Stiekeme feesten met opgespaard snoep; Tentoonstelling over meisjes op een kostschool

'Uniformiteit, meisjesinternaten in Vlaanderen. Foto's van Annie van Gemert', t/m 25/1 in Het Nationaal Schoolmuseum, Nieuwemarkt 1a, Rotterdam. Inl. (010) 4045425. Di-za 10-17u. Zo 13-17u. Boek met tekst van Marijke Libert, 120 pag., in eigen beheer uitgegeven door A. van Gemert, Prijs ƒ 59,90.

Mijn oma (geboren in 1904) mocht geen krullen hebben van de nonnen op haar kostschool. Stijf en strak werd haar haar elke dag achterover gekamd en vastgespeld. Op kostscholen mag veel niet en moet van alles: geen eten laten staan, veel bidden, tot je vijftiende om negen uur naar bed, allemaal tegelijk wakker worden. En niet op elkaars kamer komen, ook niet bij je beste vriendin, want dan dachten de nonnen dat je verliefd was.

In ouderwetse kinderboeken, zowel voor jongens als voor meisjes, klinkt het heerlijk of spannend om op een kostschool te zitten. Jan van Beek van J.B. Schuil wordt lid van een geheim genootschap voor kostschooljongens, dat midden in de nacht bijeenkomt en stiekem sigaretten rookt. Het schoolhoofd is afschuwelijk streng, maar aan het eind van het boek wordt hij vervangen door een hele lieve meester (over hem kun je meer lezen in Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen). Pitty en de Dolle Tweeling in de pockets van Enid Blyton (bekend van De Vijf) halen veel streken uit in de klas, met dingen uit de feestwinkel. Bovendien hebben die kostsschoolmeisjes een eigen zwembad, tennisbanen, paarden soms, en doen ze een raar spel dat op hockey lijkt. Het allergeweldigste zijn de nachtfeesten die ze stiekem houden, met opgespaard snoep.

Streng en star of leuk en gezellig: een kostschool lijkt iets van heel lang geleden, iets wat in Nederland en België niet bestaat. En dat klopt ook, bijna, want vanaf volgend jaar moeten op de laatste katholieke meisjeskostscholen in Vlaanderen ook jongens worden toegelaten. Er geven steeds minder echte nonnen les, want er bestaan niet meer zoveel nonnen, de gebouwen worden steeds moderner en het dragen van een uniform is vaak niet meer verplicht. Op de tentoonstelling Uniformiteit in Rotterdam en in het bijbehorende fotoboek van Annie van Gemert is te zien hoe het de laatste jaren, van 1990 tot 1997, is geweest om op zo'n school te zitten. Prachtige oude gebouwen zijn het, met hoge marmeren gangen waarin je voetstappen hol weerklinken, beelden van Jezus en heiligen en glas in lood ramen.

In het boek vertelt de non zuster Erna een beetje droevig over alle veranderingen. Vroeger kon ze nog weleens een spookavond houden, door de electriciteit uit te schakelen en met alle meisjes boe-roepend in witte lakens over de gangen te snellen. Tegenwoordig mag ze de electriciteit niet in een klap uitdoen, want dat is slecht voor de computers.

Op de foto's is weinig terug te vinden van spookavonden en nachtfeesten. De meisjes kijken eerder een beetje sloom, landerig, alsof ze zich erbij hebben neergelegd dat ze nou eenmaal een paar jaar van hun leven op een duffe kostschool zitten. Op het speelplein rennen ze niet rond, maar keuvelen in keurige groepjes. Ook door hun uniform lijken ze meer op mevrouwen dan op meisjes. In de tekst van het boek vertellen ze over vrolijker dingen, over 'chipsbijeenkomsten', over stiekem afspreken bij de w.c. en over door de dakgoot naar andermans slaaphokje kruipen.

Ieder meisje heeft een eigen 'chambrette', een houten hokje in een rij van houten hokjes (zoals in een zwembad, maar dan groter: er past een bed en een tafeltje in). Er zijn aan de muren een paar haken waaraan ze dingen op mogen hangen. Maar sommige meisjes zijn slim en spanden een lijntje tussen de haken, zodat er ineens veel ruimte is voor kaarten en posters. Hugh Grant staat erop, en James Dean, Snoopy vaak en wat andere hondjes en poezen. Op een reclameposter springt een naakte man op het strand vrolijk in de lucht. Maar op zijn heupen is een grote witte zedige onderbroek vastgespeld. Blijkbaar mag lang niet alles in de chambrettes. De meisjes blijven er dan ook een beetje stijf en saai en somber uitzien.

Heel veel veranderd sinds mijn oma klein was is er tot nu toe dus niet op de kostscholen. Of toch? Als je goed kijkt, zie je dat de meeste haren keurig geborsteld zijn, maar wel loshangen en mogen krullen.

    • Judith Eiselin