Beeldenstormer wil zijn mijlpaal voor niks der waarden

De vernieling van Cathedra heeft voor veel beroering gezorgd. Waar het volgens E.J. Dommering om gaat is, hoe wij de openbaarheid van cultuurgoederen kunnen blijven garanderen.

Een van Barnett Newmans uitspraken die mij altijd hebben gefascineerd, is (door mij zeer vrij vertaald) dat als men zijn doeken zou begrijpen, er geen fascisme meer zou zijn. Eerst kende ik zijn werk alleen via afbeeldingen, dus kon ik niet ervaren wat hij bedoelde. Ik dacht dat Jackson Pollock, die op een doek kon lopen en dansen, veel spannender was. Maar toen ik Newmans schilderijen later in het echt zag en als fysieke aanwezigheid kon meemaken, veranderde mijn zienswijze en groeide mijn respect voor hem. Ik zag dat hij verbeeldde wat ik ook wilde, het vreselijke gevoel dat ik voelde voor de erkenning van de onkenbare.

(Dictators willen dingen herkennen en ze in vaste vormen fixeren. Zij willen weten wat wat is.)

Meneer Cliteur wordt nu in NRC Handelsblad van 25 november opgewonden van het stanleymesgebeuren, want meneer Cliteur wil opwinding. Hij wil geen schilderijen, want hij houdt niet van ze. Hij wil aan ons bewijzen hoe vernieuwend het is als iemand uit artistiek verzet een schilderij vernielt, en vooral, dus, een schilderij van een andere kunstenaar.

Nu zijn vernielde schilderijen niets nieuws en zonder een nieuwe visie helemaal niet vernieuwend. (En om per se nieuw te willen zijn, is ook al lang ouderwets.) Bijna iedere kunstenaar heeft ooit uit verzet, of beter gezegd, uit frustratie zijn of haar eigen werk met mes, naald, voet of verf verwoest. De (kunst)geschiedenis is vol met soortgelijke (kunst)statements en andere iconoclastische verhalen.

Meneer Cliteur heeft wel gelijk - natuurlijk is meneer Stanleymes niet gek. Dat is te veel eer. Hij is een jaloerse, benauwde, lafhartige, domme en zelfingenomen man, die het anders zijn van een ander niet kan uitstaan. Die zich altijd tekort gedaan zal voelen, en altijd anderen de schuld zal geven voor zijn eigen onvrede en ongeluk. Die het offer buiten zichzelf zoekt.

Aangezien meneer Cliteur deze manieren zo waardeert, stel ik voor dat hij, met of zonder zijn held, een hotelkamer (sinds kort beschikbaar) afhuurt in Japan, voor gestresste mannen, waarin alles kapot geslagen mag worden, ook schilderijen. Het lucht erg op en jij voelt jou erna een ander mens! Het is wel kostbaar. Zij moeten duur betalen voor hun plezier, en meestal willen iconoclasten alles gratis krijgen. Ook hun mijlpalen moeten zo snel en goedkoop mogelijk.

Meneer Cliteur maakt voor iemand die onder meer filosofie doceert, erg botte opmerkingen over kleur. Barnett Newman ontroert en verwarmt mij, onder anderen, omdat hij kleuren kan laten stralen en bloeien. (Elke schilder weet hoe makkelijk het is om een kleur dood te schilderen en hoe moeilijk het is om het te laten sidderen.)

Carel Willink op wie de dader zich beroept, geeft mij een troosteloos, koud , gevoel van grijsheid en dood. Er is altijd een grimmige toon aanwezig. Misschien daarom dat meneer Stanleymes, met zijn negativiteit zich zo thuisvoelt bij dat soort realisme en de joodse spiritualiteit van een Newman niet kan uitstaan.

Let wel - dat ik niet zo graag naar Willinks werk kijk, betekent dat nog niet dat ik hem wil elimineren uit de kunstgeschiedenis of uit het Stedelijk Museum.

Men hoeft Newman niet te verafgoden. Men hoeft geen schilderkunst in Kassel te tonen. Niet iedereen hoeft naar musea te gaan. Er is nog veel meer op aarde om van te genieten. Maar wilt u alstublieft geen reactionaire, intolerante, kleine daden tot assertieve, intelligente revolte verheffen, alleen maar omdat u zelf uw eigen saaiheid zat bent.

    • Marlene Dumas