Zangeres Rita Gorr over de 'Dialogues' van 1957 en nu

Rita Gorr, de grande dame van de Belgische opera, verwierf in 1957 op eenendertigjarige leeftijd faam met haar creatie in de Franse première van Poulencs Dialogues des Carmélites. Ze is mezzosopraan. In werkelijkheid heet ze Marguerite Geirnaert. Ze werd geboren in 1926 in het Vlaamse Zelzate en woont nu in Spanje, in een klein vissersdorp tussen Valencia en Alicante.

Tot in het jaar 2000 heeft ze optredens overal in de wereld, van Barcelona tot Toronto.

In haar auto kwam ze met haar assistente naar Nederland gereden, want ze zingt bij De Nederlandse Opera de rol van moeder-overste, die in een cruciale scène halverwege de opera sterft.

Ze herinnert zich van de uitvoering in de Parijse Opera vooral de 'warmte'. Gorr zong de rol van Mère Marie, de non die de moeder-overste bijstaat in haar doodsstrijd. In Amsterdam is Mère Marie nu haar tegenspeelster. “Buiten was het warm, juni in Parijs,” vertelt ze. “We droegen een donker habijt. De enscenering was heel klassiek en statisch, veel minder intens en uitgebeend dan tegenwoordig. Toen zongen we veel meer met de muziek mee. Nu verwacht een regisseur dat je vooral een actrice bent. Op het toneel stond een reusachtige guillotine. Aan het slot hoorde je telkens die huiveringwekkende slag. Het publiek gaf een ovationeel applaus. Ik vond de muziek tintelend. Nu is mijn rol van de priores in muzikaal, emotioneel en dramatisch opzicht interessanter dan die van Mère Marie toen. Zij is oud en ziek. Ik geloof dat je verder in je carrière moet zijn om deze rol te kunnen zingen. Een zekere ouderdom bezitten. De tijd is intussen ook voorbijgegaan. Je moet alle kaarten op tafel leggen.”

“In de jaren na de oorlog was iedereen in Parijs gelukkig ”, zegt ze. “Erheerste de ideale atmosfeer voor een revolutioniare opera als deze. Het instuderen ging, zoals altijd, druppel voor druppel. Dan ineens een grote druppel. En uiteindelijk heel veel druppels. Poulenc was een echte gentleman. Bij elke repetitie was hij aanwezig, maar hij bemoeide zich nergens mee. Niet met de dirigent, evenmin met de regie. Hij was toeschouwer. Voor ons, de zangeressen was hij heel aardig en innemend. Na de première waren er champagne en petits-fours. Poulenc gaf aan elke karmelietes een ander parfum. Ik kreeg 'L'Arpège' van Lanvin.”