Aangiftebiljet over 1999 ook in euro's; Eigen huis volgend jaar op de korrel

Ieder jaar is het weer spannend, wat gaat de fiscus extra controleren? Staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) maakte deze week bekend dat het rode potlood wordt gehanteerd bij de woonbelasting van het eigen huis, het zogenoemde huurwaardeforfait.

Dat bij het belastingbiljet 1997 de aandacht zich richt op het huurwaardeforfait is niet vreemd. 1996 was namelijk het laatste jaar waarin de belastingbetaler zelf de waarde van het huis kon bepalen om op basis daarvan het huurwaardeforfait te berekenen. Voor 1997 geldt de WOZwaarde: een voor alle belastingen geldende berekening op basis van de wet Waardering Onroerende Zaken. Daarmee verdwijnt een veel toegepaste truc om minder belasting te betalen, namelijk het te laag opgeven van de waarde van het eigen huis. Overigens kwamen veel mensen tot een te lage waarde omdat veel gemeenten voor de berekening van de gemeentelijke onroerende zaakbelasting ook van een te lage waarde uitgingen. Dat kwam de gemeenten beter uit. Ook in de WOZ hebben de gemeenten een taak bij de waarderingen, maar er is voor gezorgd dat het nu wel om de juiste waarde gaat.

De gemeentelijke herwaarderingen zijn in nagenoeg alle gemeenten achter de rug. De 572 Nederlandse gemeenten hebben de prijzen van alle huizen in Nederland opnieuw onder de loep genomen met als resultaat een gemiddelde waardestijging van 37 procent vergeleken met vijf jaar geleden. Dat is een mooie meevaller voor de fiscus. Dat werd ook al duidelijk bij de besprekingen van de WOZ in de Tweede Kamer in 1995. Het ministerie van Financiën concludeerde toen dat de hertaxaties tot extra belastinginkomsten van 535 miljoen gulden zouden leiden via het huurwaardeforfait. De Tweede Kamer eiste dat deze verhoging zou worden teruggesluisd naar de woningbezitter. Die profiteert inderdaad van een tariefverlaging. Nu betaalt iedere huiseigenaar 1,25 procent aan huurwaardeforfait, dat was (omgerekend) 1,68 procent. Volgens de Vereniging Eigen Huis gaat die verlaging niet ver genoeg en zou het percentage 0,79 moeten bedragen. Was door deze tariefaanpassing het belastingformulier van 1996 al opmerkelijk, het exemplaar over 1998 wordt het inlijsten waard. Het is het laatste honderd procent Nederlandse inkomstenbelastingbiljet. Vanaf 1999 kan men alle fiscale formaliteiten in euro's vervullen. Dat geldt ook voor de belastingaangifte over dat jaar. Tot en met 2001 kan men kiezen tussen guldens en euro's. Daarna kan men uitsluitend in euro's betalen. Hoewel de gulden uit ons betaalcircuit verdwijnt, is ze fiscaal nog lang geen geschiedenis. In belastingzaken kijkt men immers vaak naar het verleden. Zo zullen de fiscale praktijkmensen nog zeker tot 2015 fiscale geschillen uitvechten die betrekking hebben op in guldens opgestelde belastingaangiften. Zaken waaraan tegen die tijd wordt gewerkt door ambtenaren die de gulden niet eens meer bewust hebben meegemaakt. Er duiken ook problemen op. Burgers en bedrijven kunnen winsten die ze in een eurojaar maken, fiscaal wegstrepen tegen verliezen die ze nog in het guldenstijdperk, bijvoorbeeld in 1997, hebben geleden. Maar tegen welke koers worden euro's en guldens dan tegen elkaar afgezet? De vaste koers zoals die op 1 januari 1999 wordt bepaald of de iets afwijkende koers zoals die in 1997 gold?

Kortom worden euro's naar guldens teruggerekend waarna de bedragen tegen elkaar worden weggestreept of worden guldens 1997 omgezet in euro's tegen de koers van 1997 die vervolgens worden weggestreept tegen euro's van de volgende eeuw? Dat alles krijgt een extra complex tintje voor de drie jaar (1999-2002) waarin de belastingbetaler een zekere keuzevrijheidheeft tussen gulden en de euro. Maar is die keuze eenmalig en geldt zij meteen voor alle belastingen waar men meet te maken heeft? Voor het geval het u nu enigszins duizelt, dat vergaat de woordvoerder van de Belastingdienst net zo. Hij kan al wel melden dat men op het ministerie van Financiën over de hele zaak nadenkt, maar kan er verder nog niets over zeggen. Er doemen problemen op van een aard die in de moderne tijd nog niet eerder aan de orde is geweest. Rechtspraak en wetgevende ervaring ontbreekt. Fiscaal theoretische concepten kunnen het niet aan als belastingheffing van rekeneenheid appels overstapt op rekeneenheid peren. Daar zal een particulier niet zo veel mee te maken hebben, maar voor de grote banken en andere multinationals zijn er miljoenen guldens (of euro's) gemoeid met bijvoorbeeld het beschreven probleem van de verliescompensatie. Zulke bedrijven zullen overigens in meerderheid meteen op 1 januari 1999 overstappen op een boekhouding in euro's.

De muntharmonisatie heeft voor hen ook de grootste voordelen. Zij zullen hun fiscale verplichtingen zullen dan ook wel meteen in euro's afwikkelen. De rijksoverheid heeft lang getwijfeld over het moment van de overstap. Op 1 januari 1999 kan de euro alleen in het girale verkeer gelden; de munten en biljetten komen pas jaren later. Maar nu ziet het er toch naar uit dat alle overheidsdienaren, ook de nieuwe ministersploeg in december 1998 hun laatste salaris in echte, vertrouwde Nederlandse guldens op hun rekening bijgeschreven krijgen

    • Cees Banning
    • Aertjan Grotenhuis