Wapens

DE TAAL DIE de Amerikaanse minister van Defensie, William Cohen, bezigt roept herinneringen op aan de donkerste tijden van de Koude Oorlog, toen mensen in Europa en Amerika hamsterden en de BB (Bescherming Bevolking) voor zichzelf atoomvrije schuilplaatsen liet bouwen.

De minister ziet in de Nationale Garde, zoiets als hier destijds de Nationale Reserve, een club die bij uitstek geschikt is om de burgerij voor te gaan bij de beveiliging tegen aanvallen met gifgas of epidemieën verwekkende wapens. De bewindsman vreest namelijk niet alleen zogenoemde schurkenstaten als Irak en Libië, maar nog meer terroristen die in Amerika zelf hun slag slaan.

Cohen heeft enigzins de schijn tegen. Zijn waarschuwingen komen wel heel nadrukkelijk op een moment dat de Amerikaanse politiek ten aanzien van het verschijnsel Saddam Hussein in het ongerede is geraakt. De indruk kan zo ontstaan dat het Amerikaanse volk bang wordt gemaakt om wat meer steun te krijgen voor de tot dusver weinig succesvolle improvisaties in de brandhaarden van het Midden-Oosten. Alsof de regering wil zeggen: het is menens en wij houden ons niet met peanuts bezig.

HET RISICO van opportunisme of de schijn ervan is dat het een tegengestelde reactie kan oproepen. Dat zou jammer zijn want het thema dat Cohen aansnijdt is belangrijk genoeg. De afloop van de Koude Oorlog is gevierd met het besteden van het vredesdividend aan nuttige zaken die eerder weinig prioriteit hadden. Over wapens en de dreiging die ervan uitgaat wordt beter niet te veel gepraat. Bovendien liggen landen waar wapengeweld nog dagelijkse kost is voor het gevoel tamelijk ver weg. Politici die verkozen willen worden maken zich niet populair met het oproepen van een nieuw vijandbeeld. Tijdens de campagne vorig jaar, die de president in het Witte Huis bevestigde die vervolgens Cohen tot zijn minister benoemde, is van het gevaar dat uitgaat van de zogeheten massavernietigingswapens geen ophef gemaakt.

Het is intussen goed om zich er rekenschap van te geven dat de arsenalen kernwapens weliswaar worden verminderd, maar niet zijn opgeheven, dat het beheer in Rusland te wensen overlaat, dat een reeks van landen bezig is massavernietigingswapens te verwerven en lang niet altijd uit defensieve overwegingen, dat diezelfde landen raketten ontwikkelen waarmee gebieden tot ver buiten de eigen regio kunnen worden bedreigd, dat proliferatie eerder wordt bevorderd dan tegengegaan en dat de kans groeit dat terroristen van massavernietigingswapens gebruik zullen maken. De aanslag met gifgas in de metro van Tokio was wat dat betreft een duidelijke waarschuwing.

MINISTER COHEN maakte impliciet nog iets anders duidelijk. Tijdens de Koude Oorlog gold het evenwicht van de afschrikking. De atoombom van de een neutraliseerde als het ware de atoombom van de ander. Terugblikkend lijkt voor die toen gangbare theorie wel iets te zeggen. De gevreesde atoomoorlog is uitgebleven. Maar de angstige vraag is of de theorie ook voor de toekomst opgaat, anders gezegd, zijn de beschikbare arsenalen in Amerika en Europa afdoende om het gevaar te keren? Cohens beroep op de Nationale Garde doet vermoeden dat althans de Amerikaanse regering op dat punt niet zeker van zichzelf is.