Rest van de wereld heeft groot belang bij doortastende nieuwe man; Koreaanse kiezer voor dilemma

Nu de financiële crisis die Azië sinds de zomer teistert, ook Zuid-Korea in zijn greep houdt, is de uitslag van de aanstaande presidentsverkiezingen niet alleen van belang voor Korea zelf.

SEOUL, 28 NOV. De spandoeken wapperen boven Seouls doorgaande wegen, het eerste televisiedebat is achter de rug: gisteren ging in Zuid-Korea officieel de campagne van start voor de presidentsverkiezingen van 18 december. De uitslag is niet langer alleen van nationaal belang. Nu de financiële crisis die Azië sinds de zomer teistert ook Korea in zijn greep houdt, heeft de rest van de wereld groot belang bij een doortastende nieuwe man.

Zuid-Korea is ondergedompeld in een acute financiële crisis. De grote industrieconglomeraten, de chaebols, zijn na hun door de overheid gedirigeerde, ongebreidelde expansie van de laatste decennia onrendabel en overladen met schulden. De banksector, die de leningen verstrekte, kampt met acute vermogensproblemen. De nationale munt, de won, is met een kwart gedaald en de aandelenkoersen zijn in tien jaar niet zo laag geweest als nu. Een land kan niet failliet gaan, maar als Zuid-Korea er niet in slaagt rente en aflossing te betalen over de 110 miljard dollar aan buitenlandse kredieten, kan dat een schokgolf door de globale economie jagen die ook in de VS en Europa hard wordt gevoeld.

De problemen van Korea moeten nog onder de zittende president, Kim Young-sam, worden opgelost. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) voert op dit moment een studie uit, die zal uitmonden in een noodkrediet. De 20 miljard dollar die daarvoor tot voor kort werden genoemd, zijn daartoe niet langer voldoende, zo gaf de minister van Financiën, Lim Chang-yuel, gisteren toe. Daarbovenop komen nog extra kredietlijnen van onder meer de VS en Japan, waarvoor Lim vanmorgen afreisde naar Tokio.

De huidige president Kim Young-sam - die volgens de grondwet geen kandidaat mag zijn voor een tweede presidentstermijn van vijf jaar - werd in 1992 gekozen met een agenda die destijds al een accurate diagnose gaf van Korea's endemische ziekte: corruptie, een te grote politieke invloed van de machtige families achter de chaebols, een slecht toezicht op de bancaire sector en een te rigide werknemersbescherming die misschien nog wel strikter is dan in Japan. Maar Kim heeft vervolgens op vrijwel alle fronten gefaald. Vijf jaar later blijkt de bancaire sector veel te veel leningen te hebben vestrekt aan de chaebols, die hun onverminderde macht bij de overheid gebruikten om de bankleningen los te krijgen. Kims eigen zoon is veroordeeld wegens corruptie. Het Hanbo-staalconcern ging in februari bankroet. En vorige winter liep Kims poging om zonder overleg met de militante Koreaanse vakbonden een soepeler ontslagrecht door te voeren, vast in een volksopstand in de straten van Seoul.

De drie belangrijkste kandidaten voor het presidentschap hebben in hun campagnes dan ook geen goed woord over voor Kims beleid. Voor twee van hen is de noodzaak zich te distantiëren het grootst; zij dienden zelf nog onder Kim. Lee Hoi-chang (62) was premier in de eerste twee jaar van Kims presidentschap maar stapte in 1994 na een interne factiestrijd op. Hij werd afgelopen zomer gekozen tot de officiële kandidaat van de regerende New Korea Party, tot voor kort de partij van president Kim. Maar onlangs besloot Kim de partij te verlaten, formeel om een onpartijdig toezicht bij de komende verkiezingen te garanderen, en werd de New Korea Partij na een samengaan met een kleine oppositiepartij omgevormd tot Hannaradang, Grand National Party.

De tweede kandidaat, Rhee In-je (49), was minister van Arbeid in dat zelfde kabinet, tot hij in 1995 gouverneur werd van de provincie Kyonggi-do. Pas twee maanden geleden verliet hij de partij uit onvrede met Lee's nominatie, en richtte hij zijn eigen partij - New Party by the People - op. Volgens sommige analisten steunt president Kim in het geheim de kandidatuur van Rhee, en heeft hij om die reden de New Korea Party verlaten.

De derde presidentskandidaat is de 72-jarige oppositieveteraan Kim Dae-jung, die al in 1971 zijn eerste gooi deed naar het presidentschap. Hij is nu bezig aan zijn vierde poging, nadat Kim Young-sam hem bij de vorige verkiezingen versloeg, en volgens de laatste opiniepeilingen geldt hij als belangrijkste kanshebber, op de voet gevolgd door de kandidaat van de Grand National Party, Lee. Aanvankelijk stond Lee op ruime voorsprong, maar hij viel terug toen werd onthuld dat zijn twee zonen aan militaire dienst waren ontsnapt, omdat ze dankzij een strenge vermageringskuur te weinig wogen. In een land dat constant is voorbereid op oorlog en waar iedere jongeman het als zijn plicht voelt in dienst te gaan, is dat een doodzonde.

De huidige nek-aan-nekrace tekent, los van de verschillende regionale machtsbases van de kandidaten, het dilemma van de Koreaanse kiezer. Vindt hij het tijd voor een beloofde radicale verandering onder de al oude Kim, of hecht hij voor het oplossen van Korea's problemen toch aan de ervaren Lee? Korea's nieuwe president staat voor de taak de maatschappelijke verhoudingen fors om te gooien. Werknemers laken de invloed van de chaebols op de politiek en vinden dat de machtige families zelf moeten opdraaien voor de schade, in plaats van mensen te ontslaan. De vakbonden hebben deze week, na de aankondiging van ontslag van 3.000 mensen bij de Halla-scheepswerven, gedreigd met acties als zij nogmaals worden verrast. De werkgevers, de chaebols voorop, dringen juist aan op versoepeling van het ontslagrecht, omdat de afslanking en herstructurering van het bedrijfsleven anders vruchteloos blijft. Beide partijen hebben een punt. Korea's nieuwe president zal beide wensen moeten honoreren om de structurele veranderingen door te voeren die Korea moeten behoeden voor een periode van langdurig conflict en economische verlamming.