueert de aangename glimlach.

Staat hier nu de man die jarenlang als trouwe en koele 'uitvoerder' al het vuile werk voor Desi Bouterse heeft opgeknapt, de militaire commandant die tijdens de binnenlandse oorlog indianen zo maar liet verdwijnen, de man ook die als 'ijzeren hand' van het Suri-kartel is opgetreden en die volgens zeggen ook de moord op politie-inspecteur Gooding op zijn geweten heeft?

Nooit eerder sprak de militair die nu veiligheidsadviseur van de Surinaamse president is, met een journalist. Is het nieuwsgierigheid die Linscheer drijft of wil hij een poging doen zijn imago op te poetsen? “Als je eerlijk en oprecht bent, heb je niets te vrezen”, zegt hij. Natuurlijk, in een oorlog vallen nu eenmaal doden. Maar “ik heb een rein geweten en de man hierboven kan ik recht in de ogen zien”. Even is er venijn wanneer het over de bekendste Surinaamse mensenrechtenactivist gaat: “Als je Rensch zegt, zeg je onzin.” Dat de pas gearresteerde Surinaamse samenzweerders het ook op hem gemunt hadden, hebben, kan hij zich niet voorstellen. De jongens zijn immers 'goed op hem'.

Receptiegangers die voor de onafhankelijkheidsviering waren gekomen, kijken verbouwereerd toe hoe elk woord in het opschrijfboekje verdwijnt. En zo gaat het meer dan een half uur lang. Af en toe rukt zijn assistent een nieuw glas fruitpunch aan. Geen vraag gaat Linscheer uit de weg.

Dan volgt een uitnodiging om een paar dagen later op zijn particuliere beveiligingskantoor Mozart Security Services nog eens verder te praten. Linscheer gaat er goed voor zitten achter zijn bureau, al is de mobiele telefoon nog al eens spelbreker. Kopieën van krantenknipsels, een hoofdartikel uit deze krant bovenop, komen uit zijn koffer. Linscheer informeert zich altijd goed. De bruin-gele stropdas wordt afgelegd, het colbert gaat uit. De voortdurende roffel met de schoenen op de vloer lijkt enige opgewondenheid te verraden. Maar de glimlach blijft aangenaam. Hoe zit het met de 'blinde muur' waarop de burgerautoriteiten stuitten bij het onderzoek naar de moord op Gooding in 1990? “Ik ken geen blinde muur, die kan men alleen zelf creëren.”

Kon hij als commandant in het binnenland de cocaïnestroom niet tegenhouden? “Het leger is onvoldoende geëquipeerd en het binnenland is veel te groot.” Over het 'dossier-Bouterse' van de Nederlandse justitie, waarin Linscheer ook prominent figureert, kan de presidentiële veiligheidsadviseur kort zijn. “Ik weet nu al dat het op niets uitloopt.” Linscheer wil best naar Nederland komen voor familiebezoek of business. Ruim een jaar geleden werd hem een visum geweigerd. “Ik kreeg een brief van Buitenlandse Zaken.”